Soorten inkomstenbelasting

U betaalt belasting over uw inkomen uit werk (box 1), over financiële belangen in een vennootschap (box 2) en over uw spaargeld en beleggingen (box 3). Sommige uitgaven mag u daarvan aftrekken (aftrekposten).

Kabinet Rutte III: wijzigingen in belastingtarieven

In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ komt het kabinet met een aantal voornemens om het belastingstelsel te hervormen. Zo wil het kabinet:

  • de tarieven en de belastingschijven voor de inkomstenbelasting aanpassen. In plaats van 4 belastingschijven komen er 2. Een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%.
  • het belastingtarief over aanmerkelijk belang verhogen van 25% naar 28,5%.
  • de vermogensredementsheffing (box 3) sneller laten aansluiten op het werkelijke rendement van spaartegoeden.
  • het vermogen waarover u geen belasting betaalt verhogen naar € 30.000 (€ 60.000 voor paren).
  • de vennootschapsbelasting in stappen verlagen van 20% en 25% naar 16% en 21% in 2021.

Alle belastingentarieven en heffingskortingen voor 2017 staan in de Wijzigingen in de belastingheffing per 2017.

Belasting box 1: werk en woning

U betaalt in box 1 belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning.
Inkomsten uit werk zijn bijvoorbeeld:

  • loon, fooien of winst uit onderneming;
  • uitkering, pensioen, lijfrente en alimentatie;
  • buitenlandse inkomsten;
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter.

Het tarief voor box 1 is een oplopend tarief met 4 schijven. Zodra u de AOW-leeftijd bereikt, geldt een aangepast tarief. Per 1 januari 2017 is het tarief in de 2e en 3e schijf van de loon- en inkomstenbelasting 40,8%.

Aftrekposten en heffingskortingen

U mag van het inkomen uit werk en woning een aantal kosten aftrekken (persoonsgebonden aftrekposten). De belasting wordt berekend over het bedrag dat overblijft. Dan trekt u daar de heffingskortingen van af. U kunt zelf bekijken welke heffingskortingen u krijgt. Het bedrag dat overblijft is de belasting die u betaalt.

Belasting box 2: aanmerkelijk belang

In box 2 betaalt u belasting over aanmerkelijk belang. U heeft een aanmerkelijk belang als u minimaal 5% van de aandelen, opties of winstbewijzen van een vennootschap bezit. Of u heeft dit samen met een fiscale partner. Over het inkomen uit aanmerkelijk belang betaalt u 25% belasting.

Mogelijke kwijtschelding belasting bij emigratie vervalt

Een belastingplichtige met een aanmerkelijk belang die uit Nederland emigreert, krijgt een belastingaanslag. Deze aanslag wordt in bepaalde situaties kwijtgescholden. Hierdoor loopt Nederland veel belastinginkomsten mis. Het kabinet schaft daarom de kwijtschelding af. De maatregel geldt met terugwerkende kracht vanaf 15 september 2015.

Dit staat in het Belastingplan 2016. Het Belastingplan is een wetsvoorstel dat de Eerste en Tweede Kamer moeten behandelen. Na hun goedkeuring en publicatie in het Staatsblad, gaat de maatregel in.

Box 3: sparen en beleggen

Over het inkomen uit uw vermogen betaalt u belasting. Onder vermogen valt bijvoorbeeld spaargeld, aandelen en een 2e woning. Het vermogen is de waarde van alle bezittingen (zoals spaargeld en aandelen) min de schulden. Over een deel daarvan betaalt u geen belasting. Dit is het heffingsvrije vermogen.

U betaalt 30% belasting over uw belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.

Aanpassing tarief box 3

Vanaf 2017 verandert de berekening van de belasting die u moet betalen over uw vermogen. Er zijn dan 3 vermogensschijven. Verder gaat het vermogen waarover u geen belasting betaalt omhoog naar € 25.000 per persoon. Dit was € 24.437.