Toespraak staatssecretaris Van Marum tijdens het InterExpo Congres
Eddie van Marum hield een toespraak tijdens het 36e InterExpo Congres op 9 december 2025.
Geachte bestuurders en volksvertegenwoordigers,
Dames en heren,
Bon dia,
Good morning,
Ik begon als staatssecretaris met één portefeuille: herstel Groningen.
Als je me toen had verteld dat ik nu hier zou staan - voor bestuurders en volksvertegenwoordigers van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba - dan had ik waarschijnlijk gedacht dat ik in de verkeerde zaal was binnengelopen.
Maar inmiddels voelt het vertrouwd om hier te staan.
Door de reizen die ik heb mogen maken, is het alsof ik jullie al veel langer ken dan een half jaar.
Koninkrijksrelaties heeft inmiddels een plekje in mijn hart, naast Groningen.
En eerlijk gezegd lijken de eilanden en Groningen meer op elkaar dan ik vooraf dacht:
Er zijn sterke gemeenschappen.
Er is afstand tot Den Haag.
En de bewoners moeten door die afstand soms nét iets harder hun best doen voordat er wordt geluisterd.
Door mijn werk in Groningen heb ik van dichtbij gezien hoe belangrijk dat is. En hoe het mis kan gaan als er te lang níet wordt geluisterd. Die lessen neem ik mee.
Daarom heb ik vanaf het begin gezegd: bij Koninkrijksrelaties redeneren we niet vanuit Den Haag, maar vanuit de bewoners op de eilanden. Door onze keuzes moet hun dagelijks leven merkbaar en zichtbaar verbeteren.
En we zetten mooie stappen met elkaar, maar we zijn er nog niet.
Daarom wil ik een paar keuzes uitlichten: waar gaat het goed? En waar moeten we met elkaar de bewoners nog meer centraal zetten?
Laat ik beginnen met iemand die veel indruk op me heeft gemaakt.
Op Curaçao sprak ik een man die lokaal groente kweekt met hydrocultuur - dus niet in de aarde, maar in bakken met water en voedingsstoffen.
Hij levert nu sla aan supermarkten. Maar om zijn onderneming te starten, moest hij zijn auto verkopen. Dat verhaal zegt genoeg.
Er is enorm veel doorzettingsvermogen op de eilanden.
Maar ook een grote behoefte aan steun voor ondernemers die durven te innoveren.
Daarom investeren we flink in voedselzekerheid:
24 miljoen euro voor boeren, vissers en ondernemers die lokaal voedsel produceren. Zo versterken we niet alleen de lokale economie, maar ook de zelfredzaamheid van de eilanden.
En het stopt niet bij voedsel. Alle ondernemers die de economie van de eilanden versterken, verdienen steun. Daarom kunnen zij nu ook gebruikmaken van de BMKB-regeling, net als ondernemers in Nederland.
Dit past bij hoe ik naar het Koninkrijk kijk: we zijn vier landen en drie openbare lichamen, maar we zijn ook één geheel.
Dus waar het kan, geven we mensen dezelfde kansen.
En dat geldt niet alleen voor ondernemers, maar voor iedereen.
Zo hebben bewoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba sinds kort een BSN-nummer.
Het zijn maar negen cijfers - maar het maakt het straks wél veel makkelijker om iets aan te vragen bij de overheid, bijvoorbeeld studiefinanciering of toeslagen.
En we doen meer voor de bestaanszekerheid. Zo hebben we ook het minimumloon en de minimumuitkering verhoogd op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat zijn veranderingen die direct een verschil maken in de portemonnee, bij mensen die het echt nodig hebben.
Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn: niet alles is goed gegaan in de afgelopen jaren.
Soms hebben bewoners te lang moeten wachten op verbetering.
Dat zag ik op Bonaire, bij de vuilstort van Selibon in Lagun.
De mensen die daar wonen en werken, hebben al jarenlang last van stank en rook. Ze maken zich – terecht - zorgen over hun gezondheid.
Nu worden er eindelijk stappen gezet. Ik ben blij dat bestuurders nu de verantwoordelijkheid nemen om problemen aan te pakken die in al tientallen jaren zijn ontstaan. Nederland ondersteunt daarbij.
De stort gaat uiterlijk in 2028 dicht, en er komt een plan voor veilige afvalverwerking.
Maar het belangrijkste: bewoners moeten het verschil nu echt gaan merken.
Want vertrouwen win je alleen als je luistert en vervolgens ook echt doet wat nodig is.
En dat geldt in het hele Koninkrijk. Daarom werken we op Aruba aan de Rijkswet houdbare overheidsfinanciën. En niet om bestuurders op de vingers te kijken, maar om bewoners zekerheid te geven dat hun overheid financieel gezond opereert.
Vele Arubanen hebben meegedacht via de internetconsultatie. En dat snap ik, want het gaat over hun toekomst.
Door een goede financiële samenwerking kunnen we ook samen bouwen aan een nieuwe toekomst en zichtbaar dingen veranderen.
Dat zien we op Saba, waar een grotere, orkaanbestendige haven verrijst.
Op Sint Maarten gaat het herstel van de orkaanschade door: woningen, scholen en infrastructuur worden versterkt.
En op alle eilanden investeren we in betrouwbare, betaalbare energie: van zonneparken tot netversterking en opslag. Zo pakken we dit probleem structureel aan. Want zonder goede energievoorziening wordt alles duurder, de airco thuis, maar ook de sla van de ondernemer.
Tot slot: er zijn helaas grote zorgen over de geopolitieke situatie.
En die zorgen zijn begrijpelijk.
Op dit moment is er gelukkig geen concrete dreiging.
Maar veiligheid heeft nu de grootste prioriteit,
zeker in de gebieden die het dichtst bij de spanningen liggen.
Daarom begrijp ik ook volledig dat de minister-presidenten van Aruba en Curaçao vandaag niet aanwezig kunnen zijn.
Zelf zal ik vanavond, samen met de minister van Defensie en de minister van Binnenlandse Zaken, een debat voeren over de spanningen in het Caribisch gebied. Want het is belangrijk om elkaar goed op de hoogte te houden.
Tegelijkertijd wil ik benadrukken: we zijn voorbereid.
Tijdens de Week van de Crisisbeheersing op Curaçao oefenden alle eilanden onlangs met elkaar op noodsituaties. Dat laat zien dat we in onzekere tijden op elkaar kunnen rekenen.
En daarmee kom ik bij de kern van dit congres.
Het gaat niet om onze verschillen, maar om wat we delen.
Onze relaties hebben sinds 10-10-’10 een nieuwe vorm gekregen,
maar ze rusten nog altijd op dezelfde basis:
verbondenheid, respect en wederzijds begrip.
En ik voel de verantwoordelijkheid om die basis te waarborgen.
Voor een goede relatie als bestuurders onderling.
Voor ondernemers die een risico durven nemen.
En voor bewoners die erop vertrouwen dat we er zijn als het moeilijk wordt.
Laten we blijven luisteren: naar elkaar én naar de mensen voor wie we het doen. Alleen dan kunnen we samen bouwen aan een sterker Koninkrijk.
Masha danki.
Thank you.