Het kabinet wil de afhankelijkheid van fossiele energie terugdringen en de energiemix versterken met meer stabiele en schonere energie uit verschillende bronnen om de weerbaarheid van Nederland te vergroten. Als onderdeel daarvan zijn onderzoeken uitgevoerd naar locaties waar nieuwe kerncentrales gevestigd kunnen worden. Drie van de zeven onderzochte locaties komen nog in aanmerking als voorkeurslocatie voor grote kerncentrales. Naast de verkenning voor grote kerncentrales kiest het kabinet ook voor versterking en versnelling van innovatieve nieuwe technologieën voor kernenergie. Dat staat in brieven die staatssecretaris De Bat van Klimaat en Groene Groei vrijdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd
Het kabinet is bezig met de voorbereidingen voor de bouw van twee grote kerncentrales. Om een gedegen keuze te kunnen maken voor een locatie zijn er uitgebreide studies uitgevoerd naar zeven mogelijke locaties voor deze kerncentrales. Op basis van de huidige inzichten blijven drie van de zeven locaties over als potentiële voorkeurslocatie. Er is nog geen besluit genomen over een locatie.
De drie nader te onderzoeken locaties liggen in Groningen en Zeeland. Het betreft twee locaties in de Groningse Eemshaven (Emmapolder en Eemscentrale). In Zeeland komt nog maar één locatie in aanmerking, namelijk Terneuzen (Mosselbanken/Paulinapolder). Het kabinet realiseert zich dat deze boodschap impact heeft. Daarom worden over de uitkomsten van deze onderzoeken de komende tijd gesprekken gevoerd met betrokkenen en medeoverheden. Hierbij zoekt het kabinet de samenwerking met partijen in Zeeland en Groningen. Ook worden bijeenkomsten georganiseerd om en belanghebbenden te informeren en vragen te kunnen beantwoorden. Daarnaast worden er nadere analyses van de overgebleven locaties gemaakt.
Op de locaties die niet meer in aanmerking komen, bleek een te grote opeenstapeling van uitdagingen te bestaan. Zo is het op een aantal locaties bijvoorbeeld te complex om bestaande bedrijven te verplaatsen om voldoende ruimte te creëren voor de bouw. Daarnaast is op verschillende locaties de staat van de bodem een grote beperking. Ook spelen risico's in de omgevingsveiligheid van nabijgelegen activiteiten een rol bij geschiktheid.
Vervolg
Eind dit jaar verwacht het kabinet een keuze te kunnen maken tussen de locaties in Terneuzen en Eemshaven. Hierbij weegt het kabinet ook mee dat medeoverheden zich in Groningen hebben uitgesproken tegen de komst van kerncentrales en eerdere richting die door het voorgaande kabinet is gegeven om bij meerdere geschikte locaties te kiezen voor Zeeland. Ook wordt nog verder onderzocht wat er nodig is aan maatregelen voor inpassing in het net bij Terneuzen.
Naast grote kerncentrales ook meer aandacht voor ontwikkeling SMR's
Hoewel er voor de eerste twee te bouwen kerncentrales gekeken wordt naar de bewezen technologie, komt er voor latere kerncentrales nadrukkelijk meer aandacht voor de kansen van zogeheten Kleine modulaire kernreactoren ofwel Small Modular Reactors (SMR’s). De marktconsultatie die hiervoor loopt, moet hierbij gaan helpen. Een besluit over de bouw van aanvullende kerncentrales 3 & 4 in Nederland gericht op grootschalige elektriciteitsproductie zal zo snel mogelijk maar naar verwachting rond 2028 genomen kunnen worden door het kabinet.
In de tussentijd kijkt het kabinet hoe nieuwe SMR-technieken zo goed mogelijk gefaciliteerd kunnen worden. Inzet is om bedrijven zo te ondersteunen dat op termijn ook vergunningen voor deze technieken kunnen worden afgegeven. Hiervoor is zo’n 20 miljoen euro beschikbaar.
Het kabinet kijkt daarbij nadrukkelijk hoe innovatieve ontwerpen in Nederland zo ondersteund kunnen worden, dat hun innovatieve producten door kunnen groeien naar een commerciële toepassing. Dit doet het kabinet omdat hier kansen liggen om met de opgedane kennis de (internationale) nucleaire sector te ontwikkelen. Het gaat bijvoorbeeld om innovatieve ontwerpen die veiliger kunnen opereren en ontwerpen die breken met de standaard toeleveringsketen voor brandstof, waardoor we autonomer kunnen worden.
Daarnaast bekijkt het kabinet samen met provincies waar SMR’s een rol kunnen gaan spelen in de regionale energievraag. Daarbij gaat het onder andere over het in kaart brengen van mogelijke locaties voor SMR’s en betere aanpassing op de lokale (energie)vraag. Zo moet in de toekomst sneller tot realisatie over kunnen worden gegaan en moet er ook meer zekerheid zijn voor de inpassingsmogelijkheden binnen het programma energie hoofdstructuur (PEH II).
Staatssecretaris De Bat van Klimaat en Groene Groei: “Met onze besluiten zetten we kernenergie stevig op de kaart als een belangrijke energiebron voor de toekomst. Nationale en internationale ontwikkelingen laten zien dat we onafhankelijker moeten worden en meer productie moeten leveren om onze huishoudens en bedrijfsleven in de toekomst van voldoende energie te kunnen blijven voorzien. Kernenergie draagt zo bij aan een stabiele, weerbare toekomst voor Nederland. Het is belangrijk dat we snelheid maken en kansen grijpen, waar veiligheid en aandacht voor de wijze van inpassing tegelijkertijd onze blijvende aandacht vragen.”
Voor de ontwikkeling van grote kerncentrales en innovatie van nieuwe technologieën is een nucleair ecosysteem van groot belang. Daarom werkt het kabinet samen met partners om te zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel (van mbo tot wo) en een sterke nucleaire kennisbasis via onderzoek en innovatie. Daarvoor is recent bijvoorbeeld een overeenkomst gesloten met meerdere hogescholen. In kennishubs gaan zij zich buigen over thema’s als veiligheid, inpassing en de koppeling met waterstofproductie.
Financiering
Het kabinet verwacht dat door bijvoorbeeld minder lange bouwperiodes en de inzet van SMR’s voor de industrie, er eerder mogelijkheden zijn voor private financiering. Het kabinet brengt later dit jaar financieringsvormen voor SMR’s in kaart.
Voor de financiering van de twee nieuwe grote centrales, heeft het kabinet al wel een besluit genomen. De overheid kiest voor het dragen van de volledige financiering van de nieuwe centrales, tenminste tot en met de eerste fase van de bouw. Dit doet het kabinet om zo snel en efficiënt mogelijk tot nieuwe kerncentrales te kunnen komen.