Binnenhof

Aan het Binnenhof zijn drie gebouwen in gebruik bij het ministerie van Algemene Zaken.

Binnenhof 17: Het Torentje

Binnenhof 17 is het adres van het Torentje. In het Torentje is sinds 1982 de werkkamer van de minister-president, de minister van Algemene Zaken, gehuisvest.

Ontstaansgeschiedenis

Het achthoekige gebouw aan de Haagse Hofvijver wordt voor het eerst genoemd in een kroniek uit 1354 en dateert vermoedelijk uit de eerste helft van de veertiende eeuw. Oorspronkelijk lag het Torentje aan de rand van het Binnenhof en diende als zomerprieel van de graven van Holland. Het was door middel van een ophaalbruggetje verbonden met de grafelijke tuin. Op de plaats van deze tuin is later, rond 1640, het Mauritshuis gebouwd, woning van graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen. Het Mauritshuis is tegenwoordig in gebruik als museum.

De eerste etage dateert vermoedelijk uit 1479. In dat jaar veranderde de oorspronkelijke bestemming van het Torentje van zomerprieel in die van vestingwerk, om een mogelijke aanval op het Binnenhof van rivaliserende edelen te kunnen weerstaan. Het Torentje werd voorzien van schietspleten en van kantelen. De ramen en de torenspits werden meer dan een halve eeuw later, in 1547, aangebracht.

Gebruik

Het Torentje heeft in de loop van de geschiedenis nogal wat verschillende bestemmingen gehad. In de veertiende en vijftiende eeuw was het Torentje behalve als zomerprieel en later als vestingwerk van de graven en stadhouders van Holland ook in gebruik bij de beheerder van het Binnenhof, de kastelein. Het gebouw had, net als de kastelein zelf, vele functies, waaronder die van herberg, wijnkelder, bottelarij en conciërgewoning.

Het Torentje in 1981.

Het Torentje in 1981.

In het begin van de zeventiende eeuw werd een groot deel van de Binnenhofbebouwing aan de Hofvijverzijde in gebruik genomen door de Raad van State. Het Torentje bleef in gebruik als dienstwoning, namelijk van de kamerbewaarder van de Raad.

In 1798 werd de werkkamer van de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken - toen nog Inwendige Politie geheten - ingericht op de eerste etage van het Torentje. Tot 1849 gebruikten de secretarissen-generaal van dit ministerie het Torentje als werkkamer.

In 1849 werd het Torentje voor het eerst door de voorzitter van de ministerraad, de minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke, in gebruik genomen als werkvertrek. Beel was in 1947 de laatste minister-president die als minister van Binnenlandse Zaken hier kantoor hield. Overigens gebruikte Thorbecke, die van 1849 tot 1853 minister was, de titel minister-president nog niet.

De Thorbeckezaal op de begane grond van het Torentje is nu de vergaderruimte van de minister-president. In deze zaal ontvangt hij collega-ministers en andere (kleine) delegaties voor overleg.

Binnenhof 19.

Binnenhof 19.

Binnenhof 19

Op Binnenhof 19 is het Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst ondergebracht. Ook is het voor een belangrijk deel de werkplek van de centrale afdelingen van het ministerie van Algemene Zaken. De centrale hal van Binnenhof 19 is bekend van de persconferenties die de minister-president hier regelmatig geeft.

Geschiedenis

Binnenhof 19 is in 1913 gereed gekomen als het nieuwe onderkomen van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit zat al op deze plek sinds 1798. Na het vertrek van het ministerie van Binnenlandse Zaken is het gebouw gerenoveerd voor de huisvesting van de Rijksvoorlichtingsdienst en de centrale afdelingen van het ministerie van Algemene Zaken. Zij betrokken het pand in 1982.

Binnenhof 20

Op Binnenhof 20 zijn de departementsleiding en het Kabinet Minister-President (KMP) gehuisvest. Hier bevinden zich ook de vergaderzalen van het kabinet.

