Speech minister Van Weel: ‘Een veilige haven is een succesvolle haven’

‘Heaven en haven, het scheelt maar één letter’

Dames en heren, geachte aanwezigen,

Ik hoef u niet te vertellen dat ik deze dichtregel van Jules Deelder van harte onderschrijf. Als Rotterdammer en oud-marine-officier is deze plek mij lief. Het is mij een genoegen hier te mogen spreken op deze bijzondere dag met gelijkgestemden en ik dank Deltalinqs voor de uitnodiging.


Ik weet nog goed hoe ik de haven vroeger beleefde. De tochten over de Maas met stoomsleepboot De Volharding, waar mijn vader als hobby kapitein was. Of de doop van een schip bij Van der Giessen de Noord. Hoe hij van de helling schoof, de geur van vet en natte voeten. Mooie herinneringen die bijdroegen aan een eeuwige liefde voor de haven.  

Toen was de Rotterdamse haven nog de grootste ter wereld. Dat is al een tijdje niet meer zo, maar de haven is nog altijd het kloppend hart van logistiek Europa. De handel hier is goed voor alleen al 180.000 banen hier in de regio en is cruciaal voor zo’n beetje alles dat Nederland en Noordwest-Europa dagelijks nodig heeft.

Had je dit anderhalve eeuw geleden voorspeld, dan was je voor gek verklaard. Zeker in Rotterdam. Rotterdam lag niet eens aan zee, het was geen hoofdstad en havens als Vlissingen en Antwerpen stonden er veel beter voor.

Maar! Lodewijk Pincoffs en Marten Mees dachten er anders over en zagen de potentie van dat kleine stadje aan de Rotte. Onze schepen waren de beste ter wereld, over baggeren hoefde niemand ons iets te vertellen en kanalen bouwen konden wij als de beste. En daar konden we ook nog eens goed geld mee verdienen. ‘Je ziet het pas als je het doorhebt’, om maar eens een groot Feyenoorder te citeren.


Kortom, het is Rotterdam niet komen aanwaaien. Visie, innovatie, keihard werken en sámenwerken, de Rotterdamse mentaliteit, dat heeft de haven gemaakt tot wat hij nu is. Een haven die op geen enkele andere plek had kunnen ontstaan, omdat daar nu eenmaal geen Rotterdammers wonen.

Maar, beste mensen. Groot en belangrijk maakt ook kwetsbaar. Ik spreek u vandaag op een onheilspellend moment in de wereldgeschiedenis. Er zijn twee oorlogen gaande, met grote impact op onder meer de energiemarkt. De wereldhandel staat onder druk. We hebben een enorm smokkelprobleem en criminelen en statelijke actoren hebben de haven in het vizier als dé plek om de Europese economie en veiligheid te ontwrichten.

Terwijl: een haven hoort bij uitstek veilig te zijn. Schepen gaan de woeste zee op, maar keren altijd terug naar hun vertrouwde basis. Het is niet voor niets dat een veilige haven vaak metaforisch symbool staat voor je partner, of je gezin, of je vriendengroep.

Inmiddels is de geborgenheid die de havens horen te bieden in deze onveilige wereld geen zekerheid meer. We zijn wat betreft drugssmokkel beland in een continue wedloop met inventieve criminelen die elke keer weer naar de zwakste schakel zoeken. De smokkel beperkt zich allang niet meer tot de bekende kist bananen, maar zit in de wanden van containers, het wordt verstopt in bulkgoederen of in ingewassen spijkerbroeken. Vind daar maar eens een antwoord op.

Het goede nieuws: dat antwoord vinden wij voortdurend met elkaar – tot zich weer een nieuwe vraag aandient. Het aantal onderschepte kilo’s is vorig jaar flink gedaald. Het aantal uithalers is verminderd. De bewustwording bij havenmedewerkers is gegroeid. De onderschepping van 30.000 kilo aan cocaïne vorige week door Spanje is ook een compliment aan Rotterdam.

Hoe wij dat doen, dat vertellen wij altijd graag aan buitenlandse autoriteiten die hier op bezoek komen. Die zijn zonder uitzondering onder de indruk.

Bijvoorbeeld van de manier waarop wij de publiek-private samenwerking invullen, met de Port Alliance Rotterdam. De samenwerking van ondernemingen, brancheorganisatie Deltalinqs en het havenbedrijf met de douane, de politie, het OM, de FIOD en de Belastingdienst, het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en de gemeente Rotterdam.

De Port Alliance Rotterdam is er om informatie te delen, om innovatie te stimuleren en te komen tot gezamenlijke werkprocessen. Dat klinkt ambtelijk, daarom een paar concrete voorbeelden.

Allereerst de bewustwording. Het trainen van medewerkers om weerbaar te zijn tegen corruptie en ronselaars, met als motto ‘stay low, say no’. Havenmedewerkers worden soms letterlijk bij de poort opgewacht en onder druk gezet. Maar ook in het uitgaansleven is een verspreking zo gemaakt en voor je het weet ben je chantabel. Om dit het hoofd te bieden kunnen medewerkers nu trainen op dit soort situaties met professionele acteurs.

