OV-bedrijven krijgen heel 2022 coronavergoeding

OV-bedrijven kunnen in heel 2022 rekenen op een vergoeding van het Rijk om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Dat heeft het kabinet besloten. De vergoeding was al toegezegd tot september van dit jaar, maar wordt nu doorgetrokken tot het einde van het jaar.

Prognose

Het aantal reizigers dat gebruik maakt van het openbaar vervoer neemt gestaag toe nu de reisbeperkingen en de mondkapjesplicht zijn opgeheven, maar is nog niet terug op het niveau van 2019. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) verwacht dat het aantal reizigers in 2022 gemiddeld op 88% ten opzichte van 2019 uitkomt.

Staatssecretaris Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat: “Het openbaar vervoer zullen we ook in de toekomst keihard nodig hebben. Het openbaar vervoer zorgt ervoor dat dorpen en steden op een duurzame wijze voor iedereen bereikbaar zijn. De OV-bedrijven hebben er tijdens de coronacrisis aan bijgedragen dat ons land in beweging bleef. Mensen met een vitaal beroep, zoals verpleegkundigen, leerkrachten en politieagenten, konden op hun werk komen omdat het openbaar vervoer is blijven rijden. Nu de coronabeperkingen zijn opgeheven, zien we dat steeds meer reizigers het openbaar vervoer weer weten te vinden. Met dit besluit is er voor de reizigers en vervoerders zekerheid dat het OV-aanbod het hele jaar op peil kan blijven.”

Openbaar vervoer van groot belang

Toen in 2020 de coronapandemie uitbrak, liepen de reizigersaantallen in het openbaar vervoer snel terug en daardoor daalden de inkomsten voor OV-bedrijven drastisch. Omdat grote groepen mensen voor hun mobiliteit afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, heeft de overheid vervoersbedrijven toen gevraagd zoveel mogelijk hun gewone dienstregeling te blijven rijden. De vervoerders krijgen daarvoor een beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk.

Reizigers keren terug

Dankzij deze regeling krijgen OV-bedrijven hun kosten grotendeels vergoed en blijft het fijnmazige OV-netwerk voor de reiziger behouden. De regeling ‘ademt mee’ met de reizigersinkomsten. Dat betekent dat de vervoersbedrijven een hogere vergoeding krijgen als er minder mensen gebruik maken van het openbaar vervoer en een lagere als er meer mensen met het openbaar vervoer reizen.

In 2020 hebben vervoerders € 1,2 miljard aan vergoeding gekregen en in 2021 € 1,4 miljard. Omdat reizigers nu weer steeds vaker voor het openbaar vervoer kiezen, is de verwachting dat er dit jaar zo’n € 140 miljoen nodig is om de kosten van OV-bedrijven te vergoeden. Daarnaast kijkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met de sector naar acties om reizigers opnieuw voor het openbaar vervoer te winnen.

De voorspelling van het KiM is dat in 2023 het aantal reizigers in het openbaar vervoer op 97% van het aantal in 2019 uitkomt. Een nieuwe prognose van het KiM wordt in juni verwacht.