Petra van Kampen - Nieuwe Wetboek van Strafvordering

Petra van Kampen - Nieuwe Wetboek van Strafvordering

De NOvA is altijd kritisch geweest op de nut en noodzaak van deze wetgevingsoperatie. Het gaat dan namelijk niet alleen om wat je opschrijft, maar vooral om wat je doet. Als je verdachten en slachtoffers rechten geeft, dan moet je zorgen dat aan die rechten in de praktijk invulling wordt gegeven, want anders blijft het wetboek gewoon een papieren werkelijkheid. Als je nu een nieuw wetboek hebt, waarin de zogenaamde beweging naar voren centraal staat en je ervan uitgaat dat de verdachte in een vroegtijdig stadium van het strafproces goed ge•nformeerd, op de hoogte van het strafdossier, met bijstand van een advocaat keuzes kan maken, en vervolgens aan die keuzes gehouden kan worden, zodat het proces sneller en effici‘nter verloopt, dan moet je dus zeker kunnen stellen, moet je kunnen garanderen dat aan die basisvoorwaarden,  goede informatie over rechten, goede informatie over de inhoud van het strafdossier en bijstand van een advocaat, dan moet je dus zorgen dat aan die rechten invulling wordt gegeven. Als je dat niet kan garanderen, loopt het systeem spaak, dan gaat het mis. Het is terecht dat politie, de rechtspraak en justitie aandacht vragen voor de financiering, maar je moet bij dit wetboek ook nadenken over de vraag: wat betekent dit nieuwe wetboek nu voor de financiering van de rechtsbijstand in strafzaken? Want die beweging naar voren betekent niet alleen een verschuiving van de werkzaamheden, maar ook een verzwaring van de werkzaamheden. Je kunt niet politie, justitie en rechtspraak meer middelen geven en niet nadenken over de vraag wat dat voor de strafrechtadvocatuur betekent, omdat het een niet zonder het ander kan.