Het tekort aan personeel in zorg en welzijn neemt toe. Daarom wil de overheid werken in zorg en welzijn aantrekkelijker maken en het werk slimmer organiseren. Door bijvoorbeeld de administratietijd te verminderen en zorgprofessionals in te zetten waar zij het meest nodig zijn.
Te weinig personeel in wijkverpleging, ouderenzorg en gehandicaptenzorg
Ongeveer 1,5 miljoen mensen in Nederland werken in zorg en welzijn. Toch is dat nog lang niet genoeg om te voldoen aan de vraag naar zorgpersoneel. Er is nu al een tekort van tienduizenden zorgmedewerkers. Als er niets verandert, loopt dit tekort op tot 301.000 medewerkers in 2035.
Mensen worden steeds ouder. En het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe (vergrijzing). Daarom neemt de vraag naar zorg en zorgpersoneel in de komende jaren verder toe. Dat geldt vooral in de wijkverpleging, ouderenzorg en gehandicaptenzorg.
Aanpak om toename personeelstekort te voorkomen
De overheid probeert het tekort aan zorgpersoneel tegen te gaan. Onder meer door zorg en welzijn een aantrekkelijkere sector te maken om in te werken. En door het werk zo efficiënt mogelijk in te richten.
Om dit voor elkaar te krijgen, heeft de overheid een aantal doelen vastgesteld:
Maximaal 20% administratietijd in 2030
Momenteel zijn zorgprofessionals ongeveer 30% van de tijd bezig met administratie. Dat is te veel. Het doel is om in 2030 nog maximaal 20% van de tijd met administratie bezig te zijn. De Regiegroep Aanpak Regeldruk werkt aan dit doel.
Verschillende organisaties hebben al manieren gevonden om regeldruk te verminderen. Bijvoorbeeld minder kwaliteitsregistraties in ziekenhuizen. Door die goede voorbeelden in te voeren bij andere zorginstellingen, helpt dat de administratietijd te verminderen. Dit is een afspraak uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.
Verdere tijdswinst komt er onder meer als zorgverzekeraars en gemeenten de eisen bij het inkopen van zorg versimpelen of schrappen. Zorgprofessionals werken daarom aan een lijst met eisen die zij onnodig vinden of die veel tijd kosten. Zorgverzekeraars en gemeenten controleren vervolgens of zij die eisen kunnen afschaffen of simpeler maken.
Kunstmatige intelligentie (AI) kan het werk en de administratie voor zorgpersoneel makkelijker en sneller maken. Informatie in patiëntdossiers inspreken in plaats van typen, scheelt bijvoorbeeld veel tijd. Ook biedt AI steeds meer mogelijkheden om werk- en patiëntplanningen te optimaliseren.
Als zorgprofessionals gegevens makkelijker en veilig met elkaar kunnen delen, scheelt dat veel tijd. Door gezondheidsgegevens te koppelen, hoeven zorgverleners niet te zoeken naar gegevens en hebben zij sneller een compleet dossier. De overheid bereidt wetten voor die dit mogelijk maken, bijvoorbeeld de Wet elektronische gegevensuitwisseling voor goede zorg. Dit moet zorgvuldig en veilig gebeuren. Ook wil de overheid dat mensen zelf meer rechten en mogelijkheden hebben om hun dossier in te zien.
Zorgpersoneel slimmer inzetten
Omdat zorgprofessionals schaars zijn, wil de overheid hen inzetten op plekken waar zij het meest nodig zijn.
Zorg kan ook thuis of dichtbij huis plaatsvinden, dankzij technologische mogelijkheden. Bijvoorbeeld videobellen met een arts of psycholoog. Of patiënten in verpleeghuizen monitoren via sensoren.
Het kan soms lang duren voor iemand met een hulpvraag de juiste zorg of ondersteuning krijgt.
De overheid wil daarom dat wijkverpleegkundigen zelf voorzieningen uit de Wmo mogen aanvragen. De Wmo-consulent rondt de aanvraag vervolgens af. De wijkverpleegkundige kent de situatie van de patiënt, waardoor die niet meerdere keren hetzelfde verhaal hoeft te vertellen. Er starten in 2026 pilots met deze aanpak. Als de aanpak succesvol blijkt, kan dit ook de landelijke aanpak worden.
Een goede samenwerking tussen zorgprofessionals en mantelzorgers of vrijwilligers verbetert de zorg. Daarom informeert de overheid zorgverleners duidelijk over welke zorg zij aan anderen mogen overdragen. Met duidelijke afspraken houden mantelzorgers het langer vol. Bovendien houden professionals dan tijd over voor zorgtaken die alleen zij kunnen.
Vakmanschap en werkplezier vergroten
Om in de toekomst voldoende zorgpersoneel te hebben, moet de sector aantrekkelijk zijn. Zowel om nieuwe mensen aan te trekken, als om personeel te behouden. Daarom probeert de overheid de vakkennis en het werkplezier van mensen die werken in zorg en welzijn te vergroten.
Er is in 2026 € 53 miljoen beschikbaar om zorg- en welzijnsprofessionals op te leiden. Dit loopt op tot € 185 miljoen in 2029. Het doel is om te investeren in opleiding en scholing voor buiten het ziekenhuis, omdat daar de grootste veranderingen en tekorten worden verwacht.
Als de werkomgeving veilig en gezond is, blijven mensen er langer werken. Ze worden minder snel ziek en zeggen hun baan minder snel op. De overheid helpt zorgorganisaties hierbij via het ‘Preventieplan Zorg en Welzijn’. Daarin staat wat zorgorganisaties kunnen doen om medewerkers te behouden en ervoor te zorgen dat zij minder vaak ziek worden.
Ook helpt de overheid zorgorganisaties om agressie tegen hun medewerkers aan te pakken. Onder meer met campagnemateriaal en informatie over aangifte doen bij agressie. Werkgevers kunnen dit namens hun medewerkers doen.
Regionaal werkgeverschap biedt zorgpersoneel de mogelijkheid om in loondienst te werken bij meerdere zorgorganisaties tegelijkertijd. Zo hebben zij meer afwisseling in hun werk en kansen om zich verder te ontwikkelen. De overheid onderzoekt, samen met zorgorganisaties, wat de mogelijkheden zijn voor regionaal werkgeverschap.