Beloningen bestuurders

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Topinkomens bestuurders (semi)overheid

Hoogste leidinggevenden in de (semi)publieke sector mogen niet meer verdienen dan een minister. Dit wordt normering van topinkomens genoemd. Enkele sectoren hebben een eigen maximum voor het inkomen van bestuurders.

Normering van topinkomens

Sinds 2015 verdienen topfunctionarissen bij de overheid niet meer dan een ministerssalaris. Topfunctionarissen zijn bijvoorbeeld bestuursleden en directeuren van de hele organisatie. Dit staat in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Deze wet geldt ook voor de salarissen bij semi-publieke organisaties zoals ziekenhuizen, scholen en publieke omroepen. In 2016 is het maximumsalaris € 179.000. Dit is inclusief:

  • vakantie-uitkering;
  • eindejaarsuitkering;
  • pensioenbijdrage;
  • belaste onkosten, zoals een belaste reiskostenvergoeding.

Ook instellingen die een groot deel van hun inkomsten uit subsidie ontvangen vallen onder de WNT. Enkele regels uit de WNT zijn:

  • Bestuurders mogen niet meer verdienen dan een minister. Hoeveel dat precies is, wordt elk jaar vastgelegd in de (op € 1000 afgeronde) algemene WNT-norm.
  • Voor zorgverzekeraars geldt niet de algemene WNT-norm, maar een eigen (sectorale) norm. Deze norm ligt boven de WNT-norm.
  • Er gelden verlaagde maxima voor zorginstellingen, onderwijsinstellingen, cultuurfondsen, de woningcorporaties en instellingen in de sector ontwikkelingssamenwerking.
  • Ontslagvergoedingen van bestuurders mogen maximaal één jaarsalaris zijn, met een maximum van € 75.000.
  • Voor extern ingehuurde topfunctionarissen die geen dienstbetrekking bij de desbetreffende instelling hebben ('interimmers') gelden vanaf 1 januari 2016 afwijkende regels. De eerste 12 maanden mag het inkomen niet meer zijn dan de som van € 24.000 per maand voor de eerste 6 maanden en € 18.000 per maand voor de volgende 6 maanden. Ook geldt een uurtarief van maximaal € 175. Na 12 maanden geldt de algemene WNT-norm.

Wet normering topinkomens in het kort

Sinds 1 januari 2013 is er een Wet normering topinkomens. Deze wet is bedoeld voor bestuurders en toezichthouders van publieke- en semipublieke instellingen, zoals: ziekenhuizen, scholen, publieke omroepen en woningcorporaties, gesubsidieerde instellingen en de gehele overheid.

De Wet normering topinkomens wil bovenmatige beloningen en te hoge ontslagvergoedingen van de hoogste bestuurders en toezichthouders tegengaan.

De bezoldiging van topfunctionarissen in 2015 was volgens de wet maximaal € 178.000. Dat is gelijk aan het salaris van een minister. Jaarlijks wordt dit bedrag aangepast aan de loonontwikkeling in het voorgaande jaar. Voor 2016 is de norm vastgesteld op € 179.000.

Van alle topfunctionarissen moeten de gegevens openbaar worden gemaakt in de jaarstukken van de instelling waarvoor zij werken. Hierin staan de inkomensgegevens en eventuele ontslagvergoedingen. Dit moet ook als de bezoldiging onder de norm is. Van de andere medewerkers worden deze gegevens alleen openbaar gemaakt als dit hoger is dan het jaarsalaris van de minister.

De jaarstukken worden gecontroleerd door de accountant van de instelling. Alle instellingen moeten de bezoldigingsgegevens ieder jaar uiterlijk 1 juli digitaal melden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit is om de naleving van de wet te monitoren. Onderwijs- en zorginstellingen melden dit bij de eigen vakminister.

Voor het jaarlijks melden van de gegevens en voor meer informatie kunt u terecht op de website topinkomens.nl

Uitbreiding normering topinkomens

Het kabinet wil topinkomens in de (semi)publieke sector verder beperken. Nu geldt het ministersalaris als norm voor topfunctionarissen in de (semi)publieke sector. Deze norm moet straks gelden voor alle medewerkers in deze sector. Dit staat in het regeerakkoord.

Het kabinet wil verder de administratieve lasten verminderen voor alle instellingen. Kleine semipublieke instellingen krijgen een vrijstelling van rapportage. Daarnaast wil het kabinet het algemeen verbod op bonussen laten vervallen. Maar de beloning mag samen met de bonus nooit boven de WNT-norm uitkomen van € 179.000 (voor 2016).

Daarom werkt het kabinet aan een wetswijziging.

Openbaarmaking van topinkomens

(Semi)publieke instellingen moeten jaarlijks de inkomens en eventuele ontslagvergoedingen van hun topfunctionarissen publiceren in de financiële jaarverslagen. De instellingen moeten deze gegevens ook elektronisch verstrekken aan de verantwoordelijk minister. Hierbij geldt onder meer:

  • Instellingen moeten altijd openbaar maken wat (voormalige) topfunctionarissen verdienen en hoeveel ontslagvergoeding zij hebben ontvangen. Of dit nu meer of minder is dan de norm die voor deze sector geldt.
  • Instellingen moeten van overige medewerkers de gegevens publiceren als het inkomen boven het algemene maximum uitkomt. Dat geldt ook voor ontslagvergoedingen. Een eerdere vermelding op grond van de WNT is ook reden om ontslagvergoedingen van gewone medewerkers te publiceren.
  • Instellingen moeten overschrijdingen motiveren.

Term Balkenendenorm niet gebruikt

In de volksmond wordt ook wel de term Balkenendenorm gebruikt. De Balkenendenorm is genoemd naar Jan Peter Balkenende (minister-president van 2002 tot 2010). De term wordt in de praktijk gebruikt voor verschillende normen. Daarom kan de term verwarring wekken. De overheid gebruikt het woord niet.

De Rijksoverheid. Voor Nederland