In een demissionaire periode komt het soms voor dat een bewindspersoon tegelijk Kamerlid is. Dat vraagt om duidelijkere afspraken rond het combineren van functies in de Kamer en het kabinet. De ministerraad heeft op voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten hierover 2 grondwetsvoorstellen naar de Raad van State te sturen. Deze voorstellen zorgen voor meer duidelijkheid over de vraag wanneer het combineren van functies mogelijk is en bieden iemand in die situatie de mogelijkheid zich tijdelijk als Kamerlid te laten vervangen. De voorstellen vloeien voort uit aanbevelingen van een adviescollege, dat op verzoek van de Tweede Kamer was ingesteld.
Aanleiding voor wijzigingen
Artikel 57 van de Grondwet regelt welke functies onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Tweede Kamer. De hoofdregel is dat een Kamerlid niet tegelijkertijd minister of staatssecretaris kan zijn. Het artikel regelt hierop ook een uitzondering: een demissionair bewindspersoon die na verkiezingen tot de Kamer toetreedt, mag beide functies tijdelijk combineren totdat een nieuw kabinet aantreedt.
Tijdens de kabinetsformatie van 2021 ontstond discussie over de reikwijdte van deze uitzondering, nadat enkele zittende Kamerleden werden benoemd als demissionair bewindspersoon. Dit leidde in 2023 tot de instelling van een onafhankelijk adviescollege onder voorzitterschap van prof. Engels. De wetsvoorstellen sluiten aan bij de voorstellen uit dit rapport.
2 voorstellen
Het eerste voorstel verduidelijkt artikel 57 tekstueel: er wordt duidelijker gemaakt dat de eerder genoemde uitzondering uitsluitend geldt wanneer een zittend demissionair bewindspersoon toetreedt tot de Tweede Kamer. De omgekeerde situatie; een zittend Kamerlid dat wordt benoemd tot demissionair bewindspersoon, valt hier nadrukkelijk niet onder. In dat geval houdt het Kamerlidmaatschap van rechtswege op.
Het tweede voorstel gaat over een vervangingsregeling. Deze regeling zorgt ervoor dat een demissionair bewindspersoon die tegelijkertijd Kamerlid is, zich als Kamerlid tijdelijk kan laten vervangen tot het nieuwe kabinet is geïnstalleerd. De vervangingsregeling wordt facultatief vormgegeven: vervanging is nooit verplicht. Dit past bij het persoonlijke karakter van het Kamerlidmaatschap en het democratisch mandaat dat een lid heeft gekregen.
Beide voorstellen zijn eerder in internetconsultatie gegaan. De ontvangen reacties gaven geen aanleiding tot inhoudelijke wijzigingen in de voorstellen.
Vervolg
De Raad van State zal zich nu over de wetsvoorstellen buigen. Omdat het Grondwetswijzigingen betreft, moet zowel in deze als in de volgende kabinetsperiode over de voorstellen worden gestemd door de Eerste en Tweede Kamer.