Soorten inkomstenbelasting

U betaalt belasting over uw inkomen uit werk en woning (box 1), over inkomen uit een aanmerkelijk belang in een vennootschap (box 2) en over uw spaargeld en beleggingen (box 3). Sommige uitgaven mag u van dat inkomen aftrekken (aftrekposten). Daarnaast kunt u ook recht hebben op één of meerdere belastingkortingen (heffingskortingen). 

Alle belastingtarieven en heffingskortingen voor 2018 staan in de Wijzigingen in de belastingheffing per 2018. In het Belastingplan 2019 staan de voorgenomen wijzigingen vanaf 2019.

Belasting box 1: werk en woning

U betaalt in box 1 belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning.
Inkomsten uit werk zijn bijvoorbeeld:

  • loon, fooien of winst uit onderneming;
  • uitkering, pensioen, lijfrente en alimentatie;
  • buitenlandse inkomsten;
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter.

Het tarief voor box 1 is een oplopend tarief met 4 schijven. Zodra u de AOW-leeftijd bereikt, geldt een aangepast tarief. Vanaf 1 januari 2018 is het tarief in de 2e en 3e schijf van de loon- en inkomstenbelasting 40,85% (40,8% in 2017). Het tarief in de 4e schijf is 51,95% (was 52% in 2017)

Aftrekposten en heffingskortingen

U mag van het inkomen uit werk en woning een aantal kosten aftrekken (persoonsgebonden aftrekposten). De belasting wordt berekend over het bedrag dat overblijft. Dan trekt u daar de heffingskortingen van af. Het bedrag dat overblijft is de belasting die u betaalt.

Belasting box 2: aanmerkelijk belang

In box 2 betaalt u belasting over uw inkomen uit aanmerkelijk belang. U heeft een aanmerkelijk belang als u minimaal 5% van de aandelen, opties of winstbewijzen van een vennootschap bezit. Of u heeft dit samen met een fiscale partner. Over het inkomen uit aanmerkelijk belang betaalt u 25% belasting.

Box 3: sparen en beleggen

Over het inkomen uit uw vermogen betaalt u belasting. Onder vermogen valt bijvoorbeeld spaargeld, aandelen en een 2e woning. Het vermogen is de waarde van alle bezittingen (zoals spaargeld en aandelen) min de schulden. Over een deel daarvan betaalt u geen belasting. Dit is het heffingvrije vermogen.

Het vermogen waarover u geen belasting hoeft te betalen is per 2018 € 30.000.

Belastingplan 2019

In het Belastingplan 2019 is het kabinet met een aantal voornemens gekomen om het belastingstelsel te veranderen. Zo wil het kabinet:

  • de tarieven en de belastingschijven voor de inkomstenbelasting terugbrengen. In plaats van 4 belastingschijven is het voornemen om in 2021 nog maar 2 belastingtarieven te hebben. Een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5%. Het toptarief geldt bij een inkomen van meer dan € 68.507.
  • het belastingtarief van box 2 (over aanmerkelijk belang) verhogen van 25% naar 26,9%.
  • de vennootschapsbelasting in stappen verlagen van 20% en 25% naar respectievelijk 16% en 22,25% in 2021.

Zie ook

Verantwoordelijk