Staatssecretaris Boswijk (Defensie) hield een toespraak bij de opening van Symposium IAMD in Marine Etablissement, Amsterdam.

Beste aanwezigen,

De Battle of Britain was de beroemde luchtoorlog waarmee Duitsland vergeefs probeerde om Groot-Brittannië op de knieën te dwingen. 
Tijdens de strijd domineerden 2 zaken de skyline van Londen.

De eerste was St. Pauls Cathedral; u kent misschien de beroemde foto van de prachtige koepel die fier overeind staat te midden van de kolkende rookwolken veroorzaakt door de Duitse bombardementen.
De tweede waren de honderden zilveren sperballonen – blimps – die aan lange stalen kabels boven de stad hingen.
Ze vormden een beschermend netwerk in het luchtruim boven de stad en de bevolking van Londen noemde ze liefkozend ‘castles of the air’.
Samen vormden ze het symbool van de Britse onverzettelijkheid, onverstoorbaarheid en strijdlust.

De blimps ontleenden hun effectiviteit aan de 1.500 meter lange kabel die de ballon omhooghield.
De verdedigingslinie die zo ontstond, dwong de Duitse bommenwerpers om hoger te vliegen.
Hierdoor waren ze niet alleen minder nauwkeurig, maar werden ze ook naar de juiste hoogte voor de zware luchtafweerkanonnen gedirigeerd.
Kortom, het was een geraffineerd samenspel van verschillende eenheden dat later in de strijd tegen de V-1 en 2-raketten nog verder werd verfijnd in samenwerking met de Royal Air Force.  

Vandaag de dag lijken we door alle technologische ontwikkelingen ogenschijnlijk mijlenver verwijderd van de inzet van grote ballonnen.
Toch zijn de verschillen minder groot dan we misschien denken.
In Oekraïne spelen zelfs afgedankte Nederlandse vissersnetten een rol in de luchtverdediging en de strijd tegen drones.
Wat ook onveranderd is, is de noodzaak van voortdurend aanpassen, technologisch vernuft en gecoördineerde samenwerking.

De combinatie van ballonnen en luchtafweergeschut, zijn nu de verschillende shooters - zoals Stingers en Patriots - die de verschillende luchtlagen afdekken.
Dat moet in samenhang met elkaar, maar ook met de sensoren – zoals radars en F-35’s - die ze van informatie voorzien.
Uiteindelijk willen we toe naar een ‘system of systems’ dat als een ui met overlappende lagen het gehele luchtruim afdekt. 

Dit klinkt niet alleen als een complex geheel, dat is het ook. Tel daar bij op dat de krijgsmacht de afgelopen decennia is uitgekleed en dat dat voor de luchtverdediging nog eens extra geldt.
We waren tenslotte alleen nog betrokken bij conflicten waarbij we volledige luchtdominantie hadden, zoals in Afghanistan, Irak of Mali.
Er kwam geen gevaar vanuit de lucht en luchtverdediging werd een ondergeschoven kindje.

Inmiddels zijn de kaarten van het internationale krachtenspel niet zomaar goed geschud, maar spelen we eigenlijk een ander spel.
We hebben te maken met spelers van een heel ander kaliber en daarmee ook met een hele andere dreiging.
In dat nieuwe spel is Integrated Air & Missile Defence van de achtergrond naar de voorste linies gekatapulteerd.

Het meest zichtbaar is dit natuurlijk in Oekraïne, waar drones, raketten en de verdediging daartegen de strijd inmiddels domineren.
Oekraïne verdient al onze hulp en qua middelen als Patriot-systemen hebben we die ook maximaal gegeven.
Luchtverdediging is ook hierdoor ons meest schaarse goed en we zitten echt tegen de pijngrens aan.

Al met al moeten we dus van ver moeten komen om onze Integrated Air & Missile Defence op orde te krijgen.
Deze uitdaging kunnen we het hoofd bieden met behulp van de volgende drietrapsraket:

  1. Anders denken;
  2. Sneller innoveren en ontwikkelen;
  3. Nauwer samenwerken.

1. Om met ‘anders denken’ te beginnen. Tot nu toe denken we bij het verwerven van materieel in afgebakende wapensystemen.
Maar wat we zien, is dat de ontwikkelingen zo snel gaan, dat we daar alleen op kunnen anticiperen door veel flexibeler te worden en niet meer in specifieke middelen te denken.
Waar we naartoe moeten, is denken in effecten.
Dit is het probleem, dit effect willen we bereiken, tegen deze prijs.
Hoe precies, dat maakt niet uit, zolang het maar gebeurt.

Wat hier onder meer mee samenhangt, is de cost-kill-ratio.
Het neerhalen van goedkope drones met peperdure raketten is bij een langdurig conflict niet vol te houden is.
Ook op dit vlak zullen we anders moeten gaan denken en keuzes moeten maken.
Wat bescherm ik tegen welke prijs?

