Kinderopvangorganisaties hebben tijdelijk meer ruimte om beroepskrachten in opleiding in te zetten in de opvang. Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) verlengt deze regeling met 2 jaar. Eind 2027 zal de minister besluiten of de regeling structureel ingevoerd kan worden.
Sinds 2022 mogen kinderdagverblijven en bso’s voor de helft van hun bezetting (ook wel: ‘formatie’) beroepskrachten in opleiding inzetten. Daarvoor was dit 1/3e. Het ging om een tijdelijke verruiming van de regels in verband met personeelstekort en werkdruk in de kinderopvang. Minister Aartsen wil deze verruiming nu verlengen met twee jaar. De verruiming geldt van 1 juli 2026 tot 1 juli 2028.
Personeelstekort
Er is nog steeds sprake van een personeelstekort in de kinderopvang. De verwachting is dat de personeelstekorten in de kinderopvang voorlopig zullen aanhouden. De regeling om beroepskrachten in opleiding ruimer in te zetten, geeft kinderopvanglocaties meer flexibiliteit tijdens pauzes, verlof of bij ziekte van personeel. Daardoor hoeven zij minder vaak groepen te sluiten.
Begeleidingsplan en werkdruk
Voor het inzetten van beroepskrachten in opleiding is goede begeleiding essentieel. Voordat zij voor de bezetting mogen meetellen, moet er een begeleidingsplan zijn waar de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider mee akkoord zijn. Het doel van dit begeleidingsplan is om de kwaliteit van de opvang te behouden en om overbelasting bij de beroepskrachten en de beroepskracht in opleiding te voorkomen.
Uit de evaluatie van de verruiming en gesprekken ter voorbereiding van verlenging of beëindiging van de verruiming, blijkt dat er verschillende beelden leven in de sector. De regeling kan volgens sommigen de werkdruk voor beroepskrachten verhogen, maar uit onderzoek en gesprekken met medewerkers en houders van kinderdagopvangorganisaties lijkt dit beperkt. Uiteindelijk werken vaste medewerkers liever met beroepskrachten in opleiding dan met steeds wisselende invalkrachten. En als de begeleiding goed is, kunnen beroepskrachten juist minder werkdruk ervaren. Het is dus belangrijk om gezamenlijk en met aandacht afspraken te maken over de vaste inzet en begeleiding van beroepskrachten in opleiding.
Cao Kinderopvang
In de Cao Kinderopvang staat in welke fase van de opleiding een individuele beroepskracht in opleiding formatief op een groep mag staan, en voor hoeveel procent van zijn of haar werkuren. Cao-partijen hebben de intentie uitgesproken om de bepaling daarover te verduidelijken, om zorgvuldige inzet van beroepskrachten in opleiding te bevorderen. De minister neemt de uitkomst hiervan (de gewijzigde cao-bepaling) mee in de afweging om de maatregel vanaf 1 juli 2028 structureel in te voeren.