Minister-president Jetten hield op 26 augustus een toespraak bij de opening van het nieuwe schooljaar van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN). 

Goedemiddag allemaal,

Wat ontzettend fijn om hier te zijn.
Of eigenlijk: om weer terug te zijn.
Want ondanks dat ik zelf in Nijmegen studeerde, heb ik goede herinneringen aan de HAN, en dan vooral aan jullie sportcentrum SENECA.
In mijn eigen studietijd deed ik atletiek op hoog niveau, en de gespecialiseerde krachttraining was bij SENECA.
De geur van zo’n sportlokaal kan ik nog steeds oproepen.
Net als het gevoel van uitputting.
Van doorzetten terwijl je eigenlijk niet meer kan.
Van zweet dat je eerst voelt en daarna pas ruikt- het lijkt soms de politieke arena wel.

Wat mij betreft is dat het mooie aan studeren: wat je leert, werpt zijn vruchten af- ook al is dat op een heel andere manier dan je op voorhand verwachtte.
Sowieso is je studententijd de periode bij uitstek om nieuwe dingen te leren en te ervaren. 
Zoals hoe het is om in een overvolle trein van de Maaslijn naar Nijmegen te boemelen, of om met buslijn 10 door elkaar geschud op de Campus aan te komen.
Maar ook hoe het is om nieuwe mensen te leren kennen.
Je eigen talent te ontdekken.
En natuurlijk de stad met al zijn sportvelden, kroegen, festivals, en goeie plekken om na dit alles uit te brakken.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle dingen die je leert op je opleiding zelf.
En dat is veel.
Zo veel, dat ik blij ben dat de HAN een scherpe focus heeft aangebracht op de 3 thema’s die alles in zich hebben om Nederland echt vooruit te helpen: Slim, Schoon en Sociaal.
Het zijn ook thema’s die aansluiten bij de ambities van dit kabinet.
Want als we het hebben over goed onderwijs, gaat het niet alleen om punten en diploma’s halen, het gaat ook over de mogelijkheden erna.
Leiden we op voor de juiste sectoren?
Sluiten opleidingen aan op de arbeidsmarkt?
Zijn we klaar voor AI en andere ontwikkelingen?

Het zijn vragen die we misschien niet altijd direct meewegen als we een studie kiezen, maar die er in deze tijd meer dan ooit toe doen.
Want met een vergrijzende beroepsbevolking, internationale concurrentie en een onzekere geopolitieke toekomst, kunnen we in Nederland niet achterover leunen.
We moeten echt een been bijtrekken om bij te blijven en mee te komen.
En de reflex om allemaal op ons eigen eilandje zelf het wiel uit te vinden, moeten we krachtig onderdrukken.
Want het is juist die versnippering die ertoe leidt dat dingen niet van de grond komen.
Dat moet echt anders, en dan kijk ik ook naar onszelf in Den Haag.
Het kabinet investeert € 600 miljoen in vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap.
Naast die forse investering hebben we een Talentstrategie ontwikkeld met 4 domeinen waarin Nederland kan groeien en die bijdragen aan onze strategische autonomie:
Digitalisering & AI,
Veiligheid & Weerbaarheid,
Energie- en Klimaattechnologie,
En Lifesciences en biotechnologie.

Die aandachtsgebieden zijn niet nieuw.
Net zomin als de oproep te investeren in innovatie en de weerbaarheid van onze economie.
Het is niet voor niets dat het rapport Wennink daaraan refereert als de ‘route naar toekomstige welvaart.’
En lijkt haast wel alsof de regio Arnhem-Nijmegen model stond voor die opdracht.
Want in Arnhem weten ze als geen ander wat dat is, jezelf opnieuw uitvinden.
Soms omdat de omstandigheden de Arnhemmers daartoe dwongen, zoals na de oorlog, toen de zwaargehavende stad steen voor steen opnieuw werd opgebouwd.
Maar ook door al vroeg de potentie van iets te zien, waar anderen achterbleven; de trolleybus bijvoorbeeld. 
Als enige stad in Nederland heeft Arnhem vastgehouden aan dit milieuvriendelijke alternatief voor de bestaande dieselbussen, ook toen er stemmen opgingen de trolleybus af te schaffen.
En wie tegenwoordig door het hippe modekwartier van Klarendal loopt, kan zich nauwelijks nog voorstellen dat het lange tijd een wijk was waar je liever niet kwam als je er niet persé moest zijn.
Diezelfde vernieuwingsgeest zien we bovendien terug in de oprichting van bruisende campus omgevingen als Cleantech Park Arnhem en de Electricity Campus Arnhem.

