Passend onderwijs verbeteren

De Rijksoverheid neemt maatregelen om passend onderwijs te verbeteren. Zo mogen leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben, meepraten over deze ondersteuning. En krijgen hun ouders meer informatie over de mogelijke ondersteuning.

Beoordeling passend onderwijs

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aanpak gemaakt om passend onderwijs te verbeteren. Deze aanpak is samen met organisaties gemaakt die betrokken zijn bij passend onderwijs.

De aanpak komt voort uit de evaluatie van passend onderwijs. Hierin is gekeken of de doelen van passend onderwijs worden gehaald. Passend onderwijs moet er namelijk voor zorgen dat elk kind passende ondersteuning krijgt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leerproblemen of gedragsproblemen.

Uit de evaluatie blijkt dat de organisatie om passend onderwijs mogelijk te maken, steeds beter is. Zoals de samenwerking tussen scholen. Maar in de praktijk, in de school en in de klas, lukt het niet altijd om iedere leerling passend onderwijs te geven.

Maatregelen passend onderwijs

De overheid neemt 25 maatregelen om passend onderwijs te  verbeteren.

Maatregelen voor leerlingen en ouders

  • Het recht dat ieder kind heeft om te leren komt in de wet te staan. Dit heet het leerrecht.
  • Er komt een landelijke standaard voor basisondersteuning. Zo weet iedereen wat iedere school (minimaal) aan ondersteuning biedt.
  • Er komt meer informatie over de zorgplicht die scholen hebben. Zo weten ouders en leerlingen dat de school passende ondersteuning moet zoeken. Dit kan op de eigen school, maar ook op een school in de regio zijn.
  • Leerlingen krijgen hoorrecht. Dat betekent dat zij meepraten over hoe hun eigen  ondersteuning eruit komt te zien.
  • Iedere leerling in het voortgezet onderwijs krijgt een vast aanspreekpunt op school.

  • Er komt meer informatie over het ondersteuningsaanbod in de schoolgids.

  • In elke regio komt een ouderpunt  en jeugdinformatiepunt. Hier kunnen leerlingen en ouders naartoe als ze vragen hebben over passend onderwijs. 

  • Er komen meer mogelijkheden om leerlingen met een (zeer) ingewikkelde ondersteuningsbehoefte en hoogbegaafden te helpen. Zo willen we voorkomen dat deze leerlingen thuiszitten.

  • Soms komen onderwijs, gemeenten en (jeugd)zorg niet tot een aanbod voor leerling en ouders. Er komt een wettelijke verplichting voor alle samenwerkende partijen en gemeenten om in zo’n situatie een plan te maken. Op deze manier kan er beter en sneller een oplossing komen (doorbraakaanpak).

  • Het is voor leerlingen en ouders niet altijd duidelijk wat ze kunnen doen, als ze er niet goed uitkomen met een school of het schoolbestuur. Hier komen nu duidelijke afspraken over. Onderwijsconsulenten spelen in zo’n situatie een belangrijke rol. Zij krijgen hiervoor ook de komende jaren subsidie.

  • Komen ouders er echt niet uit met de school of het samenwerkingsverband? Dan kan de landelijke Geschillencommissie Passend Onderwijs (GPO) mogelijk helpen. Deze commissie was tijdelijk, maar wordt nu vast ingesteld.

  • Het is heel belangrijk dat scholen melden wanneer ze een vermoeden van kindermishandeling hebben. Een melding doen omdat ouders en school het niet eens worden over passende ondersteuning (en hun kind daarna thuis houden) moeten niet kunnen. Hierover worden duidelijke afspraken gemaakt.

  • De Inspectie van het onderwijs gaat meer en beter toezicht houden op passende ondersteuning. In het reguliere onderwijs, maar ook op de samenwerkingsverbanden.

Maatregelen voor leraren en schoolleiders

  • De landelijke standaard voor basisondersteuning maakt duidelijk welke taken leraren en schoolleiders hebben, en wat daarvoor nodig is. De samenwerkende partijen spreken af wat elke school aan extra ondersteuning aanbiedt. Ook komt er een handreiking voor leraren en scholen.
  • Leraren worden beter betrokken en krijgen meer inspraak. Ook krijgt de medezeggenschapsraad (MR) instemmingsrecht op de begroting.
  • Scholen moeten beter gebruik maken van de expertise van jeugdhulp. 
  • Leraren krijgen betere voorbereiding op passend onderwijs. Onder andere door meer aandacht voor passend onderwijs tijdens de opleiding.
  • Meer centrale aandacht voor het vertrouwen in het oordeel van de leraar, intern begeleider, ondersteuningscoördinator en schoolleider. Dit moet leiden tot minder administratie voor leraren en scholen. 

Maatregelen voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden

  • Er komen heldere eisen aan besturen en samenwerkingsverbanden.

  • Samenwerkingsverbanden moeten iedere vier jaar het regionale ondersteuningsplan evalueren en aanpassen. Ook krijgt de ondersteuningsplanraad (OPR) instemmingsrecht op de meerjarenbegroting van het samenwerkingsverband. 

  • De organisatie (governance) van samenwerkingsverbanden wordt verder verbeterd.

  • Onnodige organisatiekosten moeten worden voorkomen, zodat er meer geld overblijft voor het bieden van onderwijs. 

  • Onnodige financiële reserves bij samenwerkingsverbanden worden aangepakt.

  • Het Steunpunt Passend Onderwijs krijgt ook de komende vier jaar subsidie.

  • Het praktijkonderwijs blijft een zelftandige schoolsoort. Er wordt bekeken hoe de huidige manier van bekostiging voor leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs gemoderniseerd kan worden.

Lees de volledige verbeteraanpak passend onderwijs.