Dat betekent ook dat we af moeten van het stapelen van pakketten van eisen, zoals we dat nu gewend zijn.
Dus niet meer: dit apparaat willen we en zo moeten jullie het maken.
Hetzelfde geldt voor 1 bedrijf dat een totaalpakket aflevert.
Veel meer gaan we toe naar ad hoc consortia die hun specialismen samenvoegen voor een gewenst effect.

2. Daarmee ben ik bij het punt van ‘snelle innovatie en ontwikkeling’.
‘Anders denken’ is makkelijk gezegd, maar het  moet concrete veranderingen opleveren en daarom moeten dingen ook in de praktijk anders.
We zien dat een wapensysteem dat de ene dag nog zaligmakend is, de volgende dag achterhaald kan zijn.
De enige manier om dit tempo bij te houden, is door onvergelijkbaar veel wendbaarder te worden.
Sneller innoveren, aanpassen en produceren.

Daarvoor moeten we de bureaucratie minimaliseren.
Ik realiseer me dat bureaucratie een zekere waarde heeft als het gaat over verantwoord met belastinggeld omgaan, maar tegelijkertijd stamt zeker een deel van onze werkwijzen uit de tijd dat alles erop was gericht om zo min mogelijk geld uit te geven.

Zoals gezegd, zijn de tijden veranderd en het effect is leidend geworden.
Daarom richten we ook een nieuwe innovatieautoriteit op, naar het voorbeeld van het Amerikaanse DARPA, de organisatie die aan de wieg stond van innovaties als het internet, GPS en stealth-technologie.
Deze nieuwe autoriteit krijgt autonomie.
Wie voor elke beslissing en aanpassing de ambtelijke molen door moet, blijft hopeloos achter en innoveert niet.

Dit principe zag ik vorig jaar met eigen ogen in het Oekraïense Mykolajiv.
Jonge mensen met de meest uiteenlopende achtergronden – van wie je sommigen nooit in zo’n omgeving zou verwachten – werken daar aan alle onderdelen van drones.
Dus van de apparaten zelf tot aan de software.
Dat doen ze in 1 op 1 contact met militairen die aan het front vechten en minstens even belangrijk: zónder dat er een loop via Kiev hoeft te worden gemaakt.
Dat was niet alleen indrukwekkend om te zien, maar ook bijzonder leerzaam.

3.Nauwer samenwerken
Ik begrijp dat het voorbeeld van Oekraïne niet 1 op 1 gekopieerd kan worden.
Wij zijn niet in oorlog, maar wat we wel kunnen en moeten overnemen is dat de krijgsmacht, bedrijven en kennisinstellingen veel nauwer met elkaar moeten samenwerken.
Daarmee ben ik bij het laatste deel van de drietrapsraket.

Voor Integrated Air & Missile Defence kan dit er als volgt uit zien: onze luchtverdedigers in het veld constateren een probleem met het afdekken van een bepaalde luchtlaag, maar het kan bijvoorbeeld ook de wens zijn van een goedkoop alternatief voor het Patriot-systeem.
Ze leggen hun wens neer bij een field lab, waar alle relevante partijen aanwezig zijn.
Dus: dit is het probleem en dit effect willen we bereiken.
Op deze plek hebben partners niet alleen direct contact met elkaar, maar kunnen ze concepten ook direct in de praktijk testen.

Op veel kennisgebieden behoort ons land tot de top.
Of het nou gaat over sensoren als radar, satellieten of dronecomponenten zoals software en batterijen.
De knappe koppen hebben we, maar wat anders moet is de samenwerking.

Wat we nodig hebben, is direct contact tussen gelijkwaardige partners, zo min mogelijk bureaucratie én de mogelijkheid om innovaties en aanpassingen direct in de praktijk te testen.
Precies dit willen we bereiken met de GOPIN-samenwerkingsovereenkomst die we zo tekenen.
Bij deze manier van werken, hoort trouwens ook dat we mislukkingen makkelijker accepteren.
Tegenover ieder succes staat een X-aantal mislukkingen.
Dus geen vaststaande oplossingsrichting, maar gewoon veel en snel uitproberen.
Alleen zo krijgen we de adaptiviteit die deze tijd van ons vraagt.

Grote zilveren ballonnen domineerden de skyline van Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Geen luchtverdediger had 10 jaar geleden kunnen bedenken dat zo mogelijk nog primitievere oplossingen ook weer een rol zouden gaan spelen, maar de visnetten bewijzen het.
Net zoals weinig mensen hadden voorzien dat drones aangestuurd via kilometerslange glasvezeldraden het hedendaagse front een surrealistisch aanzien zouden geven.

Wat deze voorbeelden bovenal laten zien, is dat we niet weten hoe de skyline van de toekomst eruit gaat zien en het enige dat we kunnen doen, is zorgen dat we razendsnel kunnen schakelen met alle relevante partijen.
Daar hebben we geen seconde bij te verliezen.
Dit gaat om de toekomst van Europa en alles waar we voor staan.

Bedankt voor uw aandacht, tijd om te tekenen!