Geschiedenis

Rond 1880 worden de vertrekken rond de Trêveszaal en de Statenzaal verbouwd tot voor die tijd moderne kantoorruimtes. Ook de voormalige Hofkapel wordt daarbij betrokken. De kerk wordt grotendeels uitgebroken en onherkenbaar verbouwd tot kantoor. In de kelder en op zolder worden archiefruimtes gemaakt. In het verbouwde pand vindt het dan nog jonge ministerie van Waterstaat onderdak.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat verlaat Binnenhof 20 in 1970. Het pand wordt in 1977 na een grondige renovatie in gebruik genomen door het KMP en de Rijksvoorlichtingsdienst. Sinds 1982 is hier alleen het Kabinet Minister-president gehuisvest.

Vergaderzalen

De Trêveszaal is sinds 1977 de vaste vergaderzaal van de (rijks)ministerraad. Vóór die tijd vergaderde de ministerraad ook in het Catshuis en in de gebouwen van de toenmalige ministeries van Justitie en Koloniën. De Trêveszaal en de er naast gelegen Statenzaal worden ook gebruikt voor officiële ontvangsten van de minister-president en de ministerraad.

Trêveszaal.

Trêveszaal.

Trêveszaal

De minister-president opent in principe iedere vrijdagochtend in de Trêveszaal de vergadering van de ministerraad. De ministers hebben allemaal een vaste plaats aan de lange tafel. De minister-president zit aan het midden van de tafel, tegenover hem zit de viceminister-president. Links van de minister-president zitten de  secretaris en een adjunct-secretaris van de ministerraad die de beraadslagingen notuleren. De (plaatsvervangend) directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst, die verantwoordelijk is voor de woordvoering over hetgeen in de raad wordt besproken, heeft een eigen tafel in de hoek van de zaal.

Wanneer buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders op officieel bezoek in Nederland zijn, heeft de minister-president de mogelijkheid zijn hoge gasten een lunch of diner in de Trêveszaal aan te bieden. De lange vergadertafel wordt dan vervangen door een aantal ronde tafels.

Geschiedenis

Gedurende de Tachtigjarige Oorlog tussen Nederland en Spanje (1568-1648) werden op de plaats van de Trêveszaal besprekingen gehouden die leidden tot het Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Trêve is het Franse woord voor wapenstilstand.

De Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, het hoogste bestuursorgaan van de Republiek, gaf in 1696 aan de Franse bouwmeester Daniel Marot opdracht om op de plaats van twee bestaande kamers een zaal te bouwen waar gezanten op gepaste wijze ontvangen konden worden. De Trêveszaal werd in oktober 1697 in gebruik genomen.

De zaal is in de zogenaamde Louis XIV-stijl verbouwd. Het portret boven de schouw aan de oostzijde van de zaal stelt Stadhouder-Koning Willem III (1650-1702) voor. Tijdens zijn stadhouderschap is de Trêveszaal gebouwd. Boven de schoorsteen aan de westkant van de zaal hangt een schilderij van Theodorus van der Schuer. De drie vrouwen op het doek stellen de Vrijheid, de Vrede en de Overvloed voor.

Aan de kant van de Hofvijver heeft de Trêveszaal negen ramen die tot aan de grond reiken. Zowel het plafond als de wanden van de zaal zijn beschilderd. Aan de zuidzijde van de zaal hangen portretten van de vier stadhouders uit het Huis Oranje-Nassau, die in 's lands dienst waren tot 1650. De deuren die toegang geven tot de zaal zijn beschilderd met onder meer vergulde vrouwenfiguren en bloemenkransen.

Het plafond van de Trêveszaal is van de hand van Theodorus van der Schuer en heeft als onderwerp de Eendracht van de Zeven Provinciën. Iedere provincie wordt verbeeld door een maagd, die het wapen van de provincie vasthoudt. Putti ('engeltjes') verbinden de maagden met elkaar door een slinger van palmbladeren, symbool van roem en overwinning. Midden in de schildering is de Nederlandse Maagd te zien als personificatie van de Unie van de Provincies. De Maagd houdt in haar handen een vaan met het opschrift Concordia res parvae crescunt (eendracht maakt macht). Het plafond van de Trêveszaal wordt 'gedragen' door twaalf kariatiden (mannen- en vrouwenfiguren).

