Toespraak minister Yesilgoz-Zegerius voor de luchtmachtherdenking bij het monument van de gevallen vliegers
Minister Yesilgoz-Zegerius (Defense) hield op 4 mei 2026 een toespraak bij de herdenking van de luchtmacht van gesneuvelde militairen. Deze vond plaats bij het Monument voor Gevallen Vliegers op de voormalige vliegbasis Soesterberg.
Dames en heren,
83 jaar geleden, op 18 februari 1943, stijgen 6 bommenwerpers op vanaf luchtmachtbasis MacDonald Airfield vlakbij de Australische stad Darwin. Ze behoren tot het 18e Squadron van de Nederlands-Indische luchtstrijdkrachten. Een eenheid die na de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië vanuit Australië de strijd voortzet en een belangrijke rol speelt tijdens de luchtstrijd in de Pacific.
Aan boord van 1 van die toestellen zit vaandrig Matthijs Fisscher. Een jonge co-piloot, onderdeel van een gemengde bemanning van Nederlanders en Australiërs. Hun doelwit is een Japans schip bij Dili, op Oost-Timor.
Tijdens de missie worden ze onderschept en er ontstaat een fel luchtgevecht met Japanse jagers. Het toestel van Fisscher wordt geraakt. De piloot komt om het leven. De motor valt uit. En het vliegtuig raakt zwaar beschadigd.
Fisscher neemt de besturing over. Hij is gewond en heeft nauwelijks zicht, terwijl de wind door de kogelgaten door de cockpit giert. Hij weet dat hij de basis niet meer zal halen. En toch blijft hij handelen.
Hij weet het toestel nog enige tijd in de lucht te houden. Lang genoeg om een gecontroleerde noodlanding op zee te maken. Wat er daarna gebeurt, zegt misschien nog wel meer.
Fisscher slaat met zijn handen het plexiglas kapot. Hij trekt bemanningsleden naar buiten en helpt hen in een rubberboot. Terwijl het vliegtuig onder hen wegzinkt.
4 mannen overleven. 2 niet. Dat is moed. Maar ook de harde werkelijkheid van het luchtwapen.
Dames en heren,
Wat daar in 1943 gebeurde, ver weg in de Timorzee, lijkt geschiedenis. Maar de wereld van vandaag is niet veiliger.
We zien oorlogen aan de randen van Europa. We zien oplopende spanningen tussen grootmachten. En we zien hoe kwetsbaar onze veiligheid is geworden.
Juist daarom trainen wij. En juist daarom doen we dat samen.
Onlangs nog, aan de andere kant van de wereld. In Japan.
Daar oefenden Nederlandse F-35’s samen met Japanse en Amerikaanse collega’s. Ze vlogen gezamenlijke missies, leerden van elkaar en werkten volgens dezelfde procedures.
Dat doen we niet voor niets. Stabiliteit in de Indo-Pacific is ook voor ons van belang. Veel van wat wij dagelijks gebruiken, komt uit die regio.
Maar misschien zit de betekenis nog dieper. Want waar wij vandaag samen oefenen met Japan, stonden we 80 jaar geleden tegenover elkaar.
De vijand van toen, is een partner van nu. Dat laat zien wat er kan veranderen. En hoe belangrijk het is om te blijven investeren in relaties, in vertrouwen en in samenwerking.
Als je dat doortrekt, kom je bij een ander verhaal. Dat van Diederik van Overbeek.
Hij was 16 jaar toen de oorlog uitbrak. Na het bombardement op Rotterdam besloot hij dat hij niet wilde toekijken.
Hij vertrok op de fiets. Dwars door bezet Europa. Via België, Frankrijk, Spanje en Portugal. Hij werd gearresteerd, zat vast, maar gaf niet op.
In 1943 bereikte hij Engeland. Daar ging Van Overbeek aan de slag als onderhoudsmonteur bij de Britse luchtmacht.
Afgelopen februari werd hij ‘ontdekt’ als een van de allerlaatste Engelandvaarders nog in leven. Hij is nu 102 jaar oud en zei in een interview het volgende:
“Blijf leren en blijf lezen. En je ziet hoe het kan lopen: de Duitsers waren onze ergste vijand in de oorlog, maar je vijand kan je beste vriend worden.” – einde citaat.
Die gedachte zie je vandaag terug in onze bondgenootschappen. We werken intensief samen met landen om ons heen. Met Duitsland, met Europese partners. En met de Verenigde Staten.
Zeker, Europa moet meer verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid. Maar dat doen we niet alleen. Juist de combinatie van een sterker Europa en een hechte samenwerking met de Verenigde Staten maakt ons veiliger.
Wat daarbij opvalt, is de kwaliteit van onze mensen. Of ze nu opereren vanaf een basis in Nederland, of duizenden kilometers verderop in Japan. U laat zien dat onze luchtmacht over ter wereld inzetbaar is. En dat de inzet van het luchtwapen ertoe doet.
Dat zien we ook in Oekraïne. Daar riskeren vliegers elke dag hun leven om hun land te verdedigen tegen de Russische agressie. Nederland draagt daaraan bij.
Met onze gedoneerde F-16’s, en als lead nation in de F-16-coalitie, samen met Denemarken en de Verenigde Staten. Met advies en assistentie die levens kan redden. En met de recente levering van F-16-simulatoren, zodat vliegers beter voorbereid de lucht in gaan. En we blijven bijdragen, zodat Oekraïne zich kan verdedigen en zijn vrijheid kan blijven beschermen
Dames en heren,
Als we hier staan, bij dit monument, weten we ook dat achter al die inzet verhalen schuilgaan. Verhalen zoals dat van Vaandrig Matthijs Fisscher en Diederik van Overbeek. En zo zijn er velen. Mannen en vrouwen van de luchtmacht die opstegen maar nooit meer terugkeerden.
Vandaag herdenken we hen. In een wereld vol onrust buigen wij vandaag voor even ons hoofd. Voor hen die vlogen, vochten en vielen. En we blijven hun verhalen vertellen.
Dank u wel.