Gezondheid van omwonenden bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Bij het verbouwen van groente, fruit en bloemen mogen bedrijven hun gewassen beschermen – bijvoorbeeld met middelen die schimmels, bacteriën en insecten bestrijden. Mensen die in de buurt wonen van die bedrijven, moeten daar niet ziek van worden. Daarom zijn er regels voor het toestaan en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Beoordeling van bestrijdingsmiddelen
Een gewasbeschermingsmiddel mag alleen gebruikt worden als de werkzame stoffen door de Europese Unie goedgekeurd zijn. Daarna beoordeelt het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) of het middel ook in Nederland gebruikt mag worden.
Het Ctgb controleert of een middel voldoet aan de wetten en regels voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het Ctgb bekijkt of deze middelen niet schadelijk zijn voor mensen, dieren en de natuur. En hoe de gezondheidsrisico’s zijn voor mensen die in de buurt van landbouwgrond wonen.
Onderzoek naar gezondheidsrisico’s gewasbescherming
Bij goedgekeurde gewasbeschermingsmiddelen is er tot nu toe geen wetenschappelijk bewijs dat het gebruik een gezondheidsrisico voor omwonenden vormt. Internationale onderzoeken laten soms wel effecten op de gezondheid zien, maar het is (nog) niet duidelijk of dat dan ook voor Nederland geldt. De situatie en regels verschillen per land, zoals de spuittechnieken en de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.
Daarom laat de Rijksoverheid onderzoek doen. Zo onderzoekt het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu):
- hoe getest kan worden of er verband is tussen gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson. Dit is het SPARK-onderzoek, dat tot 2029 doorloopt;
- of mensen die dicht bij landbouwgrond wonen vaker bepaalde ziekten krijgen, zoals parkinson, lymfeklierkanker, COPD of astma. En of kinderen daar vaker leukemie krijgen of geheugenproblemen. Dit is het Onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden (OBO-2).
Met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek verbetert de overheid het beleid en de regels voor gewasbeschermingsmiddelen. Blijkt uit onderzoek bijvoorbeeld dat een gewasbeschermingsmiddel schadelijker is voor het milieu dan gedacht? Dan besluit de overheid of het middel nog gebruikt mag worden. En welke eisen daarvoor gelden.
Voorzorg: zo min mogelijk contact met bestrijdingsmiddelen
Om gezondheidsrisico’s te verminderen geeft de Gezondheidsraad de overheid uit voorzorg het advies om het gebruik en de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen zoveel mogelijk te beperken.
Ook de GGD geeft het advies om zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen te gebruiken. En om er zo min mogelijk mee in aanraking te komen.
Regels voor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door teler
Telers moeten zich houden aan regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zij mogen bijvoorbeeld alleen spuiten als de wind niet te hard is – tot 5 meter per seconde (ongeveer windkracht 3). En lege verpakkingen moeten ze veilig afvoeren.
Gemeentelijke en provinciale regels voor gewasbescherming
Niet alleen de landelijke overheid stelt regels op. Ook provincies en gemeenten mogen maatregelen nemen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Zij kijken daarbij naar de gezondheid van mensen, de natuur en de agrarische bedrijven die hun planten willen beschermen.
Voorbeelden van plaatselijke maatregelen zijn:
- Een verbod op bollenteelt in gebieden waar het grondwater kwetsbaar is (zoals in de provincie Gelderland).
- Regels over de minimale afstand tussen landbouwgrond en woningen. Die afstand heet ook wel spuitzonering.
Deze regels verschillen per gemeente en provincie. Informatie is te krijgen bij de gemeente of de provincie. De omgevingsdiensten controleren of iedereen zich aan deze regels houdt.
Gesprek omwonenden met telers
Omwonenden kunnen zorgen over gewasbeschermingsmiddelen hebben. Zij kunnen hun zorgen bespreken met de teler zelf. In de handreiking Nabuurschap staan tips over hoe omwonenden en telers het gesprek kunnen voeren