VN-verdrag Handicap

2 miljoen Nederlanders hebben een beperking. Ze zijn slechtziend, blind of doof, hebben een lichamelijke of verstandelijke beperking of psychische problemen. Gewoon meedoen is voor hen niet altijd vanzelfsprekend. Sinds 2016 geldt het VN-verdrag handicap in Nederland. Het doel van dit verdrag is dat de positie van mensen met een beperking verbetert.

Overal aan meedoen

Mensen met een beperking kunnen niet altijd meedoen in de samenleving. Zo is zelfstandig reizen met het openbaar vervoer lastig voor rolstoelers. Of denk aan blinden die een studie willen volgen, of een brief van de gemeente ontvangen. In het VN-verdrag Handicap staat wat Nederland moet doen om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Op alle terreinen die voor hen, net als voor ieder ander, belangrijk zijn. Bijvoorbeeld werk, onderwijs, vervoer, cultuur, sport en andere vrijetijdsbesteding.

VN-verdrag Handicap geldig in Nederland

Om het VN-verdrag handicap geldig te maken (ratificeren) in Nederland, heeft het parlement 2 wetten aangenomen. De Wet gelijke behandeling van mensen met een handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) is aangepast. En de Kieswet is gewijzigd. Hierin staat dat per 1 januari 2019 stemlokalen voor iedereen toegankelijk moeten zijn.

VN-verdrag handicap in de praktijk

Het kabinet voert met het programma Onbeperkt meedoen! veel onderdelen uit van het VN-verdrag. Onbeperkt meedoen! moet zorgen voor merkbaar minder drempels in de samenleving. Bijvoorbeeld door zoveel mogelijk perrons en haltes toegankelijk te maken.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens houdt toezicht op de uitvoering van het verdrag in Nederland. Op de website van het College staat meer informatie over de taken van het College voor de Rechten van de Mens.