Nieuwe regels bijstand 2026 en 2027
Mensen in de bijstand en gemeenten vinden de regels voor bijstandsuitkeringen vaak ingewikkeld, onduidelijk en streng. Sinds 2026 gelden daarom nieuwe regels. Gemeenten kunnen meer uitgaan van vertrouwen en beter rekening houden met de persoonlijke situatie van mensen.
Regels bijstand soms te hard
De regels voor de bijstand kunnen voor bijstandsgerechtigden soms hard uitpakken. Hierdoor kan het zijn dat iemand een lagere of geen uitkering krijgt. Bijstandsgerechtigden hebben het gevoel dat de overheid dan vooral let op de regels. En te weinig oog heeft voor de problemen van kwetsbare mensen in de bijstand. Dat bleek onder andere uit de Analyse Participatiewet in balans in 2022.
Dit verandert met de nieuwe regels uit de Participatiewet in balans. Die wet bevat ruim 20 wijzigingen die de bijstand menselijker en eenvoudiger moet maken. Een deel van de regels is in 2026 ingegaan. Een deel gaat in 2027 in.
De Participatiewet regelt dat gemeenten mensen in de bijstand helpen om aan het werk te gaan. Voor mensen bij wie werken (nog) niet lukt, zorgt de gemeente voor voldoende inkomen met een bijstandsuitkering. Ook helpt de gemeente bij andere vormen van meedoen in de samenleving, zoals vrijwilligerswerk.
Nieuwe regels gaan meer uit van vertrouwen
Gemeenten kunnen met de nieuwe regels meer uitgaan van vertrouwen. Zo hoeven mensen in de bijstand niet elke gift die zij krijgen meer te melden.
Ook kunnen gemeenten sinds 2026 meer rekening houden met de persoonlijke situatie van mensen in de bijstand. Daardoor kunnen gemeenten mensen in de bijstand beter ondersteunen. Zo kan de gemeente kwetsbare jongeren direct een uitkering geven. Die jongeren hoeven dan niet 4 weken op een uitkering te wachten.
Informeer bij gemeente over nieuwe regels
Gemeenten passen vanaf 2026 de nieuwe regels toe. Welke gevolgen de nieuwe regels hebben voor mensen in de bijstand, hangt af van hun persoonlijke situatie. Zij moeten met vragen over hun bijstandsuitkering contact opnemen met hun gemeente.
Veranderingen in bijstand sinds 1 januari 2026
Sinds 1 januari 2026 zijn bijvoorbeeld de volgende wijzigingen ingegaan:
Bijstand tot 3 maanden terug geven
Gemeenten mogen mensen in de bijstand tot 3 maanden terug een uitkering geven. Bijvoorbeeld als ze te laat een uitkering aanvragen omdat ze eerst zelf werk proberen te vinden. Als ze te lang wachten om bijstand aan te vragen, kunnen ze in geldproblemen komen of schulden maken. Gemeenten mogen dan tot 3 maanden terug bijstand uitbetalen.
Giften toestaan tot € 1.200
Mensen in de bijstand mogen jaarlijks tot € 1.200 aan geld of bijdragen voor bijvoorbeeld boodschappen of huur krijgen. Zij moeten zelf bijhouden hoeveel ze aan giften krijgen. Als mensen in de bijstand meer dan € 1.200 aan giften krijgen, dan moeten zij dit doorgeven aan de gemeente. De gemeente beslist of zij dit inhoudt op de bijstandsuitkering.
Sneller opnieuw bijstand aanvragen
Mensen die binnen een jaar opnieuw in de bijstand komen, kunnen sneller een bijstandsuitkering aanvragen. Zij hoeven geen gegevens in te leveren die de gemeente al heeft van hun vorige aanvraag.
Mantelzorger kan volledige bijstand houden
Mantelzorgers die gaan inwonen bij iemand die ze verzorgen, mogen hun hele bijstandsuitkering houden. Ze worden niet langer gekort op hun uitkering omdat ze samenwonen. Ook tellen inkomsten, vergoedingen of maaltijden die een mantelzorger krijgt niet meer mee voor de bijstandsuitkering. Mantelzorg valt in de nieuwe regels niet meer onder werk of inkomen uit werk.
Jongeren in bijstand mogen meer bijverdienen
Jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering mogen meer bijverdienen. 15% van hun maandsalaris telt niet meer mee in hun bijstandsuitkering.
Kwetsbare jongeren krijgen direct een uitkering
Jongeren tot 27 jaar die kwetsbaar zijn of in een moeilijke situatie zitten, krijgen direct bijstand. Zij hoeven niet meer 4 weken te zoeken naar werk of een studie voor ze een uitkering krijgen. Het kan gaan om jongeren die thuis of op school problemen hebben. Bijvoorbeeld door psychische of lichamelijke beperkingen, of schulden. Of jongeren die geen vaste woon- en verblijfplaats hebben.
Bijstand aanvragen met rijbewijs
Sinds 2026 kan iemand een bijstandsuitkering aanvragen met een geldig rijbewijs. Voorheen kon dit alleen met een paspoort, identiteitsbewijs of vreemdelingendocument. Mensen met weinig inkomen hebben vaak vanwege de kosten geen identiteitskaart of paspoort.
Veranderingen in bijstand vanaf 1 januari 2027
Vanaf 1 januari 2027 gaan onder andere de volgende wijzigingen in:
Tot € 1.000 voor deeltijdwerker om schommelingen in inkomen op te vangen
Mensen die met een bijstandsuitkering in deeltijd werken kunnen te maken krijgen met schommelingen in hun inkomen. Hierdoor hebben ze soms in een maand minder dan het minimale bedrag om van te kunnen leven. Dit kan leiden tot stress en geldzorgen.
Als deze groep in een maand minder heeft dan het sociaal minimum, dan mogen gemeenten vanaf 2027 dit aanvullen met maximaal € 1.000 per jaar. Dit zogenoemde bufferbudget moet zorgen voor een stabieler inkomen. Dat budget telt niet mee als inkomen voor belastingen en toeslagen. Bijvoorbeeld voor de huurtoeslag en zorgtoeslag.
Hogere bijstand voor alleenstaande ouders onder bestaansminimum
Sommige alleenstaande ouders in de bijstand kunnen een hogere uitkering krijgen. Het gaat om alleenstaande ouders die eigenlijk - naast hun bijstand - recht hebben op een hoger kindgebonden budget. Dat is de ‘alleenstaande ouder-kop’ (ALO-kop).
Niet alle alleenstaande ouders krijgen dit hogere bedrag. Dat is het geval als ze volgens de Belastingdienst een toeslagpartner hebben. Alleenstaande ouders die hierdoor te weinig overhouden om van te leven, kunnen sinds 2026 een hogere bijstandsuitkering krijgen. Het extra bedrag is ongeveer gelijk aan de ALO-kop.
Meer ruimte voor vrijwilligerswerk en andere activiteiten
Bijstandsgerechtigden krijgen meer mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen, een cursus te volgen of bijvoorbeeld mantelzorg te verlenen. Het gaat om mensen in de bijstand die niet of niet gelijk kunnen werken. Gemeenten moeten deze mensen meer ruimte geven om op andere manieren mee te doen in de samenleving. Mensen in de bijstand mogen zelf voorstellen welke activiteiten ze willen doen. Zij hebben recht op hulp van de gemeente daarbij. De nieuwe Participatiewet erkent zo dat niet iedereen in de bijstand meteen of ooit kan werken.