Het voorgestelde renteplafond op studieleningen van 2,5% is duurder dan de in het coalitieakkoord gereserveerde € 40 miljoen per jaar. Door stijging van de langetermijnrente kost dit renteplafond nu minimaal € 160 miljoen per jaar. Verdere stijging hiervan zal, wanneer die zich voordoet, ervoor zorgen dat de kosten verder oplopen. Dat maakt minister Letschert (OCW) vandaag bekend. Zij wil in gesprek met de Tweede Kamer OCW over deze bevindingen en mogelijke alternatieven binnen het hiervoor gereserveerde budget.

Minister Letschert (OCW): ‘Ik begrijp de zorgen van (oud-)studenten over de gestegen rente op studieschulden vanwege onrust in de wereld en de gestegen langetermijnrente. Helaas moet ik constateren dat ik met de gereserveerde € 40 miljoen per jaar een renteplafond van 2,5% niet kan uitwerken. Daar baal ik van. Ik licht in mijn brief aan de kamer vandaag toe welke afwegingen hierbij een rol spelen. Hierover ga ik volgende week met hen in gesprek bij de begrotingsbehandeling van OCW.’

De afgelopen maanden is gewerkt aan de uitwerking van het renteplafond voor studieleningen. Daarbij werden de hogere kosten en grotere financiële risico’s duidelijk. Voor het realiseren van een renteplafond van 2,5% is minimaal € 120 miljoen extra bovenop de gereserveerde 40 miljoen per jaar nodig. Sinds de presentatie van het coalitieakkoord is de wereld door toenemende geopolitieke spanningen en bijbehorende (financiële) onzekerheid veranderd. Dit raakt ook de financiële markten, waar de rente op studieleningen van afhangt. De langetermijnrente, waar de rente op studieleningen aan gekoppeld is, steeg van 2,7% naar 3,3% en kan nog verder stijgen.

Financieel risico

De recente schokken op de financiële markten leggen bloot hoe onvoorspelbaar en potentieel financieel risicovol de rentemaatregel is. De hogere kosten voor deze maatregel, nu en in de toekomst, moeten gezocht worden binnen de OCW-begroting. Hiermee wordt een grote onzekerheid geïntroduceerd, die kan leiden tot bezuinigingen op andere onderwijs- of onderzoeksdomeinen.

Alternatieven

Vanwege de zorgen van (oud-)studenten over de renteontwikkeling is de afgelopen maanden door het ministerie van OCW bekeken of er alternatieven zijn voor het renteplafond van 2,5%, zoals een vaste rentekorting en een bewegend renteplafond. Deze alternatieven hebben echter geen substantieel effect voor (oud-)studenten.

Over dit alles wil de minister van OCW tijdens de behandeling van de OCW-begroting met de Tweede Kamer in gesprek op 27 en 29 oktober.