Verantwoordelijkheid van scholen in passend onderwijs

Gewone basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs moeten leerlingen die extra aandacht nodig hebben ondersteunen. Bijvoorbeeld bij gedragsproblemen. Een paar gewone scholen per regio hebben de taak ook extra begeleiding te bieden.

Basisondersteuning op gewone scholen

Alle samenwerkende gewone scholen in een regio bieden dezelfde basisondersteuning. De scholen bepalen samen wat er onder de basisondersteuning valt. Bijvoorbeeld:

  • hulp voor leerlingen met dyslexie of dyscalculie;
  • programma's gericht op (het voorkomen van) gedragsproblemen;
  • een richtlijn voor medische handelingen.

De kwaliteit van de basisondersteuning moet voldoen aan de normen van de Onderwijsinspectie.

Extra ondersteuning op gewone scholen

Naast de basisondersteuning bieden sommige scholen extra begeleiding aan leerlingen. Bijvoorbeeld een speciale klas voor leerlingen met een gedragsstoornis. Of trainingen in sociale vaardigheden.

Meestal bieden 1 of een paar scholen binnen een regio deze speciale begeleiding aan. Hierbij werken ze soms samen met instellingen voor jeugdzorg en jeugdhulp.

De school geeft in het schoolondersteuningsprofiel aan welke extra begeleiding zij kan geven.

Ontwikkelingsperspectief voor leerlingen met extra begeleiding

Voor alle leerlingen die naast basisondersteuning ook extra ondersteuning krijgen, maakt de school een ontwikkelingsperspectief. In dit perspectief beschrijft de school de onderwijsdoelen voor die leerling. Welk niveau wordt nagestreefd? En wat gaat de leerling doen na de opleiding? Ook staat erin welke extra begeleiding de school biedt. De school overlegt met de ouder over de invulling van het perspectief.

Ondersteuning door speciale school

Leerlingen die speciale of intensieve begeleiding nodig hebben, kunnen naar het speciaal onderwijs. Bijvoorbeeld kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking.