Soorten inkomstenbelasting

U betaalt belasting over uw inkomen uit werk en woning (box 1), over inkomen uit een aanmerkelijk belang in een vennootschap (box 2) en over uw spaargeld en beleggingen (box 3). Sommige uitgaven mag u van dat inkomen aftrekken (aftrekposten). Daarnaast kunt u ook recht hebben op één of meerdere belastingkortingen (heffingskortingen). 

Belasting box 1: werk en woning

U betaalt in box 1 belasting over het belastbare inkomen uit werk en woning.
Inkomsten uit werk zijn bijvoorbeeld:

  • loon, fooien of winst uit onderneming;
  • uitkering, pensioen, lijfrente en alimentatie;
  • buitenlandse inkomsten;
  • inkomsten als freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter.

En inkomsten uit uw woning:

  • eigenwoningforfait.

Het tarief voor box 1 is een oplopend tarief met 2 schijven. Wanneer u de AOW-leeftijd bereikt, geldt een aangepast tarief. Sinds 1 januari 2021 is het gecombineerd tarief in de 1e schijf 37,10% (was 37,35% in 2020). Het tarief in de 2e schijf van de loon- en inkomstenbelasting is 49,50% (hetzelfde gebleven t.o.v. 2020).

Aftrekposten en heffingskortingen

U mag van het inkomen uit werk en woning een aantal kosten aftrekken (persoonsgebonden aftrekposten). De Belastingdienst berekent de belasting over het bedrag dat overblijft. Vervolgens trekt u daar de heffingskortingen af van het berekende belastingbedrag. Het bedrag dat overblijft is de belasting die u betaalt.

Belasting box 2: aanmerkelijk belang

In box 2 betaalt u belasting over uw inkomen uit aanmerkelijk belang. Bezit u minimaal 5% van de aandelen, opties of winstbewijzen van een vennootschap? Of u heeft dit samen met een fiscale partner? Dan heeft u inkomen uit aanmerkelijk belang. Over het inkomen uit aanmerkelijk belang betaalt u 26,90% belasting.

Box 3: sparen en beleggen

Over het inkomen uit uw vermogen betaalt u belasting. Onder vermogen valt bijvoorbeeld spaargeld, aandelen en een 2e woning. Het vermogen is de waarde van alle bezittingen (zoals spaargeld en aandelen) min de schulden. Over een deel daarvan betaalt u geen belasting. Dit is het heffingvrije vermogen.

Het vermogen waarover u geen belasting hoeft te betalen is in 2021 € 50.000. Of € 100.000 als u een fiscaal partner heeft.

Op dit moment staat in de wet dat een deel van het vermogen waar u belasting over betaalt, uit beleggingen bestaat. Ook als dit niet het geval is. En uw geld bijvoorbeeld volledig uit spaargeld bestaat.  

Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor om de belasting op sparen en beleggen te hervormen. Het onderzoek dat het kabinet heeft laten uitvoeren is afgerond. Het is aan een volgend kabinet om hier verder aan te werken.

In het wetsvoorstel stelt de Belastingdienst de belasting in box 3 vast over de werkelijke verhouding tussen:

  • het bedrag aan spaargeld;
  • de hoeveelheid beleggingen die iemand heeft.

Bovendien gaat de Belastingdienst rekenen met een rente die aansluit bij de werkelijke spaarrente.