Toespraak staatssecretaris Boswijk tijdens voorjaarsbijeenkomst van Economic Board Zuid-Holland
Goedemiddag allemaal,
Een paar maanden geleden was er een opmerkelijk bericht in het nieuws.
De Duitse politie had in Kiel een inval gedaan bij een vrachtschip met de naam Scanlark.
Aan boord vond de politie gps-antennes, geavanceerde camera’s en een Russischsprekende bemanning.
Het schip had voordat het naar Kiel was gevaren enkele dagen in de Rotterdamse Maashaven gelegen.
En het werd ervan verdacht een uitvalsbasis te zijn voor spionageoperaties.
Dit bericht past in een bredere trend.
We zien steeds vaker dat landen met geopolitieke motieven onze kritieke infrastructuur bespieden.
Met name China en Rusland.
Dat dit in de Rotterdamse haven gebeurt is niet zo gek.
Het gebied is een strategisch knooppunt van logistiek, energie, chemie en kritieke grondstoffen.
Dat maakt deze regio en een groot deel van jullie bedrijven, organisaties en instellingen niet alleen tot een potentieel doelwit voor spionage maar ook voor sabotage.
Dit past eveneens in een bredere trend.
Want de wereld is de afgelopen jaren een stuk harder, onvoorspelbaarder en onveiliger geworden.
Rusland voert al meer dan 4 jaar een brute strijd tegen Oekraïne en intimideert en bedreigt Europa.
Zo vliegen Russische gevechtsvliegtuigen geregeld het luchtruim van de EU binnen, probeert de schaduwvloot onze wateren te doorkruisen om sancties te ontlopen en te spioneren en proberen hackers ons digitaal te ontregelen.
China is ondertussen een wereldmacht op economisch, technologisch en militair gebied geworden en gedraagt zich ook zo.
De strijd in het Midden-Oosten zorgt daarnaast niet alleen voor te betreuren slachtoffers, het verstoort ook de energie- en grondstoffenmarkt en daarmee de internationale handel.
En de Verenigde Staten hebben duidelijk laten blijken dat Europa veel meer op eigen benen moet staan.
In het kort: we leven niet volledig in oorlog, maar ook niet meer in vrede.
We leven in een grijze zone ertussenin.
Wat betekent dit voor ons?
We moeten verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen bescherming.
Dit vereist een geloofwaardige afschrikking.
We moeten zo sterk worden dat niemand het in zijn hoofd haalt ons aan te vallen.
Dit raakt ook aan onze industrie en kennisinstellingen en daarmee aan u.
Want een sterke Defensie is alleen mogelijk wanneer deze gestut wordt door een sterke industrie en de nieuwste innovaties.
De Russische oorlog in Oekraïne laat dit zien: een belangrijke factor op het slagveld is wie het meest kan produceren, het snelst kan innoveren en dit het langst kan volhouden.
Het is dus niet alleen de vraag of onze militairen er klaar voor zijn.
Het gaat erom of onze hele samenleving kan blijven functioneren wanneer het er het meest toe doet.
Kunnen we onszelf een paar dagen redden als een stroomstoring of cyberaanval het betalingsverkeer heeft ontwricht?
Kunnen onze bedrijven, kennisinstellingen en economie blijven draaien tijdens een langdurig conflict?
Dit kan als we als land weerbaarder worden.
Dit is een zaak van de overheid, van bedrijven, van maatschappelijke organisaties en van kennisinstellingen.
Van mij, van u en van alle Nederlanders.
Hoe we dit voor elkaar krijgen?
Een volledig antwoord op deze vraag is bovenal heel lang, want weerbaarheid zit in bijna alles.
Het zit zoals we zagen in een sterke krijgsmacht en een sterke economie.
In straaljagers en standvastigheid.
In vrije handelsroutes en een vrije toegang tot informatie.
In energiezekerheid en een eerlijke democratie.
In een gezond debat en gelijke kansen.
In steden en straten.
In bedrijven en buurtverenigingen.
In een sterke rechtstaat en, misschien wel bovenal in sociale cohesie.
Onze weerbaarheid zit in alles wat onze vrije manier van samenleven mogelijk maakt.
Speciaal voor het bedrijfsleven is de overheid afgelopen week een weerbaarheidscampagne gestart.
Deze campagne draait om vragen als:
Weet u welke personen en processen absoluut onmisbaar zijn om uw bedrijf open te houden?
Weet u hoe weerbaar uw toeleveringsketen is?
Bent u afhankelijk van grondstoffen?
Zo ja, doet u er verstandig aan een voorraad aan te leggen?
Als er morgen iets misgaat, wie belt u dan?
En wat doet u als telefoons helemaal niet meer werken?
