Lerarentekort in het primair onderwijs

Het lerarentekort wordt op een aantal plekken in Nederland steeds meer zichtbaar. Veel leraren gaan de komende jaren met pensioen en de instroom van jonge leraren is niet genoeg om alle vacatures te vullen.

Omvang van het tekort

Het is onmogelijk om aan te geven hoe groot het tekort op dit moment  is. Dan zou het ministerie van OCW alle scholen moeten vragen om de openstaande vacatures voortdurend centraal te registreren. Dat zou tot meer administratie leiden en wat ten koste zou gaan van het onderwijs.

Ramingen

OCW onderzoekt of er in de toekomst tekorten verwacht worden. Dat worden ramingen genoemd. Deze ramingen hebben invloed op de werkelijkheid. Zo kan een bericht over tekorten in het onderwijs ervoor zorgen dat iemand juist naar de pabo gaat, omdat een baan daarna vrij zeker is.

Op verschillende plekken wordt een tekort van 900 leraren in het basisonderwijs genoemd. Dat getal berust op een misverstand. 900 is het aantal openstaande vacatures. Maar het aantal openstaande vacatures is niet gelijk aan het tekort. Er zijn immers ook vacatures die (op korte termijn) ingevuld worden.

Op basis van de nieuwste ramingen is de schatting  dat als er niets verandert, het lerarentekort in 2020 oploopt naar 4.000 fte. En dat als we niets doen, dit tekort in 2025 oploopt naar 10.000 fte. Samen met werkgevers, bonden en gemeenten werkt de overheid aan het tegengaan van het tekort. 

Verwachte tekorten leraren en directeuren PO in fte, 2015-2025
fte
20152
2016124
2017678
20181824
20192909
20204053
20214909
20226086
20237378
20248838
202510537
CentERdata Brontabel als csv (123 bytes)

Krimpende bevolking

Een deel van Nederland heeft te maken met een krimpende bevolking. In deze regio’s is sprake van een leerlingendaling, met vanzelfsprekend minder behoefte aan leraren.

In de Randstad, en met name de grote steden, is de laatste jaren sprake van een groei van het aantal leerlingen. Daar is juist behoefte aan meer leraren. In Amsterdam speelt volgend schooljaar een tekort van 1,6 procent, in Rotterdam 1,7 procent en in Den Haag 1,5 procent. Dat kan, als er geen actie wordt ondernomen, in 2020 oplopen tot respectievelijk 7,8, 6,8 en 5,8 procent. Ook is er nu al krapte in Groningen en Nijmegen-Arnhem. In andere regio’s zijn de problemen nog niet aanwezig of veel kleiner.

Verwachte tekorten leraren en directeuren po, RPA-regio

Verwachte tekorten leraren en directeuren po, RPA-regio

Bevoegd voor de klas

Zo nu en dan lees je dat er leraren zonder de juiste papieren voor de klas staan. Scholen in nood  zouden bijvoorbeeld leerlingen van de pabo zelfstandig een klas laten draaien.

Het is niet toegestaan om leraren zonder bevoegdheid onderwijs te laten geven. Gelukkig komt de Inspectie van het Onderwijs nauwelijks tegen dat er op basisscholen les wordt gegeven zonder de juiste diploma’s. Schoolbesturen letten hier ook scherp op, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Indien nodig kunnen scholen en besturen worden aangesproken.

Het kan gebeuren dat pabo-studenten voor de klas staan, maar dan altijd onder begeleiding van een docent, die wel bevoegd is. Op die manier kunnen ze de vereiste ervaring opdoen. Ook mogen ze ondersteunende werkzaamheden verrichten. Maar het uitgangspunt is dat pabo-studenten de juiste begeleiding verdienen om zich goed te kunnen ontwikkelen. Daardoor mogen zij niet zelfstandig voor de klas.

Er zijn twee uitzonderingen op de regels:  

  • Leraren in opleiding (LIO) mogen zelfstandig lesgeven als ze een duale opleiding volgen en de student minimaal 180 studiepunten heeft behaald of dat binnen 4 weken zal halen. Dan moet er een overeenkomst zijn tussen student en bevoegd gezag, waarin onder andere staat onder de verantwoordelijkheid van welke bevoegde leraar de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
  • Zij-instromers die het traject zij-instroom in het beroep volgen, hebben een maatwerktraject van maximaal twee jaar, afgestemd op eerdere opleidings- en werkervaring. Zij-instromers staan vanaf het begin van het traject al zelfstandig voor de klas. Voordat zij hiervoor in aanmerking komen moeten ze een geschiktheidsonderzoek met succes afronden.

Plan van aanpak

Om te voorkomen dat de ramingen voor het lerarentekort uitkomen, hebben minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker een plan van aanpak  opgesteld. Het plan heeft zes hoofdlijnen:

  • In-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen.
    Het Arbeidsmarktplatform PO start in september 2017 met een twee jaar durende campagne om het imago van het beroep te versterken.
  • Zij-instroom bevorderen.
    Een van de acties: OCW gaat met enkele organisaties  een pact te sluiten om een deel van hun personeel voor een deel van hun tijd vrij te maken om les te geven in het onderwijs.
  • Behoud van leraren.
    Een van de acties: Schoolbesturen vergroten de inzetbaarheid van het personeel, bijvoorbeeld door parttimers te vragen meer te werken.
  • Stille reserve (mensen met een onderwijsbevoegdheid die niet in het onderwijs werken).
    Een van de acties: Het Participatiefonds organiseert speeddates tussen werkgevers en uitkeringsgerechtigden om leraren die met een uitkering thuis zitten aan een baan in het onderwijs te helpen.
  • Beloning en carrièreperspectief.
    Een van de acties: Er zijn afspraken gemaakt over de doorgroeimogelijkheden van leraren. 2% van de leraren zou in de hoogste salarisschaal moeten zitten en 40% in de een-na-hoogste schaal. In de praktijk is dit 0,2% en 26%. Hier is dus nog veel ruimte om leraren beter te belonen.
  • Anders organiseren en innovatieve ideeën.
    Het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) verzamelt nog voor de zomer van 2017 goede voorbeelden.

Leraar worden

Informatie over hoe u leraar wordt staat onder vragen en antwoorden.