Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en NS sluiten nieuw contract af

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft vandaag een nieuw contract met NS afgesloten. In dit contract (de Hoofdrailnet-concessie) is geregeld op welke trajecten de komende jaren NS-treinen rijden, worden financiële afspraken gemaakt en staan afspraken waar NS zich aan moet houden. De nieuwe concessie gaat in per 1 januari 2025 en loopt tot en met 2033.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat): “Het ov is van vitaal belang voor miljoenen Nederlanders. Ik vind het daarom essentieel dat reizigers kunnen rekenen op een betrouwbare en goede dienstverlening op het spoor. Met deze nieuwe concessie zorg ik daarvoor. De coronapandemie heeft nog steeds gevolgen voor het gebruik van het openbaar vervoer: de reizigersaantallen zijn nog niet op het niveau van 2019. Bovendien hebben we te maken met gestegen kosten en een hoge inflatie. De nieuwe concessie met NS sluit aan bij de overgangssituatie waarin we zitten, maar biedt tegelijkertijd ruimte om de dienstverlening op termijn uit te breiden. In de toekomst kan marktwerking voor sommige trajecten een instrument zijn om de reiziger een optimale reis te bieden. Daarom zal ik met verschillende vervoerders in gesprek blijven om een aantal opties verder te onderzoeken.”

Op alle binnenlandse trajecten waar nu een NS-trein rijdt, zal deze de komende jaren blijven rijden en is er ook ruimte om verder door te groeien als meer reizigers voor de trein kiezen. De sprinterdiensten tussen Groningen en Zwolle en Leeuwarden en Zwolle zijn een concrete casus waar marktwerking de reiziger voordelen zou kunnen bieden. Deze en andere opties worden verder onderzocht en de concessie kan bij de midterm review in 2029 hierop worden aangepast. Op de internationale trajecten wordt concurrentie tussen verschillende spoorbedrijven de regel, omdat de reiziger er hierdoor op vooruit gaat.

Uitvoering moties

Staatssecretaris Heijnen heeft dit najaar met de Tweede Kamer gesproken over de nieuwe concessie met NS en de Tweede Kamer heeft daarbij verschillende moties aangenomen. Daarom zijn er in de definitieve concessie een aantal wijzigingen ten opzichte van de voorlopige concessie die in augustus aan de Tweede Kamer is gestuurd.

Zo zijn in de nieuwe concessie afspraken aangepast over de minimale bediening van stations. De huidige dienstregeling wordt het uitgangspunt en er wordt vastgelegd dat vroege (voor 6.00 uur) en late (na 00.00 uur) treinen ook blijven rijden. De verdere uitbreiding van het nachtnet is op dit moment financieel niet haalbaar.

Een derde en vierde intercity per uur tussen Groningen en Zwolle laten rijden, is op dit moment financieel niet mogelijk. Wel zal worden gekeken of er extra treinen na 2029 kunnen gaan rijden. Voor de exploitatie van deze extra treinen is maximaal € 10 miljoen per jaar nodig en meer dan € 100 miljoen voor de aanpassingen van de infrastructuur om ervoor te zorgen dat er genoeg ruimte is voor de treinen.

Nieuw tariefstelsel

De NS heeft het huidige plan voor tariefdifferentiatie ingetrokken en ook de Tweede Kamer heeft aangegeven niks te voelen voor duurdere kaartjes in de spits op een aantal trajecten. In de nieuwe concessie is opgenomen dat NS voorstellen mag doen voor een nieuw tariefstelsel, maar dat invoering pas mogelijk is als de Tweede Kamer zich over het voorstel heeft uitgesproken. Dan pas kan het voorstel worden goedgekeurd.

Europese Commissie

De Europese Commissie is deze zomer een inbreukprocedure tegen Nederland gestart over de gunning van de nieuwe concessie met NS. De inbreukprocedure is gebaseerd op het feit dat er een jaar zit tussen het moment van ondertekening en het inwerking treden van de nieuwe concessie. De Europese Commissie vindt een periode van een jaar te lang en daarom niet gerechtvaardigd. Het ministerie vindt dit wel gerechtvaardigd omdat NS onder de nieuwe concessie beter verantwoording moet afleggen over de dienstverlening en het tijd kost om hier een systeem voor op te zetten. De start van de inbreukprocedure heeft geen opschortende werking en de gunning kon daarom doorgaan zoals gepland. De Europese Commissie heeft Nederland om een schriftelijke uitleg gevraagd en die is gegeven.