Twinning: kennisoverdracht tussen landen

Landen van de Europese Unie helpen kandidaat-lidstaten en nieuwe lidstaten bij de invoering  van Europese regels. Ook investeren EU-landen in de veiligheid en stabiliteit in buurlanden van de EU. Dit gebeurt door Twinning-projecten.

Wat is Twinning?

Twinning is een instrument van de Europese Unie. Landen van de Europese Unie (EU) wisselen in projecten kennis uit met kandidaat-lidstaten en buurlanden van de EU. Op deze manier brengt Twinning de deskundigheid van de overheden in deze landen samen. De landen spreken vooraf met elkaar af welke resultaten zij binnen een project willen behalen.

Uitwisseling van kennis binnen een project gebeurt door onder meer workshops, trainingen en studiebezoeken. Twinning richt zich vooral op het leren door te doen en het delen van best practices.

Welke landen kunnen Twinning aanvragen?

Twinning is bedoeld voor (semi-)overheidsorganisaties uit de volgende landen:

Kandidaat-lidstaten en potentiële lidstaten

Wanneer een land toetreedt tot de EU, moeten zijn wetten en regels voldoen aan de Europese richtlijnen. Kandidaat-lidstaten en potentiële lidstaten van de EU krijgen daarbij ondersteuning door middel van Twinning-projecten.

Het gaat om de volgende landen:

  • Albanië;
  • Bosnië-Herzegovina;
  • Kosovo;
  • Noord-Macedonië;
  • Montenegro;
  • Servië en Turkije.

Kandidaat-lidstaten en potentiële lidstaten van de EU krijgen ondersteuning via het ‘Instrument for Pre-accession Assistance’. 

Buurlanden van de EU

Landen die niet bij de EU horen maar er wel aan grenzen kunnen ook meedoen aan Twinning-projecten. Hiermee investeert de EU in veiligheid en stabiliteit in deze landen.

Landen die niet bij de EU horen maar er wel aan grenzen kunnen ook ondersteuning krijgen door middel van Twinning-projecten. Hiermee investeert de EU in veiligheid en stabiliteit in deze landen. Het gaat om zowel de zuidelijke als de oostelijke buurlanden van de EU.

Bij de zuidelijke buurlanden gaat het om:

  • Algerije;
  • Egypte;
  • Israël;
  • Jordanië;
  • Libanon;
  • Marokko;
  • Palestijnse Gebieden;
  • Tunesië.

Bij de oostelijke buurlanden gaat het om:

  • Armenië;
  • Azerbeidzjan;
  • Georgië;
  • Moldavië;
  • Oekraïne;
  • Wit-Rusland.

Voor buurlanden van de EU is er de regeling ‘European Neighbourhood Policy’. Twinning wordt niet in alle ENP-landen ingezet.

Rol Europese Commissie

De Europese Commissie is de opdrachtgever van Twinning en financiert daarom de projecten. Ook bepaalt de EU het beleid voor Twinning. Dit gebeurt op basis van afspraken tussen de EU en landen die ondersteuning krijgen via een project.

Daarnaast verspreidt de Europese Commissie de aanvragen voor ondersteuning door een Twinning-project in de landen van de EU. Dit gaat via de National Contact Points.

National Contact Point (NCP)

Het Nederlandse NCP is ondergebracht bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.  Vragen over Twinning kunt u mailen naar ncp@minbuza.nl.