De gedachte achter dit initiatief is de juiste: weerbaarheid zit in bewustzijn.
In keuzes.
In afspraken.
In relaties.
Uiteraard hoort bij weerbaarheid ook militaire paraatheid.
Maar zelfs dit is niet het exclusieve terrein van Defensie.
Ook hierin speelt u een rol.
Dat kan ik uitleggen aan de hand van de drie lijnen waarlangs wij bij defensie de verdediging van ons land verstevigen.
Het moet namelijk sterker, slimmer en samen.
Om sterker te worden hebben we meer materieel en personeel nodig en snel ook.
Niet omdat we oorlog zoeken, maar omdat geloofwaardige afschrikking de beste manier is om oorlog te voorkomen.
Defensie groeit in hoog tempo.
Het budget is gestegen van ongeveer € 13 miljard in 2022 naar bijna € 27 miljard dit jaar.
We investeren fors in materieel, munitie, luchtverdediging, cybercapaciteit en mensen.
Het aantal beroepsmilitairen en reservisten groeit tot eind 2030 richting de 100.000.
Om dit voor elkaar te krijgen, werken we onder meer met een groeiend aantal bedrijven om hun medewerkers aan te moedigen als reservist te dienen.
Hieronder zijn bedrijven als de Rabobank, Heijmans en een groot aantal bedrijven onder de vleugels van de Rotterdamse haven.
Naast het rekruteren van voldoende mensen, vereist sterker worden ook het ontwikkelen, produceren en kopen van ultramodern defensiematerieel.
Denk aan luchtafweer en zwaarbewapende bergingsvoertuigen, maar ook satellieten, middelen om digitale oorlogsvoering tegen te gaan en uiteraard drones.
Drones hebben een grote impact op de moderne oorlogsvoering.
Om u een idee te geven:
In 2022 waren verantwoordelijk voor ongeveer 20% van de slachtoffers in Oekraïne.
Nu is dat rond de 90%.
De Nederlandse krijgsmacht kan op dit gebied niet achterblijven.
Daarom hebben we onlangs bijvoorbeeld aangekondigd dat we meer drone- en anti-dronecapaciteiten bij onze landmacht gaan integreren.
Zo blijft de hele krijgsmacht aangehaakt bij de laatste ontwikkelingen.
Dat brengt me bij de tweede manier om onze weerbaarheid te vergroten:
Het moet slimmer.
Slimmer werken betekent uiteraard innoveren.
En dat gebeurt in overvloed hier in Zuid-Holland, vooral op het gebied van maritieme techniek, ruimtetechniek, sensoren en radar, cyber- en quantumtechnologie, drones en kunstmatige intelligentie.
Het is niet voor niks dat wij vorig jaar een intentieverklaring ondertekenden met het ministerie van Economische Zaken, de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en de Economic Board Zuid-Holland om innovatieve bedrijven in deze regio sneller te verbinden aan de actuele vraagstukken rondom veiligheid en defensie.
We hebben vervolgens samen het Regioteam voor Defensie en Innovatie in Zuid-Holland opgericht om innovatie in defensietechnologie aan te jagen.
Een andere manier waarop we bij Defensie innoveren is via zogenoemde challenges.
Hierbij dagen we bedrijven uit een specifiek product te ontwikkelen.
Op dit moment loopt bijvoorbeeld zo’n challenge, waarvoor we bedrijven hebben gevraagd met oplossingen te komen om drones te detecteren en te onderscheppen die tussen de 150 en 400 kilo wegen en tot zo’n 600 kilometer per uur kunnen vliegen.
Het mooie is dat met bedrijven die met goede oplossingen komen een langdurige samenwerking mogelijk is.
We vragen de industrie dus nieuwe defensietechnologie te ontwikkelen.
Maar vaak zitten innovaties ook in het anders gebruiken van al bestaande techniek.
Kijk bijvoorbeeld naar onze gastheer Koedood Marine Group, waar ze waterstof- en methanolmotoren voor de scheepvaart ontwikkelen, die interessant kunnen zijn voor een militaire toepassing.
Of het Haagse bedrijf Robin Radar Systems, dat in de jaren 80 begon met een techniek om vogels te detecteren.
Komende maand gebruikt het Amerikaanse departement van Binnenlandse Veiligheid de technologie van Robin Radar om het WK-voetbal te beschermen tegen bedreigingen in het luchtruim.
Of neem het Delftse bedrijf Lobster Robotics, dat zelfbesturende onderwaterdrones maakt.
Deze drones worden normaal gebruikt voor natuurbescherming en de bouw van windparken op zee.
Maar de technologie blijkt ook nuttig om kritieke infrastructuur onder water te controleren, zoals pijpleidingen en internet- en stroomkabels.
Deze technologieën zijn zowel militair als civiel toepasbaar.
