Kunst- en cultuurbeleid

De Rijksoverheid wil dat zo veel mogelijk mensen in Nederland toegang hebben tot cultuur van hoge kwaliteit. Zij steunt daarom culturele instellingen. Voorbeelden daarvan zijn rijksmusea en orkesten.

Subsidiestelsel voor kunst en cultuur

Culturele instellingen en cultuurfondsen die subsidie van het Rijk krijgen, vormen samen de landelijke basisinfrastructuur. Hieronder vallen de volgende sectoren, genres en vormen:

  • podiumkunsten;
  • musea;
  • beeldende kunst, zoals schilderijen en standbeelden;
  • film;
  • letteren, zoals leesbevordering en literatuuronderwijs;
  • de creatieve industrie: architectuur, design en nieuwe media.

De Rijkscultuurfondsen steunen culturele organisaties, makers en kunstenaars binnen alle bovenstaande culturele gebieden. Op de website Cultuursubsidie.nl staat meer informatie over subsidies voor cultuur.

Rol gemeenten en provincies bij cultuurbeleid

Naast het Rijk spelen ook gemeenten en provincies een rol in de publieke financiering van cultuur. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale cultuurbeleid en voor de voorzieningen van cultuureducatie en amateurkunst. Hieronder vallen bijvoorbeeld:

  • ruimtes voor podiumkunsten en lokale organisaties (zoals toneelverenigingen);
  • financiering van het bestuur van gemeentelijke musea;
  • bibliotheken;
  • muziekscholen.

Provincies geven subsidie aan cultuur die van belang is voor de regio, zoals cultuureducatie en erfgoed. Ook zetten zij zich in voor spreiding van culturele (onderwijs)-voorzieningen in de regio.

Uitgangspunten cultuurbeleid

Het cultuurbeleid van het kabinet richt zich op 5 thema’s:

  • cultuur maakt nieuwsgierig;
  • ruimte voor nieuwe makers en cultuur;
  • een leefomgeving met karakter;
  • cultuur is grenzeloos;
  • een sterke culturele sector.

De plannen staan in meer detail in de brief Cultuur in een open samenleving.

Het cultuurbeleid staat ook in de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

Cultuurbeleid 2021 – 2024: Cultuur voor iedereen

Cultuurbeleid 2021-2024

Cultuur. Nederland barst ervan.

Niet verwonderlijk, want cultuur maakt nieuwsgierig.

Het prikkelt je verbeelding.

Het laat je nieuwe werelden ontdekken.

Cultuur is van iedereen.

Van de makers en hun publiek. Van kleinsten en de oudsten. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, waar je voor staat of wat je geleerd hebt.

Van iedereen.
Van heel Nederland.
En daarbuiten.

Dat wil het kabinet. Maar dat gaat niet vanzelf.

Vandaar dat we de komende jaren extra investeren in cultuur.

Met trots op het huidige aanbod en ruimte voor andere kunstvormen en nieuwe generaties.

Dat doen we samen als gemeenten, provincies en rijk.

We verstrekken subsidie vanuit de basisinfrastructuur en de zes landelijke cultuurfondsen. Daarnaast starten we verschillende programma’s.

De komende periode breiden we de basisinfrastructuur uit met andere genres zoals festivals, ontwikkel-instellingen, jeugdaanbod, regionale musea, en muziekensembles. Voor nieuwe makers en een nieuw publiek.

De zes cultuurfondsen zetten in op vernieuwing, innovatie, verbreding en toegankelijkheid.

Met verschillende programma’s is er extra aandacht en zijn er middelen voor belangrijke thema’s zoals cultuuronderwijs en participatie. Zo zetten we ons in voor een groot bereik.

Een eerlijke beloning voor iedereen die in de sector werkt staat voorop. Dat is een flinke opgave voor alle betrokkenen.

Zo bouwen we als overheden, samen met het culturele veld – en met het nieuwe cultuurstelsel – aan een sterke, aantrekkelijke Nederlandse cultuursector van en voor iedereen.