Onze infrastructuur is het fundament van onze economie en daarmee onze welvaart. Het kabinet wil de basis van onze rijkswegen, spoorwegen, vaarwegen en waterwegen weer op orde brengen. Dit kabinet investeert miljarden extra in infrastructuur, maar het beschikbare budget en de beschikbare mankracht zijn onvoldoende om alle projecten te kunnen uitvoeren. Daarom moeten alle Rijksprojecten voor exploitatie, onderhoud, vernieuwing en aanleg opnieuw geprioriteerd worden. Er wordt gekozen wat op korte termijn, wat later en wat niet meer wordt gedaan de komende jaren. Vandaag presenteert het kabinet de criteria op basis waarvan wordt bepaald welke projecten worden uitgevoerd en in welke volgorde. Definitieve keuzes volgen dit najaar.
Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat: “De Infrastructuur is het fundament onder onze samenleving en economie. Het brengt werknemers en ondernemers op hun werk, zorgt dat de schappen in de supermarkt gevuld zijn en beschermt ons tegen overstromingen. Ons doel is om de basis weer op orde krijgen. Daarvoor zijn scherpe keuzes nodig. Eerst onderhouden wat we hebben en daarna op een stevig fundament weer verder bouwen aan goede bereikbaarheid.”
Staatssecretaris Bertram van Infrastructuur en Waterstaat; “Met dit afweegkader willen we ook perspectief bieden op een sterke infrastructuur in de toekomst. Het gaat dan om de hoofdnetwerken, maar ook om de bereikbaarheid in de regio. Denk aan het combineren van meerdere vervoerssystemen. Maar onze blik is ook gericht op alternatieve financiering, duurzaamheid, innovatie en het verminderen van regelgeving. Door focus aan te brengen en keuzes te maken op de korte termijn kunnen we tempo maken. Niet alleen voor infrastructurele opgaven, maar ook voor andere grote opgaven zoals woningbouw en militaire mobiliteit.”
Prioritering
Om dit najaar te komen tot een concrete prioritering zijn criteria opgesteld met inbreng van de Tweede Kamer en medeoverheden. Er wordt gekeken naar álle projecten binnen het Mobiliteits- en Deltafonds over de looptijd van beide fondsen tot 2040. Hierbij wordt rekening gehouden met wat juridisch al vastgelegd of verplicht is. Tegelijkertijd wordt gekeken waar projecten slimmer, sneller en goedkoper kunnen worden uitgevoerd en schrappen we onnodige regels die nu in de weg staan van het bouwen van infrastructuur. Bij nieuwe aanleg en vernieuwing staat de basisfunctionaliteit van de hoofdnetwerken centraal. Het doel is om de beschikbare middelen zo effectief mogelijk in te zetten en de uitvoeringskosten van projecten te beperken. Het instandhouden van bestaande infrastructuur gaat dus voor. Er wordt gekeken waar levensduur verlengende maatregelen kunnen worden getroffen om infrastructuur langer in gebruik te houden en waar vervanging écht nodig is. Bij de keuzes wat eerst te doen en wat later, staat veiligheid altijd voorop. Als laatste wordt binnen het aanlegprogramma (MIRT) gekeken naar een prioritering van lopende projecten.
Perspectief
De behoefte aan mobiliteit groeit, de woningbouwopgave is groot en weerbaar zijn is noodzakelijk. Dat vraagt in de toekomst om forse extra investeringen in bereikbaarheid en waterveiligheid. Dit heeft grote maatschappelijke en economische meerwaarde. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram onderzoeken daarom ook alternatieve manieren om infrastructuurprojecten te betalen, onder andere door private financiering of bijdragen en Europese financiering.
Het kabinet zet ook in op een gebiedsgerichte aanpak voor bereikbaarheid samen met de regio. Dit gaat om het verbeteren van gebruik van spoorwegen en doorstroming op wegen, maar ook om goede bereikbaarheid van voorzieningen in regio’s. Door in te zetten op digitalisering, publieke mobiliteit, autonoom vervoer en innovatieve multimodale systemen kunnen we bestaande netwerken effectiever gebruiken.
Definitieve keuzes in het najaar
In het najaar besluiten de minister en staatssecretaris op basis van de vandaag gepresenteerde criteria over de herprioritering op projectniveau; wat gebeurt op korte termijn, wat later en wat niet meer? Ook over deze keuzes wordt met medeoverheden en andere partners zoals vervoerders gesproken voor ze worden vastgesteld.