Met dit besluit wordt een nationaal voorkeursrecht gevestigd op gronden ten westen van de Eemshaven. Dit om vooruitlopend op de verdere planuitwerking van de bouw van twee kerncentrales en een nieuwe elektriciteitsverbinding met een nieuw elektriciteitsstation maximale regie te kunnen voeren, andere ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse te voorkomen en grondspeculatie tegen te gaan. Het gevolg van het nationale voorkeursrecht is dat een grondeigenaar die zijn grond wil verkopen, deze eerst aan de Staat moet aanbieden.