Desinformatie en nepnieuws tegengaan

In Nederland hebben desinformatie en nepnieuws nog niet zoveel invloed. Toch vindt de meerderheid van de Nederlanders dat nepnieuws makkelijker herkenbaar moet zijn. De Europese Unie heeft daarover afspraken gemaakt met grote technologiebedrijven zoals Google en Facebook. Het Nederlandse kabinet wil dat mensen zelf nepnieuws beter leren herkennen.

Zorgen om echte informatie en nepberichten op het internet

De meerderheid van de Nederlanders vindt dat nepnieuws makkelijker te herkennen moet zijn. Dat blijkt uit de Mediamonitor 2018 van het Commissariaat voor de Media (pdf, 1,54 MB). Ongeveer driekwart van de Nederlanders vindt het de verantwoordelijkheid van tech- en mediabedrijven om ervoor te zorgen dat nepnieuws makkelijker te herkennen is. Bijvoorbeeld Google en Facebook. 67% vindt dat de overheid dat moet doen.

Europese samenwerking tegen desinformatie en nepnieuws

De Europese Unie vindt desinformatie en nepnieuws ook een probleem. De landen van de EU werken samen met een Europees Actieplan tegen desinformatie. De Nederlandse overheid steunt dit actieplan. Maar wil niet bepalen welke informatie op internet wel of niet klopt. De Nederlandse veiligheidsdiensten houden in de gaten of andere landen in Nederland desinformatie verspreiden. Ook heeft de EU afspraken gemaakt met grote technologiebedrijven. Bijvoorbeeld met Facebook, Google, Twitter en Mozilla.

Mediawijsheid en digitale vaardigheden voor iedereen

Op sommige scholen leren Nederlandse kinderen hoe ze veilig omgaan met het internet. Bijvoorbeeld met speciale lespakketten over mediawijsheid. Daarmee leren ze bijvoorbeeld beter met social media omgaan. En slim informatie zoeken en beoordelen. Maar het kabinet wil graag dat iedereen in Nederland mediawijs en digitaal vaardig is. Daarom wil de overheid de digitale vaardigheden van alle Nederlanders verbeteren.