Inleidend statement van minister-president Jetten tijdens de wekelijkse persconferentie na afloop van de ministerraad. Met aandacht voor de Algemene Politieke Beschouwingen, de Europese begroting en een vooruitblik op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Minister-president Jetten:
Goedemiddag. Mooi jullie hier weer te zien, na twee dagen in de Tweede Kamer waar ik ook al urenlang aan het woord ben geweest tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Zonder het debat geheel over te willen doen, denk ik dat we kunnen terugkijken op inhoudelijk stevige, in een constructieve sfeer, met ruimte voor een grap en een open houding vanuit diverse flanken in de Kamer. Dat het parlement zo veel ruimte heeft én neemt, is ook voor mij als oud-Kamerlid de grote winst in deze unieke politieke context. Een minderheidskabinet is voor iedereen wennen, zowel voor ons als voor de Tweede Kamer, maar ik heb er ook na twee dagen debat vertrouwen in dat we er samen uit kunnen komen. Een aantal fracties wil de komende dagen en weken met het kabinet verder praten, op basis van de hervormings- en investeringsplannen die wij hebben neergelegd in de Miljoenennota. De uitnodigingen voor die gesprekken gaan snel de deur uit. Dat is belangrijk, want we hebben elkaar hard nodig voor een Nederland waarin het aantrekkelijk is om te investeren, waar werken meer loont en waar we een aantal problemen die al zolang vooruit zijn geschoven nu oplossen.
Dan is het een kleine stap van de Nederlandse begroting, naar Europese begroting, want daar zijn we ondertussen volop mee bezig. De onderhandelingen daarover worden dit najaar steeds intensiever. En ze hebben de nodige raakvlakken met het gesprek in Nederland en de kaders waarmee we te maken hebben. Net als alle andere lidstaten, moeten we nationaal namelijk scherpe keuzes maken. Keuzes die passen bij onze grote uitdagingen van deze tijd en die ook vragen om ons huis financieel op orde houden. Op Europees niveau kunnen we daar niet bij achterblijven. De onrustige wereld om ons heen dwingt ons ook om in die Europese begroting echt keuzes te maken: welke thema’s hebben de grootste meerwaarde, zoals onze veiligheid en ons concurrentievermogen, die defensieve slagkracht die nodig om ons continent veilig te houden. Nederland heeft in die discussie over de Europese begroting de handen ineengeslagen met Duitsland, Denemarken, Finland en Oostenrijk, die eveneens vinden dat we moeten durven kiezen voor de prioriteiten van de toekomst. Daar mag geld tegenover staan en wij zijn ook bereid om een eerlijke bijdrage te leveren, maar we gaan burgers niet op hoge kosten jagen zonder die Europese begroting te vernieuwen. Er moet dan ook een beter voorstel op tafel komen dan wat er nu ligt. Dat is de boodschap die we vandaag met deze landen samen en die we ook overbrengen aan de voorzitter van de Europese Raad en aan het Ierse voorzitterschap.
Tot slot een korte vooruitblik op volgende week, die ik voor een deel zal doorbrengen in New York voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. En dat is denk ik een heel goed moment om met onze internationale partners het belang te onderstrepen van die internationale rechtsorde, van steun aan Oekraïne en van vooruitstrevende afspraken op het gebied van klimaat en AI. Daar staan dinsdag, woensdag en donderdag van in het teken en dan ben ik vrijdagochtend weer terug voor de ministerraad en natuurlijk voor ons wekelijks gesprek.