Toen Harry Verweij in 1985 begon als diplomaat, werkten ambassades nog met de fax en kon je op een computer nauwelijks meer dan een tekst typen. Dat hij veertig jaar later de eerste Nederlandse Speciaal Gezant voor kunstmatige intelligentie (AI) zou zijn, had hij zich toen niet kunnen voorstellen. ‘Sciencefiction is er al,’ zegt hij nu. Nederland moet daar internationaal over meepraten.

Waarom heeft Nederland juist nu een Speciaal Gezant voor AI nodig?
‘AI raakt inmiddels alles. Onze economie, onze veiligheid en onze internationale positie. Daarom is het belangrijk dat Nederland ook internationaal goed vertegenwoordigd is. Binnen Nederland werken verschillende ministeries aan AI, ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. Vanuit mijn rol breng ik die internationale kant meer bij elkaar.
Ik houd me bezig met de uitvoering van de internationale AI-strategie. Hoe zorgen we dat Nederland economisch voordeel haalt uit AI? Hoe zorgen we dat we minder afhankelijk worden van anderen? En hoe zorgen we dat AI op een verantwoorde manier wordt ontwikkeld en toegepast? Dat zijn de grote vragen waar ik me mee bezighoud.’
Wat spreekt je aan in deze nieuwe functie?
‘Het leek me een mooie uitdaging. AI ontwikkelt zich zó snel dat we allemaal aan het pionieren zijn. Dat vind ik ontzettend interessant. Ik zie ook mijn eigen kinderen ermee werken. Dan vraag ik me af: wat gebeurt hier eigenlijk allemaal? Wat betekent dit straks voor onze samenleving? Voor mij is dit de kans om met de ervaring die ik als diplomaat heb opgebouwd weer iets heel nieuws te leren en misschien ook iets nieuws op te bouwen.
Ik denk wel dat je daar met bescheidenheid naar moet kijken. Nederland moet niet denken dat we alles kunnen bepalen. We moeten goed kijken waar we echt verschil kunnen maken. Ons halfgeleiderecosysteem geeft ons een unieke positie. En de afgelopen jaren liep Nederland voorop in de ontwikkeling van cyberdiplomatie. Dat geeft ons een sterke uitgangspositie om samen te werken, binnen Nederland, binnen Europa en met landen die dezelfde waarden en belangen hebben.’

Harry Verweij met Yoshua Bengio, de grondlegger van AI zoals we die vandaag kennen.
Veel mensen denken bij AI meteen aan ChatGPT. Gaat jouw werk daar ook over?
‘Dat is eigenlijk maar een klein onderdeel. Ik probeer juist een beetje weg te blijven van de techniek. Ik kijk vooral naar de geopolitieke gevolgen van AI. Je ziet nu bijvoorbeeld dat landen nadenken over wie toegang krijgt tot de krachtigste AI-modellen. Dan gaat het ineens niet meer alleen over technologie, maar over macht, afhankelijkheid en veiligheid.
Dat maakt ook duidelijk dat dit geen abstract debat meer is. Er gebeuren nu dingen waarvan we een paar jaar geleden nog dachten dat ze sciencefiction waren. Sciencefiction is er al. We moeten daar lessen uit trekken en bepalen wat dat betekent voor Nederland.’
Waarom is het zo belangrijk dat Nederland internationaal aan tafel zit?
‘Je wilt aan tafel zitten, niet op het menu staan. Dat is eigenlijk de kern van mijn werk. AI ontwikkelt zich sneller dan landen afspraken kunnen maken. Als je niet meepraat, worden de spelregels door anderen bepaald.
Nederland is misschien geen groot land, maar we hebben wel een sterke economie en veel kennis. Dan moet je zichtbaar zijn en meedoen.
Ik was onlangs bijvoorbeeld in Genève voor de UN Dialogue on AI. Daar komen overheden, bedrijven en wetenschappers samen om te praten over de laatste ontwikkelingen. Dat gesprek is ontzettend belangrijk. Uiteindelijk is dialoog nog altijd de beste manier om vertrouwen op te bouwen en de vrede te bewaren.’
Loopt Europa achter op de Verenigde Staten en China?
‘Als je kijkt naar de investeringen, dan is dat wel een eerlijke conclusie. De bedragen die grote technologiebedrijven investeren zijn enorm. Dat gaan wij niet zomaar evenaren.
Maar ik denk ook dat we soms te veel kijken naar de omvang van die investeringen. Europa zal vooral slimmer moeten zijn in onze AI-strategie. Kijk naar Eindhoven en onze halfgeleiderindustrie. Daar gebeurt werk van wereldklasse. Nederland heeft op dat terrein echt iets in handen.
En uiteindelijk bestaat de wereld ook uit wederzijdse afhankelijkheden. Het is niet alleen Europa dat afhankelijk is van anderen. Dat biedt juist ook kansen om een sterke positie op te bouwen.’
Waar liggen volgens jou de grootste kansen en risico's van AI?
‘Ik denk uiteindelijk dat de kansen groter zijn dan de risico's, mits we de governance goed op orde hebben. AI kan ontzettend veel betekenen voor de wetenschap, de gezondheidszorg, de economie en het openbaar bestuur. Daar ben ik echt optimistisch over.
Maar we moeten niet naïef zijn. Denk aan de razendsnelle verspreiding van desinformatie, identiteitsfraude of de enorme hoeveelheden gegevens die mensen zonder erbij na te denken in AI-systemen stoppen. Nog nooit in de geschiedenis hebben zo weinig partijen zoveel invloed kunnen uitoefenen op mensen en landen. Ondertussen zien we hoe AI moderne oorlogsvoering in Oekraïne en Iran verandert. Naarmate die systemen autonomer worden, groeit ook het onvoorspelbare gedrag dat de ontwikkelaars zelf niet volledig kunnen verklaren.
Juist daarom zijn internationale afspraken belangrijk. Het gaat ook over mensenrechten, democratische waarden en de bescherming van onze vrijheid.’
Waar hoop je over een paar jaar tevreden op terug te kijken?
‘Dat blijft lastig, omdat AI zich zo snel ontwikkelt. Vandaag weten we nog niet wat er morgen gebeurt. Je moet dus flexibel blijven.
Ik zou tevreden zijn als Nederland een serieuze rol speelt die past bij onze innovatiekracht en onze positie in de wereld. We zijn misschien niet de grootste speler, maar we kunnen wel slim zijn. Er wordt internationaal vaak gezegd dat Nederland 'punches above its weight'. Dat zou ik op AI ook graag terugzien.
En ik hoop vooral dat we niet naïef zijn geweest. Dat we op tijd hebben gezien wat er veranderde, dat we internationaal de juiste partners hebben gevonden en bijgedragen aan AI die ons versterkt. Voor een diplomaat is dit misschien wel een van de interessantste onderwerpen van dit moment. Het ontwikkelt zich elke dag verder. Juist daarom kijk ik er enorm naar uit om hiermee aan de slag te gaan.’
