Lerarentekort in het primair onderwijs

Het lerarentekort in het primair onderwijs wordt steeds meer zichtbaar. Op de meeste scholen is het voor dit schooljaar gelukt het team rond te krijgen. Maar de grens is bereikt. Daarom werkt de Rijksoverheid aan een duurzame oplossing voor dit probleem. Daarbij is de inzet nodig van alle partijen. Bijvoorbeeld het onderwijspersoneel, de vakbonden en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Plan van aanpak

De aanpak van het lerarentekort vraagt inzet van alle betrokkenen. Zo zijn de opleidingen verantwoordelijk voor het goed en flexibel opleiden, besturen en scholen voor goed personeelsbeleid. OCW zorgt voor randvoorwaarden zoals financiële maatregelen. Ook gemeenten, bedrijfsleven en andere partners zetten zich in om het lerarentekort aan te pakken.

Er wordt via 6 hoofdlijnen gewerkt aan het lerarentekort:

  • In-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen
    Het kabinet halveert het collegegeld de eerste 2 jaar van de lerarenopleidingen, waaronder de pabo. Dat gebeurt om het kiezen voor een lerarenopleiding aantrekkelijker te maken. Toekomstige pabostudenten kunnen zich voorbereiden via de website Goed voorbereid naar de pabo. Daar is meer informatie over de toelatingseisen en het beschikbare ondersteuningsaanbod te vinden.
  • Zij-instroom bevorderen
    De zij-instroomregeling is per 1 september 2017 uitgebreid. Zo kan een bredere groep leraren deze regeling benutten. Ook worden de mogelijkheden verruimd voor zij-instroom voor studenten met een achtergrond in het hoger onderwijs aan een (verkorte) deeltijd pabo. Zij mogen na het behalen van een aantal mijlpalen tijdens hun studie voor de klas.
  • Behoud van leraren
    Door strategischer personeelsbeleid te voeren kunnen werkgevers bijdragen aan een aantrekkelijk beroep, nieuwe leraren aantrekken en leraren die al voor de klas staan vasthouden. Ook hebben werkgevers een verantwoordelijkheid in het verlagen van het ziekteverzuim en het verhogen van de deeltijdfactor. Het ministerie van OCW ondersteunt de werkgevers waar mogelijk. Om de werkdruk te verminderen, stelt het kabinet structureel € 430 miljoen beschikbaar. Met dit geld kunnen scholen maatregelen nemen.
  • Stille reserve
    De stille reserve bestaat uit mensen die wel een onderwijsbevoegdheid hebben, maar niet (meer) in het onderwijs werken. OCW zoekt continu nieuwe manieren om deze groep mensen te benaderen. Zo is er een subsidieregeling voor herintreders. In de regio’s kan ook verbinding worden gelegd met de nieuwe aanpak van het Participatiefonds voor mensen met een uitkering in het primair onderwijs. Het doel van deze aanpak die in september 2018 start, is om binnen 2 jaar tijd 1.000 uitkeringsgerechtigden duurzaam aan de slag te krijgen. Ook organiseert het Participatiefonds speeddates tussen werkgevers en uitkeringsgerechtigden om leraren die met een uitkering thuis zitten aan een baan in het onderwijs te helpen.
  • Beloning en carrièreperspectief
    OCW investeert € 270 miljoen in de salarissen van leraren in het primair onderwijs. Met het nieuwe cao-akkoord krijgen leraren in het primair onderwijs gemiddeld 8,5% meer salaris in 2018. Vanaf 2019 worden de functiemixmiddelen in 2 stappen in de salarissen verwerkt, waardoor er nog eens 1% bijkomt.
  • Anders organiseren en innovatieve ideeën
    Scholen kunnen hun onderwijs anders organiseren. Dat kan op een manier waarbij met minder leraren voor eenzelfde hoeveelheid leerlingen wordt les gegeven (bijvoorbeeld in units). Het kan ook op andere manieren. Bijvoorbeeld waarbij leraren meer tijd over houden voor hun eigen ontwikkeling of om de werkdruk te verlagen. Het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) verzamelt goede voorbeelden van het anders organiseren van onderwijs.

