Plan kabinet: dierziekte IBR uitbannen met verplichte bestrijding
De dierziekte Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis (IBR of koeiengriep) zorgt voor gezondheidsproblemen bij runderen. En economische schade voor veehouders. Door de dieren tegen IBR te vaccineren, hoopt de overheid de ziekte voor altijd te laten verdwijnen.
Stand van zaken van het plan
De ministerraad moet het plan nog goedkeuren. Ook de Raad van State moet nog advies uitbrengen. Naar verwachting treedt het plan vervolgens op 1 januari 2027 in werking.
Koorts, weinig eetlust en soms minder melk door IBR
IBR kan runderen erg ziek maken. Ook zijn ze dan vatbaarder voor andere ziekten. De ziekte wordt veroorzaakt door een herpesvirus, dat zich vaak via direct contact verspreidt. Een rund met IBR kan last krijgen van onder andere koorts, minder eetlust en rode slijmvliezen. Ook produceren ze soms (tijdelijk) minder melk.
Een rund dat IBR heeft gehad, blijft levenslang drager van het virus. Bij stress kan het virus weer actief worden, waardoor het rund andere runderen kan besmetten. IBR wordt ook wel koeiengriep genoemd.
Landen zonder IBR mogen vrij handelen
De schade voor veehouders door IBR bedraagt in totaal ongeveer €15,5 miljoen per jaar. De ziekte is niet goed voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven ten opzichte van bedrijven in buurlanden.
Meerdere landen in Europa zijn al vrij van IBR. In Duitsland komt IBR al bijna 20 jaar niet meer voor. En België is ook bijna vrij van IBR. Landen die vrij zijn van IBR mogen handelen met andere Europese landen zonder beperkingen, zoals een quarantaine- of onderzoeksplicht. Nederlandse bedrijven mogen dit nog niet.
Doel: minimaal 99,8% van de rundveebedrijven vrij van IBR
Om IBR definitief uit te bannen, moet minstens 99,8% van de rundveebedrijven vrij zijn van IBR. Waardoor vaccinatie tegen de ziekte niet meer nodig is. Bovendien krijgt Nederland daarmee ook een ‘Europese vrije status’. Zodat veehouders net als bedrijven in landen met een IBR-vrije status vrij kunnen handelen met andere Europese landen.
Sinds 2018 bestrijdt de rundveesector al zelf IBR. Dit doen zij door zieke dieren zo vroeg mogelijk op te sporen of door ieder halfjaar te vaccineren tegen IBR. Deelname aan deze aanpak is nu vrijwillig. Bijna alle melkveehouders en een deel van de overige rundveehouders doen er al aan mee.
Plan: verplichte bestrijding IBR vanaf 1 januari 2027
De overheid wil de sector helpen door deze aanpak voort te zetten, maar wel te verplichten voor alle rundveehouders. Dus ook voor vleesveehouders, natuurgrazers en hobbyhouders. Dit betekent dat alle veehouders vanaf 1 januari 2027 hun dieren ieder halfjaar moeten vaccineren tegen IBR.
Als zij door onderzoek kunnen bewijzen dat er geen dieren op hun bedrijf zijn die IBR hebben (gehad), is vaccinatie niet nodig. Zij moeten dan wel in de gaten houden of er niet alsnog dieren besmet raken. Als dit gebeurt, moeten zij hun dieren alsnog vaccineren. Er zijn enkele uitzonderingen op de bestrijding.
Uitzonderingen op bestrijdingsplicht voor IBR
Soms geldt er geen vaccinatieplicht voor IBR of zijn er afwijkende regels.
Uiterlijk 1 juli 2027 vaccineren of aantonen dat er geen IBR is
Veehouders die hun runderen al halfjaarlijks vaccineren tegen IBR kunnen hiermee doorgaan. Veehouders die dit nog niet doen, krijgen nadat de regels ingaan op 1 januari 2027 een halfjaar de tijd om de bestrijding van IBR te starten. Door aan te tonen dat IBR niet op hun bedrijf aanwezig is of door hun runderen te vaccineren. Op 1 juli 2027 moet dit uiterlijk gebeurd zijn.
Vrij handelen pas mogelijk als vaccinatie niet meer nodig is
Door te vaccineren, hoopt de overheid de ziekte uit te bannen. Maar om de ‘Europese vrije status’ te krijgen, en dus vrij te mogen handelen, is vaccinatie juist verboden.
Het doel is daarom om eerst, via verplichte vaccinaties, het aantal besmettingen fors omlaag te krijgen. Zodra dit gelukt is, gaat de vaccinatieplicht over in een vaccinatieverbod. Vanaf dan mogen er geen runderen met IBR meer aanwezig zijn. Er volgen nog preciezere afspraken over hoe en wanneer dit gebeurt.
Goedkeuring door de Europese Commissie
De overheid stuurt het bestrijdingsplan uiterlijk in 2031 ter goedkeuring aan de Europese Commissie. De sector kan deze periode gebruiken om zich voor te bereiden op extra regels die gaan gelden bij een ‘Europese vrije status’. Bijvoorbeeld dat de afwijkende vaccinatieplicht vervalt. Of regels instellen, zoals dieren testen op IBR. Om te voorkomen dat IBR het land weer in komt.