Dan het project Gatekeeper. Bij Gatekeeper kunnen bedrijven onder strenge voorwaarden incidenten melden. Er wordt centraal geregistreerd wie toegang mag hebben tot bepaalde hoogrisico-faciliteiten. Vertoon je verdacht of crimineel gedrag, dan kun je je toegangspas kwijtraken. Echt een mooi concept dat we nu ook in andere havens willen gaan gebruiken.

Tot slot een andere belangrijke samenwerking tussen havenbedrijven en rederijen. De ‘vertrouwensketen’, waarbij een efficiënt logistiek proces en veiligheid hand in hand gaan.

Met een nieuwe techniek is fraude met de afleverpincodes nu zo goed als onmogelijk gemaakt.

In 2023 waren dat er nog 23, in 2024 nog maar 6 en in 2025 gingen we naar 0. Beter wordt het niet.


Mooie successen dus, en er zijn er vele meer. Maar is het genoeg? Nee, het is nooit genoeg. De eerste maanden van dit jaar neemt de drugssmokkel toch weer toe. We moeten dus echt wakker blijven en ons niet laten leiden door dagkoersen. Blijven innoveren, blijven samenwerken, een andere keuze is er eenvoudigweg niet.

Beste mensen, dan weerbaarheid. Ik zei het al. Twee grote oorlogen, een nieuwe wereldorde met grote geopolitieke belangen en disruptie van de wereldhandel maken de Rotterdamse haven kwetsbaar voor hybride dreigingen. Ook vanwege zijn enorme LNG- en petrochemie-industrie,  essentieel voor de samenleving maar bijvoorbeeld ook voor defensie. Elektrische straaljagers en tanks heb ik in elk geval nog niet gezien.

Vijandelijke actoren laten zich dit geen twee keer zeggen en proberen regelmatig rederijen, terminals en vitale infrastructuur te ontregelen. Met een digitale aanval of sabotage, of bijvoorbeeld angstzaaierij door middel van drones, wordt onze verdediging doorlopend getest.

Ook hier is duurzame alertheid cruciaal, zowel op de kades als in de bestuurskamers. Dit is allerminst vrijblijvend:

de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten verplicht sectoren bijvoorbeeld om analyses te maken van hun kwetsbaarheid en maatregelen te nemen. Denk ook aan de cyberbeveiligingswet, die moet zorgen voor bescherming van kritieke digitale infrastructuur en uitval van diensten moet voorkomen.
 

Veel hangt ook hier af van bewustwording en de juiste vragen stellen. Kunt u 72 uur zonder stroom of communicatie, zonder dat uw continuïteit in gevaar komt? Op welke diensten van derden kunt u dan wel of niet rekenen? Weet u welke medewerkers zich waar bevinden en weten zij welke taken zij bij een calamiteit moeten uitvoeren?

En, wat ook bij weerbaarheid hoort: zijn wij er als haven klaar voor om militaire verplaatsingen te ondersteunen áls het onverhoopt echt mis gaat?


Kortom, beste mensen. Er gebeurt ontzettend veel. U pakt uw rol en u investeert – in veiligheid, in bedrijfsvoering en in elkaar. Dat doet u op zijn Rotterdams: zonder te zeuren, omdat u ziet dat het nodig is en omdat een veilige haven ook een succesvolle haven is.

Tegelijk pak ik mijn rol, door gericht te investeren in de aanpak van ondermijning en weerbaarheid in de mainports van Nederland, met de Rotterdamse haven als grootste uitdaging én voorbeeld voor de andere havens. En daar heb ik u echt bij nodig.

Bovendien kijk ik breder, naar preventie bijvoorbeeld. Als wij kwetsbare jongeren een andere toekomst kunnen bieden, zien we hen hopelijk minder vaak ’s nachts langs rijen containers sluipen.

En tot slot, buiten mijn portefeuille, kijken wij als Kabinet naar zaken als regeldruk en energiekosten in de haven. Want ook wij beseffen: een goed investeringsklimaat is meer dan alleen veiligheid.

Dames en heren, ik zei het al: de grootte en het belang van deze haven maakt kwetsbaar. Fysiek, maar ook in werkwijze en bedrijfscultuur. Kwaadwillenden zullen altijd op zoek gaan naar de zwakste schakel.

Maar die omvang is tegelijk onze kracht. Kijk deze zaal maar eens rond. Al die ondernemingen en organisaties in al die verschillende branches, die zorgen voor een enorm depot aan kennis en expertise. Werken wij goed samen, dan is afhankelijkheid geen nadeel maar een ontzettend groot voordeel.

Als wij dit weten te mobiliseren, met die typische Rotterdamse eigenschappen van visie, innovatie en hard werken, kunnen wij oprecht zeggen: die veilige haven is geen metafoor, maar het bestaat, hier op deze plek.

Ik wens u een smakelijke voortzetting.