Met deze zogenoemde dual-use technieken versterken we onze veiligheid en helpen we tegelijkertijd onze samenleving vooruit.
Deze dubbele werking komt goed uit in een tijd van schaarste aan ruimte, personeel en materialen.
Want Defensie moet wat mij betreft een organisatie zijn die voor verdediging en vooruitgang zorgt.
Zo kunnen we via al onze locaties regionale economieën stimuleren door lokaal in te kopen.
We spelen de komende jaren ook een grote rol als opdrachtgever in de bouw.
En met eigen energieopwekking en -opslag kunnen we het energienet versterken in plaats van belasten.
Op die manier kan Defensie uitgroeien tot een motor voor duurzaamheid en economische ontwikkeling.
Deze initiatieven brengen me bij de derde manier waarop we onze verdediging verbeteren: samen.
We moeten onze krachten bundelen.
Dat doen we bijvoorbeeld internationaal, want een sterke NAVO is cruciaal voor onze verdediging.
Binnen de NAVO is meer Europese samenwerking wenselijk.
Hierbij past een grotere rol voor de Nederlandse en Europese industrie.
Het idee is om met andere Europese landen gezamenlijk te investeren in defensiematerieel en -technologie die te duur zijn om afzonderlijk te kopen.
40% van onze defensieaankopen en productie willen we samen met Europese partners doen.
Dit soort Europese strategische samenwerking maakt ons sterker, zeker omdat we de ambitie hebben om zoveel mogelijk aanbestedingen aan Nederlandse en Europese ondernemers te gunnen, waarbij we op termijn proberen toe te werken naar minimaal 50%.
Zo komen Europese bestedingen ook nog eens de Nederlandse economie ten goede dus ik stel voor dat u snel aan het innoveren slaat.
Op het vlak van samenwerking tussen overheden en bedrijven is nog een andere interessante ontwikkeling aan de gang.
We gaan meer langdurige publiek-private samenwerkingen aan.
Ook wegen we zwaarder mee waar het product vandaan komt en hoe snel het kan worden geleverd, omdat dit direct bijdraagt aan het vergroten van de strategische autonomie en daarmee in het belang is van de nationale veiligheid.
Daardoor verandert onze relatie.
Van een klassieke klant-leverancier-verhouding gaan we meer in de richting van een strategisch partnerschap, waarin we samen risico’s dragen en waarde creëren.
Overheid en bedrijfsleven zijn in dit model veel minder gescheiden werelden, maar partners met een gedeelde verantwoordelijkheid.
Ik zie in deze nieuwe koers grote voordelen.
Door het bundelen van de kennis en kunde van het bedrijfsleven met onze ervaring en testmogelijkheden kunnen we opschalen en de innovatieloop aanzienlijk versnellen.
Zoals we in Oekraïne bij de voortdurende ontwikkeling van drones zien.
Voor een laatste voorbeeld van samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven kom ik terug bij de Rotterdamse haven waarmee ik mijn verhaal begon.
Want militair strategisch gezien is dit misschien wel de belangrijkste plek van ons land.
Het is een cruciale logistieke draaischijf voor ons en onze militaire bondgenoten.
Want bij een internationaal conflict verplaatsen duizenden militairen en grote hoeveelheden materieel zich via onze havens naar Oost-Europa.
Met ProRail werken we daarom aan het verlengen van de perrons in de haven.
Zo kunnen hier extra lange treinen lossen en laden.
Ter vergelijking: een intercity is tussen de 80 en 160 meter lang.
Een trein voor militair transport meet al snel 700 meter.
En met het havenbedrijf werken we aan een nieuwe militaire terminal die ook civiel gebruikt kan worden.
Dames en heren,
De wereld is harder, onveiliger en onvoorspelbaarder geworden.
Nederland moet snel weerbaarder worden om hieraan het hoofd te bieden.
Dit vereist een veel hogere graad van militaire paraatheid die wij, zoals ik net heb verteld, langs 3 lijnen ontwikkelen: sterker, slimmer en samen.
Dit is cruciaal, maar niet genoeg.
Want onze weerbaarheid gaat verder dan de militaire kant.
Het zit in sociale cohesie.
Want weerbaar ben je met z’n allen.
In gemeenten.
In bedrijven.
In gezinnen.
Weerbaar zijn is een houding die we samen zullen moeten aannemen.
Als ik naar het talent en de capaciteiten in deze ruimte kijk, ben ik ervan overtuigd dat we dit samen kunnen.
En als we het ook nog in een flink tempo, langdurig en met zelfvertrouwen doen, versterken we niet alleen de Nederlandse defensie, maar ook de economie en samenleving.
Ik zou zeggen, aan de slag.
Dank u.