Voorjaarsnota 2026

De Voorjaarsnota is een update van de begroting voor 2026 en een vooruitblik op de plannen voor 2027 en verder. De Voorjaarsnota is dit jaar ook de Startnota van het kabinet.

Uitdagingen veiligheid, woningmarkt en vergrijzing

Het kabinet wil forse investeringen in onze defensie en economie doen, zodat Nederland veilig en welvarend blijft. Er moeten ook grote stappen gezet worden in het stikstofbeleid en op de woningmarkt. Door de vergrijzing zijn er ook maatregelen nodig, zodat publieke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar blijven.

Financiële reserves voor de toekomst

Om te voorkomen dat toekomstige generaties de rekening betalen, houdt het kabinet zich aan de Europese begrotingsregels. Dit draagt bij aan beheersing van de overheidsfinanciën. Dat is belangrijk voor een stabiele economie. Ook volgt het kabinet een trendmatig begrotingsbeleid (ook wel ‘de Zalmnorm’ genoemd). Dat zijn begrotingsregels die zorgen voor voorspelbare overheidsfinanciën. Een van die regels is bijvoorbeeld dat het kabinet van tevoren afspreekt hoeveel belastingen en premies het elk jaar gaat heffen, en hoeveel geld het maximaal per jaar gaat uitgeven. Dit zorgt voor stabiliteit in economisch onzekere tijden.

Dit begrotingsbeleid is extra belangrijk vanwege het huidige conflict in het Midden-Oosten. Daarvan zijn de gevolgen voor de economie nog onduidelijk. De situatie kan verder verslechteren, waardoor economische groei, inflatie en het begrotingstekort verder onder druk komen te staan. Het kabinet bereidt zich al voor om economische schokken op te vangen als dat nodig is.

Solide overheidsfinanciën

Op basis van de meest recente economische raming van het Centraal Planbureau (CPB) zijn de financiële kaders voor de komende jaren vastgelegd. Hierin zijn ook verwachte tegenvallers verwerkt, bijvoorbeeld een toename van arbeidsongeschiktheid. De economische gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten is in deze Voorjaarsnota nog niet meegenomen.

Het begrotingstekort is volgend jaar hoog, maar blijft onder de 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Met deze Voorjaarsnota koerst het kabinet op een begrotingstekort van 2,1% in 2030. De staatsschuld blijft onder de 50% van het bbp. Daarmee voldoet het kabinet aan de Europese begrotingsregels.