Afwegingskader helpt overheden bij keuze voor hoger beroep

Vandaag heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid een afwegingskader gepubliceerd om overheden te ondersteunen bij de keuze om hoger beroep in bestuursrechtelijke procedures in te stellen. Als een overheid in een procedure in het ongelijk wordt gesteld, moet deze overheid bepalen of een hoger beroep wordt ingesteld. Daarbij moet vaak een afweging gemaakt worden tussen het individueel belang van een burger en het algemeen belang. Het afwegingskader biedt overheden handvatten om deze belangenafweging zorgvuldig te maken en de positie van een burger goed in het oog te houden. Het kader is bedoeld voor lokale en regionale overheden, uitvoeringsorganisaties en ministeries. Naast het afwegingskader is een set van normen voor behoorlijk procedeergedrag gepresenteerd, die gehanteerd kan worden vóór, tijdens en na alle bestuursrechtelijke procedures.

Burgers moeten kunnen rekenen op een responsieve, toegankelijke en benaderbare overheid. Als het tot een conflict komt, dan is het de taak van de overheid om te de-escaleren en oog te hebben voor de positie van de betrokken burger. Als het toch tot procedures komt is de overheid vaak de bovenliggende partij, doordat zij beschikt over meer proceservaring, expertise en middelen. Hoger beroep instellen kan grote gevolgen hebben voor betrokken burgers. Toch kunnen er gegronde redenen zijn voor een overheid om beroep in te stellen. Bijvoorbeeld als de toepassing van een uitspraak niet duidelijk is of als een uitspraak afwijkt van eerdere uitspraken. Bij deze beslissing moet het afwegingskader houvast bieden.

Afwegingskader

Het afwegingskader bestaat uit een aantal stappen die overheden kunnen doorlopen. De eerste stap is de afweging van verschillende belangen. Deze belangenafweging tussen algemeen belang en individueel belang moet worden gemaakt aan de hand van zekerheid voor een burger, persoonlijke omstandigheden van een burger, gevolgen voor een burger en andere betrokkenen, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, het effect van de uitspraak op beleid en financiële belangen. Het afwegingskader biedt voor het wegen van al deze belangen vragen die als uitgangspunt kunnen dienen.

De tweede stap bestaat eruit dat een beslissing tot hoger beroep op een niveau binnen de organisatie genomen moet worden zodat de beslissing zo objectief mogelijk genomen wordt, op basis van de belangenafweging. Bij deze stap hoort ook een schriftelijke onderbouwing. De derde en laatste stap is het informeren van de betrokken burger. Een beslissing tot hoger beroep moet op begrijpelijke wijze aan een burger worden uitgelegd. Organisaties zijn vrij om te bepalen of en hoe ze het afwegingskader in hun organisatie toepassen.

Behoorlijk gedrag in procedures

De normen voor behoorlijk procedeergedrag van de overheid gaan over wat een burger kan verwachten van een overheid in een procedure. Ze zijn van toepassing voor, tijdens en na een procedure. Met de normen moet de overheid oog houden voor de positie van een burger en inzetten op de-escalatie. De normen gaan over goede communicatie, een gelijk speelveld en het zo mogelijk wegnemen van nadelige gevolgen voor een burger. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan respectvol gedrag, de erkenning van fouten, het verstrekken van relevante informatie en het wegnemen van eventuele nadelige gevolgen van een lange procedure.

Breed onder de aandacht

Het kader en de normen zijn tot stand gekomen op basis van bestaande afwegingskaders, wetenschappelijk onderzoek, richtlijnen van de Nationale Ombudsman, en input van professionals (expertteam) van decentrale overheden, uitvoeringsorganisaties en ministeries. Om het onder de aandacht te brengen bij overheden wordt het gedeeld op de website van de rijksoverheid en via het Kenniscentrum voor Beleid en Regelgeving. Ook wordt met de VNG en Divosa overlegd om het bij decentrale overheden onder de aandacht te brengen