Ministerraad akkoord: Oorlogsarchief zo snel mogelijk digitaal toegankelijk
Om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) voor iedereen volledig online doorzoekbaar te maken, met context en gekoppeld aan andere oorlogsbronnen, is de ministerraad akkoord gegaan met een wijziging van de Archiefwet. De wijziging van de Archiefwet moet ervoor zorgen dat er een betere balans komt tussen het beschermen van persoonsgegevens en de toegang tot overheidsinformatie en cultureel erfgoed. De gewijzigde wet gaat ter ondertekening naar de Koning en daarna naar de Tweede Kamer.
Minister Moes van Onderwijs Cultuur en Wetenschap: “Een online doorzoekbaar CABR is belangrijk. En liefst zo snel mogelijk. Veel mensen zijn op zoek naar informatie. Ook mensen op hoge leeftijd, die nog steeds op zoek zijn naar antwoorden op hun vragen over het lot van hun dierbaren in de Tweede Wereldoorlog. En niet alleen voor hen; het is ook essentieel dat iedereen kan leren over de Tweede Wereldoorlog en daar onderzoek naar kan doen. Zeker nu er steeds minder ooggetuigen nog in leven zijn, worden archiefstukken belangrijker om het verhaal van de Tweede Wereldoorlog te vertellen.’’
Het CABR is het grootste en meest geraadpleegde archief over de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In het archief zijn dossiers opgenomen van personen die na de Tweede Wereldoorlog onderzocht zijn omdat ze verdacht werden van collaboratie met de Duitse bezetter. Het bevat daarmee ook veel informatie over slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Het doel van het project Oorlog voor de Rechter is om dit archief na digitalisering via internet voor iedereen, voorzien van context en woordelijk doorzoekbaar, toegankelijk te maken. Het voornemen om het archief online te plaatsen leidde tot een formele waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) omdat de wettelijke grondslag ontbrak.
Archieven met groot maatschappelijk belang
Met de wijziging van de Archiefwet komt er een wettelijke basis voor het online toegankelijk maken van archieven die van groot maatschappelijk belang zijn, namelijk die over oorlog, genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Voor deze archieven geldt vaak dat het niet geheel is uitgesloten dat er bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens in voorkomen van mensen die nog in leven zijn. Hier moet rekening mee worden gehouden. Het wetsvoorstel voorziet dan ook in passende maatregelen die gericht zijn op het beschermen van persoonsgegevens. Het wetsvoorstel verplicht bijvoorbeeld om te voorzien in een mogelijkheid om een melding te doen als er persoonsgegevens van nog levende personen in de online versie van het archief staan.
Alle meningen die via een internetconsultatie zijn binnengekomen en de adviezen van de AP, het adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI), de algemene rijksarchivaris en het Adviescollege Toetsing Regeldruk (AcTR) zijn gewogen en verwerkt in de wetswijziging. De Raad van State oordeelde dat dit voorstel een evenwichtige en zorgvuldige afweging maakt van de grondrechten, waarden en belangen.
Noodoplossing: tijdelijke voorziening
Voordat de wetswijziging van kracht is, is er een noodoplossing om nu al beperkt toegang te bieden tot het gedigitaliseerde deel van het CABR: vanaf 2 februari 2026 kunnen burgers en wetenschappers in elke provincie een plek reserveren om het oorlogsarchief digitaal te raadplegen. Iedereen met een onderzoeksbelang kan onder bepaalde voorwaarden in 11 Regionale Historische Centra onderzoek doen in het oorlogsarchief. Ook komt er een voorziening gericht op wetenschappelijk onderzoek bij het NIOD in Amsterdam. Vorig jaar werd al een tijdelijke voorziening geopend in het Nationaal Archief in Den Haag.
Veel belangstelling
Dat er veel behoefte is aan meer informatie over de Tweede Wereldoorlog blijkt ook uit nieuwe bezoekerscijfers, die het Nationaal Archief vandaag publiceert. In 2025 reserveerden 11.274 unieke bezoekers stukken uit het CABR, meer dan 5 keer zoveel als in 2024 (1959). Zij vroegen in totaal 55.546 stukken op. Dat waren er in 2024 11.269.
Oorlog voor de Rechter is een project van Nationaal Archief, NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, WO2NET en het Huygens Instituut, gefinancierd door VWS, OCW en JenV.