De Eerste Kamer heeft de Wet verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt (VABA) aangenomen. Met deze nieuwe wet kunnen mbo-instellingen nieuwe vormen van leren en werken ontwikkelen. Ook mogen zij kortere opleidingen aanbieden voor studenten met relevante leer- of werkervaring. Dit zijn belangrijke stappen in het beter laten aansluiten van het onderwijs op de leerbehoeften en achtergronden van de studenten, én op wat de arbeidsmarkt nodig heeft.

Minister Letschert (OCW): “Het mbo is cruciaal voor de welvaart van Nederland, nu en in de toekomst. Het is dan ook heel mooi dat we met deze wet meer ruimte creëren voor mbo-instellingen om hun onderwijs in te richten op een manier die aansluit bij de huidige en toekomstige arbeidsmarktbehoeften. Met deze wet benutten we de kracht van het mbo nog beter. Ik heb er alle vertrouwen in dat deze flexibilisering tot prachtige onderwijsvormen gaat leiden die bijdragen aan wat studenten, en Nederland, nodig hebben.’’

De wet treedt vanaf 1 augustus 2026 in werking. Met de invoering van de wet wordt het mogelijk voor mbo-instellingen om hun onderwijs beter toe te spitsen op wat de student nodig heeft. Het onderwijs kan flexibeler worden ingericht; met meer ruimte voor vernieuwende onderwijsvormen op het snijvlak van onderwijs en bedrijfsleven, meer ruimte voor maatwerk en meer mogelijkheden voor studenten om te kiezen waar zij zich tijdens hun studie in willen verbreden en verdiepen. Zo wordt het makkelijker om je op latere leeftijd te laten om- of bijscholen, aangezien je niet opnieuw hoeft te leren wat je al kent of beheerst.

Innovatie in de praktijk

Een mooi voorbeeld van flexibele en vernieuwende onderwijsvormen zien we in de regio’s Twente en Groningen; waarin mbo-, hbo- en wo-studenten samenwerken aan innovatieve projecten waar de maatschappij om staat te springen. Er wordt gewerkt aan robots voor de agrarische sector die onkruid op kunnen sporen en aan drones die windturbines onderhouden. Nu werken mbo- studenten via stages aan dit soort projecten, maar deze wet zorgt ervoor dat studenten met flexibele uren meer vrijheid krijgen om aan dit soort projecten bij te dragen tijdens hun reguliere onderwijstijd. Natuurlijk in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven.

De arbeidsmarkt van de toekomst

De Nederlandse arbeidsmarkt staat voor grote opgaven, zoals de energietransitie, defensie en de zorg. De beschikbaarheid van goed personeel is essentieel in deze opgaven, en juist mbo-opgeleide vakmensen zijn daarbij cruciaal. Maar er zijn grote tekorten in essentiële sectoren (zoals de zorg en de techniek), we vergrijzen, het aantal studenten loopt terug en geopolitieke spanningen maken de toekomst onzeker. Het kabinet werkt daarom aan een nationale talentstrategie waarmee we vaktalent selecteren, opleiden en voor Nederland behouden. Daarbij is van belang dat we ervoor zorgen dat de aansluiting tussen het (beroeps)onderwijs en de (toekomstige) arbeidsmarkt zo goed mogelijk is. Dat is niet alleen belangrijk voor de kansen op een baan en mooie toekomst voor de individuele student, maar ook voor het oplossen van de grote maatschappelijke opgaven, onze algehele welvaart en het welzijn van Nederland. Dit vergt dat er allereerst in de basis een breed en toegankelijk aanbod is. Met ruimte voor instellingen om hun onderwijs flexibeler in te richten én goede opties voor om- en bijscholing. Met het aannemen van deze wet zet het kabinet een belangrijke stap daartoe.