Referentieniveaus taal en rekenen

De referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen schrijven voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen. De referentieniveaus gelden voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

Referentieniveaus

De referentieniveaus taal en rekenen staan in de regelgeving. Alle referentieniveaus samen vormen het referentiekader voor taal en rekenen. Dit referentiekader vormt de basis van het onderwijs in de Nederlandse taal en rekenen. Het referentiekader geldt voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en het mbo.

Voor zeer moeilijk lerende (zml) of meervoudig gehandicapte (zml-mg) leerlingen gelden geen referentieniveaus.

Fundamentele niveaus en streefniveaus onderwijs

Het referentiekader bestaat uit fundamentele niveaus en streefniveaus. Het fundamentele niveau (F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau (S-niveau) is voor leerlingen die meer aankunnen.

Voor leerlingen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en mbo gelden de volgende eindniveaus voor de rekentoets:

  • basisonderwijs: niveau 1F;
  • vmbo , mbo-1, mbo-2 en mbo-3: niveau 2F;
  • havo en mbo-4: niveau 3F;
  • vwo: rekenen niveau 3F en taal niveau 4F. 

Niveaus rekenen vmbo-bb, mbo-2 en entreeopleiding

Leerlingen op het vmbo-bb en mbo-2 maken vanaf schooljaar 2016-2017 rekenexamens op het niveau 2A. Dit zijn pilots. Studenten kunnen hun resultaat op (de bijlage van) hun cijferlijst laten plaatsen. 

Referentieniveaus Nederlandse taal

De referentieniveaus taal hebben 4 hoofdonderwerpen (domeinen):

  • mondelinge taalvaardigheid (gesprek voeren, luisteren en spreken);
  • leesvaardigheid (onder andere zakelijke en literaire teksten lezen);
  • schrijfvaardigheid (bijvoorbeeld een opstel of sollicitatiebrief schrijven);
  • begrippenlijst (bijvoorbeeld kennis van begrippen als klinker, zelfstandig naamwoord of spreekwoord) en taalverzorging (taal correct toepassen).

Referentieniveaus rekenen

De referentieniveaus rekenen hebben 4 hoofdonderwerpen (domeinen):

  • getallen;
  • verhoudingen;
  • meten en meetkunde;
  • verbanden.

Beter onderwijs door referentieniveaus

Referentieniveaus helpen scholen om hun onderwijs in taal en rekenen te verbeteren. Voordelen van de referentieniveaus zijn:

  • Referentieniveaus omschrijven duidelijk welke vaardigheden leerlingen op bepaalde momenten moeten hebben. Scholen kunnen zo beter hun doelen stellen en hun onderwijs hierop afstemmen. 
  • Scholen kunnen de leerprestaties van hun leerlingen beter meten en bijsturen. 
  • Het onderwijs van de verschillende schooltypen sluit beter op elkaar aan. 
  • Als een leerling naar een andere school overstapt, is duidelijk welk niveau hij heeft. De nieuwe school kan bijvoorbeeld zien of de leerling extra hulp nodig heeft.