Minister Van den Brink actualiseert landenbeleid Syrië

Minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie heeft vandaag een geactualiseerd landenbeleid voor Syrië naar de Tweede Kamer gestuurd. Het vorige landenbeleid werd in juni 2025 geactualiseerd. Sinds juni 2025 is het moratorium voor Syrië opgeheven, waardoor afgewezen asielzoekers in principe weer kunnen worden teruggestuurd, mits de individuele veiligheidssituatie dit toelaat. Dit blijft gehandhaafd.

Daar wordt nu aan toegevoegd dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voortaan per individuele zaak gaat toetsen of een asielzoeker kan uitwijken naar een veilig deel van Syrië om zich aan het risico te onttrekken, het zogenoemde binnenlands beschermingsalternatief. Eerder was het uitgangspunt dat het sowieso geen optie was om je te vestigen in een ander deel van Syrië als er een vrees was voor je veiligheid.

Een tweede wijziging is de opname van druzen als specifiek risicoprofiel. Aanleiding hiervoor zijn ernstige geweldsescalaties in de provincie Suweida in de zomer van 2025, waarbij sprake was van ontvoeringen van druzische vrouwen en meisjes en vernieling van druzische heiligdommen. Ook na deze geweldsescalatie vonden er meerdere incidenten plaats waarbij druzische burgers door geweld om het leven kwamen.

Daarnaast volgt uit dit landenbeleid dat de situatie in Syrië nog niet voldoende is gestabiliseerd om over te kunnen gaan tot een herbeoordeling van bestaande verblijfsvergunningen.

Uit het meest recente ambtsbericht (30 januari 2026) van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt dat het geweld in Syrië in de tweede helft van 2025 is afgenomen. Desondanks blijft de situatie fragiel door incidentele geweldsuitbarstingen, met name in de provincie Suweida en het noordoosten. Hoewel de mensenrechtensituatie verbeterd lijkt te zijn ten opzichte van de situatie ten tijde van het Assad-regime, kan nog niet vastgesteld worden dat dit blijvend is. Hierdoor is het herbeoordelen van Syrische statushouders op dit moment niet aan de orde.

De minister benadrukt verder dat het kabinet de situatie in Syrië nauwlettend in de gaten houdt. Bij een volgend ambtsbericht wordt opnieuw gewogen of de situatie stabiel genoeg is voor verdere beleidswijzigingen.