Duurzame veehouderij

De overheid neemt maatregelen om de veehouderij diervriendelijker en duurzamer te maken. Deze manier van produceren is beter voor dier, milieu en mens.

Duurzame kringlooplandbouw in 2030

Het kabinet wil dat Nederland in 2030 internationaal koploper is in duurzame kringlooplandbouw. In een kringlooplandbouw ontstaat een systeem waarbij afval opnieuw gebruikt wordt. Bijvoorbeeld in voedsel of als compost. Dit staat in de visie ‘Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden’.

Volgens deze visie moet ook de veehouderij nog duurzamer en diervriendelijker worden dan deze nu al is. Het kabinet heeft hiervoor plannen gemaakt. Bij het maken van de plannen heeft het kabinet verschillende partijen uit de veehouderij sector betrokken. Denk aan veehouders, verwerkers en afnemers. De plannen van het kabinet staan in de kamerbrief Duurzame Veehouderij.

Maatregelen om veehouderij duurzamer te maken

Om de veehouderij duurzamer te maken zet het kabinet in op:

  • het produceren van zo weinig mogelijk afval (gewasresten, voedselresten, procesafval, mest, compost) en alles zoveel mogelijk hergebruiken;
  • steeds meer veevoer zelf telen of kopen bij producenten in de buurt. En meer veevoer gebruiken dat is gemaakt van rest- en bijproducten uit de voedingsindustrie;
  • overstappen op duurzame veehouderij met zo min mogelijk uitstoot van broeikasgassen, ammoniak en fijnstof en minimale stankoverlast. Het kabinet zet bijvoorbeeld in op het koelen van mest en het regelmatig uitruimen van stallen;   
  • voorkomen van ziektes, zodat minder antibiotica nodig is. In een duurzame veehouderij gebruiken veehouders minder antibiotica. Door het gebruik van te veel antibiotica kunnen bacteriën resistent worden. Dit kan gevaarlijk zijn voor mens en dier. De Rijksoverheid wil daarom het gebruik van antibiotica in de veehouderij terugdringen;
  • ruimte voor het natuurlijke gedrag van koeien, varkens en kippen en zorg voor hun specifieke behoeften;
  • eigen keuze over de grootte van de kringloop. Zo kunnen veehouders afval en reststromen verminderen in hun eigen bedrijf. Of dat samen doen met andere boeren, tuinders, vissers, leveranciers en voedselproducenten in hun regio, nationaal of internationaal;
  • het aanbod van duurzaam vlees in de supermarkten vergroten. Vanuit winkels is meer vraag naar duurzame producten. Hierdoor gaan veehouders meer duurzaam produceren. Keurmerken zijn hiervoor belangrijk. De overheid is in gesprek met ondernemers om het aanbod van duurzame producten in de winkels te vergroten.

Subsidies voor saneren, verduurzamen en innoveren van de veehouderij

Het kabinet heeft in het regeerakkoord € 200 miljoen gereserveerd voor het Programma Sanering en Verduurzaming Veehouderij. Hiervan:

  • Trekt het kabinet trekt € 120 miljoen uit voor varkenshouders die hun bedrijf willen beëindigen met de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv). In het kader van de Urgendazaak is dit bedrag met € 60 miljoen verhoogd tot € 180 miljoen. 
  • Gaat € 60 miljoen naar het verduurzamen en innoveren van veehouderijen met de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv). € 40 miljoen hiervan gaat naar varkenshouderijen. € 15 miljoen naar de pluimveesector. € 5 miljoen gaat naar de melkgeitenhouderij. Doordat de Sbv wordt gecombineerd met € 112 miljoen uit het Klimaatakkoord, komt het totale budget van de Sbv op € 172 miljoen.
  • Is van de resterende  € 20 miljoen, € 12 miljoen gereserveerd voor uitvoeringskosten. Daarnaast heeft het kabinet € 8 miljoen gereserveerd voor verschillende maatregelen in het kader van de Wet verbod pelsdierhouderij.