Voorjaarsnota 2024: extra geld voor Oekraïne, decentrale overheden en Defensie

Het kabinet trekt extra geld uit voor Oekraïne, decentrale overheden en Defensie. Voor militaire- en humanitaire steun aan Oekraïne komt 4,4 miljard voor de periode 2024-2026 aanvullend beschikbaar. Decentrale overheden krijgen structureel 715 miljoen vanaf 2026 om de oploop van de opschalingskorting op het Gemeente- en Provinciefonds af te schaffen, waardoor taken en middelen beter in balans zijn. Defensie ontvangt in 2028 incidenteel 500 miljoen extra voor versterking van de luchtverdediging en munitie van de eigen krijgsmacht. Deze extra uitgaven komen uit meevallers op de diverse begrotingen, met als resultaat een gedekte begroting. Het EMU-saldo komt in 2024 uit op -2,5% en in 2025 op -2,8%. De EMU-schuld komt in 2024 uit op 47,2% van het bruto binnenlands product (bbp) en in 2025 op 49,3%.

Dit staat in de Voorjaarsnota 2024 waarmee het kabinet akkoord is gegaan. De nota bevat naast een eerste update van de Miljoenennota 2024 ook een meerjarig beeld van zowel de uitgaven als hoofdlijnen van de inkomsten over 2024 en verdere jaren. Minister van Weyenberg van Financiën heeft de nota vandaag naar de Tweede Kamer gestuurd.

Minister Van Weyenberg:De overheidsfinanciën staan er in 2024 beter voor dan op Prinsjesdag vorig jaar werd verwacht. Dit komt enerzijds doordat de economie licht is verbeterd en dat is goed nieuws. En anderzijds doordat er meer onderuitputting is: we slagen er niet in om al het geld dat voor 2024 gereserveerd was, ook uit te geven. Dat komt onder andere door een combinatie van een ambitieuze investeringsagenda en een zeer krappe arbeidsmarkt. Voor de toekomst is het daarom belangrijk dat de begrotingen zo realistisch mogelijk worden opgesteld en goed wordt gekeken of alle plannen wel kunnen worden uitgevoerd.”

Uitgaven

Het kabinet blijft missionair handelen op belangrijke dossiers die niet kunnen wachten. Zo stelt het kabinet voor militaire- en humanitaire steun aan Oekraïne voor de periode 2024-2026 in totaal 4,4 miljard euro aanvullend  beschikbaar. Verder trekt het kabinet 0,5 miljard euro in 2025 extra uit om recht te doen aan het leed van de getroffen bewoners in het aardbevingsgebied. Voor de hersteloperatie Toeslagen maakt het kabinet ook meer geld vrij, 0,4 miljard euro in 2024 en 0,9 miljard euro in 2025.

Het kabinet heeft meerjarig middelen ter beschikking gesteld om knelpunten aan te pakken in de Nederlandse microchipsector, die deels zijn gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds.

De begroting kent enkele grote tegenvallers, zoals kosten voor de crisisnoodopvang van asielzoekers en de gasbaten. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) krijgt voor nieuwe of om bestaande locaties voor (crisis)noodopvang langer open te houden 375 miljoen euro in 2024 en 700 miljoen euro in 2025 extra. Het kabinet verwerkt net zoals bij Voorjaarsnota 2023 de asielraming incidenteel in de periode 2024 tot en met 2026. Het kabinet heeft ruimte gevonden voor de extra uitgaven in meevallers bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Het kabinet heeft een deel van de begrotingsmiddelen naar volgende jaren geplaatst. Met deze zogeheten kasschuiven wordt de begroting ook realistischer gemaakt. In totaal is 5,2 miljard euro uit 2024 naar latere jaren geschoven en 4,1 miljard euro uit 2025. In augustus bekijkt het kabinet of meer nodig is om tot een realistische begroting te komen.

Inkomsten

Het demissionaire kabinet heeft besloten om emissievrije personenauto’s vanaf 2026 korting op de motorrijtuigenbelasting te geven van 40%, aflopend naar 35% in 2029 en 30% in 2030. Zo wil het demissionaire kabinet de aanschaf van emissievrije auto’s de komende jaren verder stimuleren.

Bij de inkomsten waren dit jaar tegenvallers. De Kamer draaide eind vorig jaar enkele maatregelen uit het Belastingplan terug, zoals het afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen en het afschaffen van energiebelasting voor zware industrie. Dit kostte de staat een half miljard euro in 2025 en bijna een miljard structureel. Voor de dekking van deze tegenvallers heeft het kabinet in deze Voorjaarsnota een technische invulling afgesproken, zoals bijvoorbeeld een hogere energiebelasting voor de hogere schijven en een vermindering op de mkb-winstvrijstelling.

Staatssecretaris Van Rij: “Ons doel was een volledige dekking af te spreken, ook aan de inkomstenkant. Daar zijn we in goede samenwerking in geslaagd. Hierdoor zijn de inkomsten en uitgaven weer in balans. Op dit moment is de technische invulling van de dekking gedaan om het kader te sluiten. Dit betekent dat het kabinet deze dekking in augustus kan heroverwegen en deze tegenvallers op een andere manier kan dekken.”

EMU-saldo

Het EMU-saldo voor 2024 wordt geraamd op -2,5% van het bbp. Dit is iets gunstiger dan de raming in de Miljoenennota 2024. Deze verbetering komt voor een deel doordat de planning van meerjarige uitgaven naar latere jaren is geschoven, waardoor deze middelen later tot besteding komen. Dit betekent ook dat deze uitgaven doorwerken in het EMU-saldo in latere jaren. De verwachting is dat het EMU-saldo in 2025 uitkomt op -2,8%. De EMU-schuld komt in 2024 uit op 47,2% en in 2025 op 49,3% van het bruto binnenlands product (bbp).

Met de voorstellen uit deze Voorjaarsnota heeft het kabinet een evenwichtig pakket van uitgaven en inkomsten gemaakt, dat valt binnen de Europese begrotingsregels in 2024 en 2025. Het is aan een volgend kabinet om in deze context verdere keuzes te maken.