Toespraak staatssecretaris Van Marum tijdens het Congres iBestuur

Eddie van Marum hield een toespraak tijdens het Congres iBestuur op 2 september 2025.

Dames en heren,

Goed om hier vandaag bij elkaar te zijn met zo veel mensen uit de digitale overheid, wetenschap, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven.

Deze opkomst laat zien hoeveel kennis en kunde we in huis hebben.

Maar minstens zo belangrijk: het laat zien dat we samenwerken. Dwars door alle geledingen van de overheid heen - en daarbuiten.

Die samenwerking wordt alleen maar belangrijker. Want vraagstukken rondom AI, data en cloud groeien individuele overheidsorganisaties boven het hoofd. 

Daarom is vlak voor de zomer de Nederlandse Digitaliseringsstrategie gelanceerd.  

En daarvoor wil ik allereerst mijn voorganger Zsolt Szabó bedanken. Hij heeft de basis gelegd.

Ik heb me er hard voor gemaakt om de NDS ondanks het demissionaire kabinet toch te lanceren.

Want we moesten deze koers zo snel mogelijk inzetten. De NDS is de eerste stap naar een overheid die meer als één geheel opereert. Dat betekent meer samenwerking tussen ministeries, provincies, gemeentes en uitvoeringsorganisaties.

Op die manier versterken we de digitale basis van ons land en kunnen we maatschappelijke uitdagingen doelgerichter aanpakken. Of het nu gaat over zorg, veiligheid, woningbouw of voedselzekerheid.

Dat ik hier nu op het podium sta, had ik een paar maanden geleden niet kunnen denken.  Bij de start van het kabinet ben ik aangesteld als staatssecretaris Herstel Groningen – en dat ben ik nog steeds, vol overgave.

Maar toen ik werd gevraagd voor deze portefeuille, twijfelde ik niet. Ik wist: deze verantwoordelijkheid moet ik nemen. Dossiers op dit onderwerp zijn te belangrijk om te laten liggen.

Digitalisering is niet mijn vakgebied, daar ben ik me van bewust. Gelukkig maak ik mij nieuwe onderwerpen snel eigen.

Voor technische diepgang vertrouw ik op de ambtenaren van mijn ministerie. Maar ook op de kennis in deze zaal.  En natuurlijk op de expertise van de leden van de NDS-raad die we straks zullen presenteren.   

Zelf breng ik ook iets mee. Mijn drijfveer in de politiek is: de mens centraal stellen. Dat klinkt misschien als een open deur, maar dat is het niet. Het gaat nog vaak mis. Dat heb ik in Groningen van dichtbij gezien.

  Bij de afhandeling van aardbevingsschade heb ik mensen gesproken die van het kastje naar de muur werden gestuurd, van loket naar loket.

Ik heb zelfs Groningers ontmoet die hun huis permanent moesten verlaten, die hun veilige plek kwijt waren. Zij lagen ’s nachts wakker, niet van aardbevingen maar van de zorgen.

Veel van die mensen zijn het vertrouwen in de overheid echt even verloren.

Dat vertrouwen winnen we nu stap voor stap terug.

Ik weet dus hoe belangrijk het is om bij het maken van beleid de mens niet uit het oog te verliezen. 

Dat kan overal gebeuren.
Het kan iedereen bij de overheid overkomen.

Ook bij digitalisering, misschien wel juist hier.

Want de wereld verandert razendsnel. De digitale toepassingen worden steeds geavanceerder. Bij de uitvoering van beleid maken we gebruik van nieuwe technologie zoals AI, data en cloud.

Natuurlijk dekken we de risico’s daarbij af met regelgeving.

We hebben allemaal goede intenties. Daar twijfel ik geen moment aan.

Toch moeten we ons altijd één ding blijven afvragen: gaat het in de praktijk ook zoals we hadden bedacht? Of moeten we toch meer doen om te voorkomen dat er mensen worden benadeeld, of buiten de boot vallen?

Dat is voor mij misschien wel het belangrijkste punt uit de NDS. We werken samen als één overheid, maar wel vóór burgers en ondernemers. Zij staan centraal. Ze moeten altijd in ons achterhoofd zitten.

Naar deze mensen toe hebben we ook de plicht om onze digitale voorzieningen te beschermen. Want digitalisering wordt steeds meer een publieke voorziening, net als energie, water en onderwijs. We zijn er afhankelijk van.

Als het wegvalt, kan dat grote gevolgen hebben. En in het huidige geopolitieke klimaat is een storing of digitale aanval niet ondenkbaar.

En stel je voor: je persoonlijke gegevens liggen ineens op straat. Of je hebt opeens geen toegang meer tot je spaargeld of zorggegevens.

Dat kan ook voelen als een soort aardbeving. Het kan scheuren veroorzaken in het vertrouwen dat mensen hebben in de overheid. Want ook al gebeurt het digitaal - het raakt de kern van ons bestaan.

Daarom is het goed dat digitale weerbaarheid een van de belangrijkste speerpunten is van de NDS. We moeten onze burgers niet alleen centraal zetten, maar ook beschermen.

En ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen - met de NDS als basis. Maar we moeten ook realistisch zijn: we staan pas aan het begin.

Het échte werk begint nu.

Met elkaar moeten we bepalen: welke van de prioriteiten gaan we als eerste aanpakken? Er liggen veel goede plannen: voor een soevereine cloud, voor een eigen AI-faciliteit, en we willen onze overheidssystemen beter op elkaar afstemmen.

Maar we kunnen niet alles tegelijk. Samen moeten we zo snel mogelijk tot een concreet stappenplan komen.

En dan is er nog een vraag die we hardop moeten stellen: hoe gaan we dit betalen? 

Als het volgende kabinet echt stappen wil maken op deze dossiers, is er een substantiële bijdrage nodig voor digitalisering.

Maar de overheid kan het niet alleen. Dit vraagt om een gezamenlijke investering, zowel publiek als privaat. Daarom is het zo goed dat we hier vandaag samen zijn met overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Dit gesprek moeten we samen voeren.

En dan kom ik bij mijn opdracht aan jullie in de zaal.

Zoek vandaag de verbinding, want alleen jullie kunnen de NDS echt versnellen.

Dus praat met elkaar, inspireer elkaar, en houd ook de mensen buiten deze zaal in je achterhoofd.

Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat Nederlanders straks kunnen bouwen op één digitale overheid – betrouwbaar, dienstbaar en weerbaar. 

Dank jullie wel.