Staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk spreekt een keynote speech uit bij de lancering van het MIND Tech Centre in Delft. 

Goedemorgen allemaal,

Wat goed om hier te zijn, bij de opening van het eerste innovatiecentrum in Nederland waar Defensie, startups en onderzoeksinstellingen kunnen samenwerken in een veilige omgeving.
Dat is bijzonder, want vroeger is het nog weleens anders geweest.

In 1940 vond de industrie van Delft dat de Nederlandse overheid niet snel genoeg handelde.
Ze besloten om zelf luchtverdedigingsmiddelen aan te schaffen.
Timmerlieden, smeden en fabrieksdirecteuren oefenden tussen de werkzaamheden door.
En dat zonder militaire ervaring en zonder munitie.
Vlak voor uitbreken van de oorlog oefenden ze slechts 1 keer met scherp.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog verdedigden 200 ‘fabrieksmilitairen’ de stad Delft.
Met de kanonnen verdekt opgesteld rond de fabrieken: in het veld naast Calvé en op het dak van de Gelatinefabriek.
Vrijwilligers schoten uiteindelijk 15 vijandelijke vliegtuigen uit de lucht.
Mede door die vrijwilligers mislukte deze Duitse operatie.
Indrukwekkend! Maar ook jammer dat overheid en bedrijfsleven elkaar toen niet vonden.

Vandaag laten we zien hoe het wel kan.
Niet aan de vooravond van een oorlog op ons eigen grondgebied.
Maar wel in de wetenschap dat de NAVO in de nabije toekomst kan worden aangevallen door Rusland.

Daarom ben ik als staatssecretaris van Defensie blij met deze historische samenwerking.
Want ik wil ervoor zorgen dat de Nederlandse krijgsmacht het beste materieel en IT krijgt.
Waarmee we sneller battle field problemen oplossen dan de tegenstander.
En de kennis om snel te kunnen opschalen zodat iedereen snel de benodigde battle field oplossingen heeft.
En het betekent afhankelijkheden afbouwen en Europese capaciteiten opbouwen.

In Oekraïne zien we dat de innovatiecyclus voor drones steeds korter wordt, en dat ze daarmee Rusland op afstand weten te houden.
Die drones ontwikkelen zij daar ook samen met bedrijven, samen met kennisinstituten.
Zij laten elke dag zien dat sterke innovatie-ecosystemen het verschil maken voor onze veiligheid en economie.

Ook in Nederland is het tijd om de muren tussen militair, ondernemer en wetenschapper af te breken.
Het tijdperk van een traditioneel klant-koper-systeem is voorbij.
We maken, leren en experimenteren samen.
En wanneer onze militairen dan worden gevraagd om het NAVO-grondgebied te verdedigen tegen een agressor, dan kunnen wij zeggen dat we samen zorgen dat ze de beste spullen hebben.
Niet alleen drones maar ook sensoren zoals radarsystemen; slimme materialen, ruimtetechnologie, quantum enzovoort.

Ik ben heel blij dat de Provincie Zuid-Holland en de TU Delft onze bondgenoten zijn in dit belangrijke werk.
Ook met € 1 miljoen financiering vanuit de Provincie Zuid-Holland inclusief Europese fondsen.

Ruim een kwart van alle bedrijven in de Nederlandse defensie-industrie is gevestigd in Zuid-Holland.
Voor sectoren als de maritieme maakindustrie, ruimtevaarttechnologie en quantumtechnologie ligt dat aandeel zelfs nog hoger.

Een belangrijke stap was de oprichting van het Defensie Innovatie Team Zuid-Holland en de samenwerking tussen COMMIT en de TU Delft in 2025.
Nog maar een jaar geleden zijn de intentieverklaringen hiervoor getekend.
Deze lancering vandaag is een volgende belangrijke stap waar we fysiek met elkaar gaan samenwerken.
Ik ben ervan overtuigd dat in deze locatie creatieve oplossingen ontstaan die het verschil gaan maken.

Hier mag ook gefaald worden met elkaar, want echte innovatie ontstaat door te proberen, te leren en opnieuw te beginnen.
Dat vraagt om ruimte, vertrouwen en samenwerking onder 1 dak.
Dit centrum geeft ons de broodnodige ruimte om veilig te kunnen testen en experimenteren, met als doel om de innovatiecycli van materieel en IT te verkorten.

Hier in Delft worden oplossingen bedacht die Nederland en Europa helpen beschermen.
Een historische samenwerking, in een tijd vol historische veranderingen.

Ik kijk er nu al naar uit om over een jaar langs te komen en innovaties te zien die nu nog niet bestaan.