Scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs zijn wettelijk verplicht burgerschapsonderwijs aan te bieden. Dit geldt ook voor scholen in Caribisch Nederland. De Inspectie van het Onderwijs controleert of scholen aan deze verplichting voldoen.

Wat burgerschapsonderwijs is

Burgerschapsonderwijs heeft als doel om actief burgerschap en sociale cohesie te bevorderen. Dat houdt in dat mensen zich betrokken voelen bij de samenleving en respect hebben voor elkaar. Ook als ze het soms niet met elkaar eens zijn. 

Burgerschapsonderwijs leert leerlingen ook over de democratische rechtsstaat. En stimuleert leerlingen in de ontwikkeling van sociale en maatschappelijke vaardigheden. Denk aan vaardigheden als de eigen standpunten uitdrukken. Of luisteren naar de argumenten van anderen. 

Burgerschapsonderwijs is een wettelijke verplichting

De wettelijke burgerschapsopdracht en de kerndoelen burgerschap bepalen samen waar scholen met hun burgerschapsonderwijs aan moeten voldoen. Meer informatie over de inhoud van de wettelijke burgerschapsopdracht en de kerndoelen burgerschap, en hoe die zich tot elkaar verhouden, staat in een infographic. 

Wettelijke burgerschapsopdracht

De wettelijke burgerschapsopdracht is een algemene opdracht aan de school. De school moet voldoen op 3 onderdelen: 

  • onderwijsinhoud
  • schoolcultuur
  • vorm (doelgericht, samenhangend en herkenbaar)

Kerndoelen burgerschapsonderwijs 

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) kerndoelen burgerschap gepubliceerd. De kerndoelen laten zien waar scholen in ieder geval aandacht aan moeten besteden op het onderdeel onderwijsinhoud. En waar leerlingen in ieder geval over moeten leren. Bijvoorbeeld de basiswaarden van de democratische rechtsstaat. 

De nieuwe kerndoelen worden per 1 augustus 2027 opgenomen in de wet. Scholen hebben dan tot augustus 2031 om de nieuwe kerndoelen te implementeren. Daarna houdt de inspectie toezicht op de nieuwe kerndoelen. Scholen kunnen de kerndoelen nu al gebruiken. 

Scholen bepalen zelf hoe ze burgerschapsonderwijs inrichten

Scholen hebben ruimte voor een eigen visie op hoe ze hun onderwijs inrichten. Dit geldt ook voor het burgerschapsonderwijs. Dat volgt uit de vrijheid van onderwijs, die in de Grondwet is vastgelegd. 

Vanuit de vrijheid van onderwijs hebben scholen ook de ruimte om hun eigen levensovertuiging in het onderwijs over te dragen aan leerlingen. Wel binnen de grenzen van de wettelijke burgerschapsopdracht. Zo mogen scholen met een religieuze grondslag in hun onderwijs leren dat hun religie de enige juiste is. Tegelijkertijd moet de school leerlingen dan wel bijbrengen dat mensen die geen of een andere religie hebben gelijkwaardig zijn aan henzelf. Dat is belangrijk om de veiligheid van leerlingen op school te kunnen bewaken. 

Hulp bij vormgeven burgerschapsonderwijs

Het Expertisepunt Burgerschap (EB) helpt scholen op weg bij het vormgeven van het burgerschapsonderwijs. Het EB ontvangt hiervoor subsidie van het ministerie van OCW. Het EB deelt informatie, tips en inspiratie voor scholen in het primair onderwijs, het gespecialiseerd onderwijs en het voortgezet onderwijs.

Het EB heeft een 6-stappenplan ontwikkeld. Dit kan voor scholen een hulpmiddel zijn om burgerschapsonderwijs planmatig vorm te geven.

Toezicht door de Inspectie van het Onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt of scholen voldoen aan de wettelijke eisen voor burgerschapsonderwijs.

Inspectie beoordeelt nog niet op monitoring

De inspectie beoordeelt scholen nog niet op de monitoring van hun burgerschapsonderwijs. Daarop houdt de inspectie alleen stimulerend toezicht. Dat betekent dat de inspectie nu nog geen herstelopdracht of andere maatregel geeft. De inspectie beoordeelt hier pas op als scholen meer ervaring hebben met monitoring. En als hier meer instrumenten voor zijn.

Veelgestelde vragen over burgerschapsonderwijs