Telecombedrijven moeten zich houden aan regels van de overheid. Bijvoorbeeld regels voor gegevensbescherming en telefoonnummers. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), Autoriteit Consument en Markt (ACM) en Autoriteit Persoonsgegevens (AP) controleren of de regels goed worden toegepast.
Betrouwbare telecommunicatie
Telecommunicatie moet betrouwbaar zijn. Mensen moeten overal goed bereik hebben. Telecombedrijven moeten netwerkstoringen voorkomen, zodat noodnummers altijd bereikbaar zijn. Ook moeten telecombedrijven ervoor zorgen dat de netwerken geschikt zijn voor de nieuwste technieken en apparaten.
Regels voor telecombedrijven
Telecombedrijven moeten zich houden aan regels uit de Telecommunicatiewet. Deze wet gaat onder meer over:
- frequentiebeleid;
- beleid voor telefoonnummers;
- bescherming van consumenten;
- veiligheid van netwerken;
- bescherming van privacy;
- vergoeding bij storingen langer dan 12 uur.
Toezicht op Telecommunicatiewet
3 overheidsorganisaties houden toezicht op de Telecommunicatiewet:
- De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) controleert of de Telecommunicatiewet goed uitgevoerd wordt. Het agentschap richt zich vooral op goed gebruik van frequenties, voor bijvoorbeeld mobiele telefonie.
- De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet erop toe dat bedrijven eerlijk concurreren en beschermt ook consumentenbelangen.
- De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) let op dat bedrijven persoonsgegevens op de juiste, veilige manier verwerken.
Bescherming bij overname telecombedrijf
Het kabinet kan overnames in de telecomsector verbieden of terugdraaien. Dat kan wanneer de overheid denkt dat de veiligheid van het land in gevaar kan komen. Omdat bijvoorbeeld telefoons niet meer goed kunnen werken. Of als het internet uit kan vallen. Dit staat in de Telecommunicatiewet en is verder uitgewerkt in het Besluit ongewenste zeggenschap Telecommunicatie.