Ook voor Nijmegen geldt dat de stad zichzelf opnieuw moest opbouwen en uitvinden na de oorlog.
En met diezelfde mentaliteit van doorzetten, werd in Nijmegen gebouwd aan wat inmiddels de grootste productielocatie van chips in de Benelux is.
In dezelfde stand vinden we de Noviotech Campus, waar meer dan 50 bedrijven en tienduizend professionals werken aan de technologische weerbaarheid van Europa.
En vinden we het Radboud UMC en het CWZ, die samen met het Arnhemse Rijnstate ziekenhuis voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor het feit dat de gezondheidssector in deze streek de grootste werkgever is. 
In deze regio werken bovendien een groeiend aantal start-ups samen met bedrijven als Tennet en Alliander aan een regionaal energie-ecosysteem, gericht op een duurzame toekomst.

Logisch dus, dat hier vandaag niet alleen studenten, docenten en medewerkers van de HAN zijn, maar ook vertegenwoordigers van bedrijven.
Want het mes snijdt duidelijk aan 2 kanten.
Zij vinden in jullie de werknemers van de toekomst, en andersom krijgen jullie de kans je te blijven ontwikkelen.
Want leren houdt niet op als het diploma op zak is.
Kennis vormt zich door alle losse visies, resultaten en modellen bij elkaar te brengen, waarna nieuwe vragen ontstaan en de hele cyclus opnieuw begint.
Voor mij is dat de kern van goed onderwijs- vragen blijven stellen.

Nieuwsgierigheid is bovendien een randvoorwaarde om tot innovatieve oplossingen te komen.
En aangezien er vorig jaar maar liefst 2 HAN-studenten werden uitgeroepen tot ‘Innovatiefste student van Nederland’, weet ik dat dat hier wel goed zit.
Tegelijkertijd weet ik ook: achter ieder succes ligt een lange reeks van tegenslagen en mislukte pogingen.
Van een verkeerde methodiek, van aannames die niet bleken te kloppen, of van een foute beslissing op een cruciaal moment.
Daar hoor je alleen zelden iemand over.
En dat is onterecht, want een bekend citaat luidt: wie geen fouten maakt, maakt meestal helemaal niets.
En Oscar Wilde zei: ‘Ervaring is eenvoudig de naam die we aan de som van onze fouten geven.’
Zo is het precies.
Ik ben blij dat jullie daar ieder jaar bij de HAN ook aandacht voor hebben tijdens een bijeenkomst met de veelzeggende naam ‘fuck up-night’.
Want innovatie komt niet vanzelf.
Het vraagt om lef, doorzettingsvermogen en de bereidheid om hier en daar ook eens een risico te nemen.
Niet alleen van de onderzoeker of student die zijn naam ergens aan verbindt, maar ook van bedrijven en organisaties die met hun investering hopen op een doorbraak.

Beste studenten, docenten en medewerkers,
Bij de start van dit Hogeschooljaar staan we samen stil bij een nieuwe ronde van kansen, ervaringen en groei.
Maar ik leerde bij SENECA dat groei komt door proberen.
Harder proberen.
Vallen.
Je pijn verbijten.
En weer opstaan.
Die lessen hebben mij voor een deel gebracht naar de plek waar ik nu ben.
Dat gun ik jullie ook.
Want waar je weg ook naartoe gaat, onthoud waar en met wie je ooit begon.
Ik wens jullie heel veel succes, maak er met elkaar een geweldig jaar van!