Welke documenten heb ik nodig als ik met mijn pleziervaartuig in het buitenland wil varen?

In het buitenland heeft u als schipper van een pleziervaartuig vaak een internationaal vaarbewijs nodig. Soms ook voor een schip waarvoor in Nederland geen vaarbewijs nodig is. In het buitenland heeft u soms ook andere documenten nodig. Zoals een eigendomsbewijs.

Internationaal vaarbewijs

Het internationaal vaarbewijs wordt ook wel het Internationaal Certificate of Competence (ICC) genoemd. Sinds 2010 krijgt u automatisch het ICC als u een Klein Vaarbewijs of een Groot Pleziervaartbewijs aanvraagt.

Is uw vaarbewijs op of na 1 januari 2010 afgegeven? Dan hoeft u niets te doen. U hoeft geen apart ICC aan te vragen.

Heeft u een vaarbewijs van vóór 1 januari 2010? Dan kunt u een ICC krijgen door uw nog geldige vaarbewijs om te zetten. U ontvangt dan een nieuw vaarbewijs met het ICC.

De Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (Vamex) geeft deze vaarbewijzen af.

De formulieren voor het omruilen van uw vaarbewijs vindt u op de website van Vamex.

Papieren Klein Vaarbewijs niet meer geldig

Sinds 1 januari 2016 is het papieren Klein Vaarbewijs niet meer geldig. U moet dan in het bezit zijn van een vaarbewijspasje.

Heeft u nog een papieren Klein Vaarbewijs? Dan kunt u dit papieren vaarbewijs omruilen voor een vaarbewijspasje via de website van Vamex.

Sportpatent voor het varen op de Rijn

Vaart u met een pleziervaartuig op de Rijn boven het Spijksche Veer (bij Lobith)? Dan valt u onder internationale afspraken. Afhankelijk van de lengte van uw vaartuig heeft u de volgende documenten nodig:

  • voor pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 15 meter: een Klein Vaarbewijs;
  • voor pleziervaartuigen van 15 meter of langer, maar korter dan 25 meter: een Klein Vaarbewijs, een Sportpatent en speciale bewijzen van kennis van riviergedeelten (Streckenpatenten);
  • voor pleziervaartuigen van 25 meter of langer, maar korter dan 35 meter: een klein patent en speciale bewijzen van kennis van riviergedeelten (Streckenpatenten);
  • voor pleziervaartuigen van 35 meter of langer: een groot patent en speciale bewijzen van kennis van riviergedeelten (Streckenpatenten);
  • bij pleziervaartuigen van 35 meter of langer kunt u in plaats van een groot patent ook volstaan met een Nederlands Groot Vaarbewijs.

Bewijzen eigendom pleziervaartuig

Als schipper moet u in het buitenland kunnen aantonen dat u de eigenaar van het pleziervaartuig bent. Hiervoor is in de meeste landen een Internationaal Certificaat Pleziervaartuigen (ICP) nodig. Dit document is in het Engels, Frans en Nederlands opgesteld en bevat de gegevens van de eigenaar.

Daarnaast staat er in het ICP een beschrijving van het schip en de aanwezige apparatuur. U kunt het ICP aanvragen bij de ANWB, de Koninklijke Nederlandsche Motorboot Club (KNMC) of het Watersportverbond.

U kunt uw pleziervaartuig ook laten inschrijven in het binnenschepenregister (voor de Europese binnenwateren), of in het zeeschepenregister (voor de hele wereld) van het Kadaster. U heeft dan geen ICP nodig. Met het inschrijvingsbewijs van 1 van deze registers kunt u uw eigendom aantonen.

Als u uw schip uitleent voor een reis in het buitenland, moet u een zogenaamde machtiging bruikleen vaartuig invullen. Hierin geeft u als eigenaar aan dat u uw boot rechtmatig uitleent.

Andere documenten in het buitenland

Verder heeft u voor het varen in het buitenland vaak de volgende documenten nodig:

  • Een bemanningslijst waarop staat wie op het schip meevaart, inclusief adresgegevens en paspoortnummer.
  • Een bewijs dat de btw voor het schip is betaald. Dit kan een aankoopnota zijn met daarop de btw vermeld of een BTW-verklaring pleziervaartuig van de douane.
  • Bedieningscertificaat en machtiging voor een eventuele marifoon.

Buitenlandse vaarbewijzen in Nederland

In Nederland wordt ook een aantal buitenlandse vaarbewijzen erkend. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft hiervoor een lijst van erkende buitenlandse vaarbewijzen samengesteld.