Statenzaal

In de Statenzaal vonden de dagelijkse vergaderingen van de Staten-Generaal plaats. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de Staten-Generaal afwisselend bijeenkwamen in één van de zeven provincies (Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Groningen en Friesland). Met het toenemen van de invloed van Holland in de Republiek vonden de vergaderingen steeds vaker plaats op het Binnenhof. De Statenzaal bevond zich in de buurt van de vergaderzaal van de Staten van Holland. Dit is tegenwoordig de vergaderzaal van de Eerste Kamer.

Toen de vergaderingen vrijwel uitsluitend in de Statenzaal werden gehouden, vond men het belangrijk dat de zaal een representatiever karakter kreeg. Bouwmeester Daniel Marot heeft de decoraties in de Statenzaal beperkt gehouden in vergelijking met de Trêveszaal, die bestemd was voor de ontvangst van buitenlandse gezanten. Alleen het plafond en de beide schoorstenen werden beschilderd.

De Statenzaal wordt tegenwoordig gebruikt als lunch- of koffiekamer tijdens vergaderingen van de ministerraad.

Statenzaal.

Statenzaal.

Links van de doorgang van de Statenzaal naar de Trêveszaal hangen aan de muur portretten van stadhouder Willem IV (1711-1751) en van stadhouder Willem V (1748-1806). Tot de restauratie van de Trêveszaal in 1880 stonden deze portretten in die zaal.

Aan de rechterkant van de doorgang hangt sinds 2007 een ruiterportret van Prins Maurits (1567-1625) van de 17-eeuwse schilder Van der Merck.
Boven de beide schoorstenen hangen werken van de Franse schilder Jacques Parmentier. Aan de westkant hangt een schilderij van Vrouwe Prudentia, die het wijze beleid symboliseert. De blonde vrouw zit op een gesloten kist met een slang in de hand, terwijl een engeltje haar een spiegel voorhoudt. Boven de schouw aan de oostkant van de zaal hangt een schilderij van Vrouwe Fortitudo, die de deugd uitbeeldt: fysieke kracht, moed en volharding. De donkerharige dame omklemt een gebroken zuil.

Blauwe Zaal.

Blauwe Zaal.

De Blauwe Zaal

De Blauwe Zaal is een naast de Trêveszaal gelegen vergaderzaal. Aan de muren hangen de geschilderde portretten van de naoorlogse ministers-presidenten. De adviseurs van de minister-president gebruiken deze zaal als vergaderruimte. De portretten zijn geschilderd door Karel van Veen, Dirk van Duijne en Jan Asselbergs.

Verbouwing en herinrichting

In 2004 is de Trêveszaal en het omliggende gebied verbouwd en heringericht om aan de eisen en wensen van deze tijd te voldoen. Zo voldeed het meubilair niet meer aan de ARBO-normen en waren licht en geluid niet optimaal.

De meest in het oog springende aanpassing is de vergadertafel van mahoniehout die ruimte kan bieden aan 24 personen en is voorzien van alle benodigde techniek. Het nieuw geplaatste interieur, zoals de gordijnen, kroonluchters en stoelen, passen met hun barokke vormgeving goed in de monumentale uitstraling van de zaal.

Het omliggende gebied is opnieuw ingericht en voorzien van onder andere moderne communicatieapparatuur.

Renovatie Binnenhof

Het Binnenhofcomplex is een acht eeuwen oud monument dat continu ‘in bedrijf’ is. Na een periode van intensief gebruik kampt het Binnenhof met veel technische en bouwkundige gebreken. Grootschalige renovatie is noodzakelijk voor meer veiligheid en betere (werk)omstandigheden voor gebruikers en bezoekers. En om het cultureel erfgoed voor de lange termijn te behouden. Lees meer over de op handen zijnde renovatie van het Binnenhof.