Bevoegd voor de klas

Binnen het onderwijs werken veel verschillende onderwijsprofessionals. Zij dragen allemaal op hun eigen manier bij aan goed onderwijs. Niet iedereen mag (zelfstandig) voor de klas staan. Alleen in uitzonderlijke gevallen van overmacht kan er gekozen worden voor noodmaatregelen.

Handreiking voor scholen over het lerarentekort

Op de meeste basisscholen en scholen voor speciaal (basis)onderwijs is het dit schooljaar gelukt het team rond te krijgen. Maar de grens is bereikt. Dit levert problemen op als er onverwachts leraren uitvallen. 

Schoolleiders en besturen in het primair onderwijs vragen zich af welke oplossingen toegestaan zijn. De handreiking ‘Een lerarentekort op uw school? Wat is er mogelijk en waar moet u op letten?’ is een hulpmiddel voor scholen bij het maken van keuzes als de nood hoog is. En als tijdelijke maatregelen nodig zijn. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de onderwijsinspectie hebben deze brochure samen opgesteld. 
 

Invalkrachten primair onderwijs mogen vaker invallen

Vanaf schooljaar 2018-2019 mogen scholen invalkrachten meerdere tijdelijke contracten achter elkaar aanbieden als zij zieke leraren vervangen. De regels over de ketenbepaling voor tijdelijke contracten  zijn voor invalwerk binnen het primair onderwijs lastig in te passen. Daarom geldt nu een uitzondering.

Leraar worden

Informatie over hoe u leraar wordt staat onder vragen en antwoorden. U kunt ook de checklist word leraar invullen.

Omvang van het tekort

Het is onmogelijk om aan te geven hoe groot het tekort op dit moment is. Het kan namelijk iedere dag anders zijn. Het ministerie van OCW zou alle scholen moeten vragen om de openstaande vacatures voortdurend centraal te registreren. Dat zou tot meer administratie leiden, wat ten koste zou gaan van het onderwijs.

Ramingen

OCW onderzoekt of er in de toekomst tekorten verwacht worden. Dat worden ramingen genoemd. Deze ramingen hebben invloed op de werkelijkheid. Zo kan een bericht over tekorten in het onderwijs ervoor zorgen dat iemand juist naar de pabo gaat, omdat een baan daarna vrij zeker is.

Ramingen staan niet gelijk aan het aantal vacatures. De ramingen gaan over het aantal voltijdbanen (fte) dat niet kan worden ingevuld. Vacatures gaan niet altijd over voltijdbanen, maar ook over deeltijdbanen. Bovendien kan een deel van de vacatures (op korte termijn) worden ingevuld.

Op basis van de ramingen in 2016 was de schatting dat, als er niets verandert, het lerarentekort in 2020 oploopt naar 4.000 fte. En dat als we niets doen, dit tekort in 2025 oploopt naar 10.000 fte. Samen met werkgevers, bonden en gemeenten werkt de overheid aan het tegengaan van het tekort.
In 2017 zijn deze ramingen geactualiseerd. In 2022 wordt een tekort verwacht van ruim 4.100 fte en in 2027 een tekort van 11.000. De ramingen verschillen nog altijd sterk per regio.

Krimpende bevolking

Een deel van Nederland heeft te maken met een krimpende bevolking. In deze regio’s is sprake van een leerlingendaling, met vanzelfsprekend minder behoefte aan leraren.

In de Randstad, en met name de grote steden, is de laatste jaren sprake van een groei van het aantal leerlingen. Daar is juist behoefte aan meer leraren. In Amsterdam speelt volgend schooljaar een tekort van 3,4%, in Rotterdam 2,7% en in Den Haag 2%. Dat kan, als er geen actie wordt ondernomen, in 2020 oplopen tot respectievelijk 8,4%, 6,6% en 4,7%. In andere regio’s zijn de problemen nog niet aanwezig of veel kleiner.

Tekorten leraren en directeuren primair onderwijs in fte raming 2017
Jaarfte
20181442
20192322
20203124
20213714
20224126
20234787
20245643
20257202
20268782
202710847
Brontabel als csv (121 bytes)

Documenten