Aangaan en afstoten van staatsdeelnemingen

De overheid hanteert richtlijnen om staatsdeelnemingen (aandelen van de overheid in bedrijven) aan te gaan of af te stoten. Ieder jaar kijkt de overheid of het nog belangrijk is dat zij aandeelhouder is van een aantal ondernemingen. Want de overheid heeft alleen aandelen in een onderneming als dat publieke belangen beschermt.

Criteria voor aangaan staatsdeelnemingen

Voordat de overheid een staatsdeelneming aangaat moet aan een aantal eisen worden voldaan:

  • Nationaal publiek belang 
    Bij de dienst of het product van het bedrijf moet het gaan om een nationaal publiek belang. Dit publieke belang is niet alleen met wet- en regelgeving te beschermen. Regionale publieke belangen moeten op regionaal niveau worden beschermd.
  • Welomschreven beleidsdoelstelling
    Het publieke belang moet vertaald zijn in een welomschreven beleidsdoelstelling, bij voorkeur vastgelegd in wet- en regelgeving.
  • Rendement
    Een staatsdeelneming moet als vennootschap in staat zijn om een rendement te behalen op zijn producten of diensten. Deze moeten passen bij de risico's die met de ondernemingsactiviteiten gepaard gaan. En waarbij de (financiële) continuïteit van de onderneming wordt gewaarborgd.
  • Periodieke toetsing
    Er moet periodiek worden getoetst of de publieke belangen bij deelnemingen nog altijd goed zijn beschermd. En of het aandeelhouderschap daaraan bijdraagt.

Criteria voor afstoten staatsdeelnemingen

Er zijn situaties waarin de overheid staatsdeelnemingen kan afstoten. Bedrijven kunnen veranderen en markten kunnen zich ontwikkelen. Bijvoorbeeld door productontwikkeling, toetreding van nieuwe spelers en andere concurrentieverhoudingen. De situatie kan ook veranderen door nieuwe nationale of Europese regelgeving. Verder kunnende publieke belangen zelf en de toegevoegde waarde van de overheid als aandeelhouder ook veranderen. 

Er zijn 2 beoordelingscriteria om staatsdeelnemingen (deels) af te stoten:

  • Leent de marktordening zich voor behoud van een staatsdeelneming of juist voor privatisering?
  • Zijn met de deelneming grote, nationale, strategische belangen gemoeid (bijvoorbeeld voor de economie of maatschappelijk vitale infrastructuur)?

Beoordeling staatsdeelnemingen

De overheid beoordeelt jaarlijks een aantal deelnemingen en kijkt dan naar:

  • het publieke kader;
  • de corporate governance;
  • de bedrijfseconomische positie;
  • de strategische omgeving van de onderneming; 
  • de manier waarop de publieke doelstellingen zijn behaald. 

Het kabinet deelt de bevindingen met de Tweede Kamer.