Inleidend statement persconferentie na ministerraad 27 februari 2026

Inleidend statement van minister-president Jetten tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad. 

Minister-president Jetten: Ja, goedemiddag allemaal. Voor mijn gevoel ben ik al de hele week eindeloos aan het woord en in beeld. Maar ik ben blij dat u toch de moeite heeft genomen om hier vanmiddag aanwezig te zijn bij de allereerste persconferentie van dit nieuwe kabinet. Ik beloof dat ik mijn inleiding zo kort mogelijk zal houden, zodat jullie alle ruimte hebben voor het stellen van vragen. En hoewel je misschien zou denken na twee dagen debat in de Kamer dat alle vragen wel zijn gesteld, ben ik toch gewaarschuwd dat je op deze vrijdagse persconferentie op alle onderwerpen voorbereid moet zijn. Dus ik ben erg benieuwd wat mij zo meteen te wachten staat. Maar het is een hele mooie traditie. Ik heb in Rutte 4 als vicepremier een aantal keren de ministerraad mogen voorzitten. Maar toen was er ook vanwege de demissionaire periode geen ministerraad. Dus dit is voor mij echt de allereerste keer. Maar ik zet als minister-president graag deze traditie voort.

Deze eerste week zou ik zelf willen typeren als toch wel een vliegende en razende start. Met natuurlijk de beëdiging van het nieuwe kabinet, twee dagen debat in de Tweede Kamer, maar daarnaast ook de huldiging van de Olympische medaillewinnaars en heel veel bijeenkomsten voor en achter de schermen. En hoewel we nog maar net zijn begonnen, hoop ik dat na deze eerste week voor iedereen duidelijk is dat dit kabinet er zin in heeft om echt aan het werk te gaan. En dat het een kabinet wil zijn dat grote keuzes maakt voor de toekomst van Nederland zodat ons land weer in beweging komt. Een kabinet dat werkt op basis van optimisme en realisme.

Maar zeker ook een kabinet dat de samenwerking opzoekt. En ik zag al een paar mooie montages op tv voorbij komen waarin het aantal keren dat ik het woord ‘samen’ gebruik achter elkaar was geplakt. Maar ik moet u waarschuwen, dat zal zeker niet de laatste keer zijn geweest want het werd de afgelopen twee dagen in de Tweede Kamer ook wel duidelijk: dit kabinet steunt op een minderheid van 66 zetels van de coalitie. En wij zullen echt moeite moeten doen om die samenwerking op te zoeken. En daar hechten we ook heel veel waarde aan. En ik denk dat dat ook zichtbaar is geweest in het debat. Niet alleen vanuit het kabinet, maar zeker ook in de interactie tussen coalitie en oppositie waar de eerste bruggen werden geslagen.

Bijvoorbeeld om te kijken hoe we in deze kabinetsperiode de armoede nog beter kunnen voorkomen. Met de motie van GroenLinks-PvdA, de ChristenUnie en 50PLUS. Maar ook via het voorstel van de SGP en de groep-Markuszower om te zoeken naar verbeteringen in de plannen van het kabinet om de AOW toekomstbestendiger te maken. En dit inhoudelijke debat, waar ook echt een aantal inhoudelijke stappen werden gezet door coalitie- en oppositiefracties geeft mij ook het vertrouwen dat we de komende tijd die samenwerking in de Kamer ook echt in de praktijk kunnen gaan brengen.

En we zullen als kabinet altijd heel serieus gaan kijken naar de alternatieven die worden aangedragen. Het zoeken naar die samenwerking beperkt zich niet alleen tot het binnenland. Ik heb in deze eerste week ook meteen een aantal internationale contacten en gesprekken mogen voeren. En niet voor niets belde ik op mijn eerste werkdag met president Zelensky, de president van Oekraïne, om hem te verzekeren van de voortdurende Nederlandse steun aan Oekraïne zolang die Russische oorlog daar voortduurt. En dinsdag nam ik ook deel aan de digitale bijeenkomst van de Coalition of the Willing, een belangrijke groep bondgenoten. En ik zal zelf op vrij korte termijn ook Oekraïne zelf bezoeken.

Tot slot aankomende week reis ik onder andere naar Brussel om daar te spreken met de belangrijkste aanvoerders van de Europese instellingen. Ursula von der Leyen van de Europese Commissie, António Costa van de Europese Raad en ook de voorzitter van het Europese Parlement, Roberta Metsola. Ik zal daarna een ontmoeting hebben met Mark Rutte in zijn rol als secretaris-generaal van de NAVO en met de Belgische eerste minister, de heer Bart de Wever. Later zullen we u ook informeren wanneer we, en dat zal op korte termijn plaatsvinden, de eerste bilaterale ontmoetingen hebben met andere Europese regeringsleiders. In het bijzonder natuurlijk onze belangrijke bondgenoten Duitsland en Frankrijk. Daar laat ik het graag bij. En dan is het nu aan u.