Dierenwelzijn landbouwdieren
Bedrijven met landbouwdieren moeten zich houden aan welzijnsregels voor transport, voeding, huisvesting en verzorging. Bijvoorbeeld van melkkoeien of varkens. Landbouwdieren die in kleine aantallen en zonder commercieel doel worden gehouden, vallen onder de regels voor hobbydieren.
Regels voor bedrijven met landbouwdieren
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op het welzijn van productiedieren. Productiedieren zijn landbouwdieren die bedrijfsmatig worden gehouden.
De belangrijkste regels voor productiedieren gaan over:
- Huisvesting van dieren
De dieren hebben voldoende bewegingsvrijheid nodig. En als ze buiten worden gehouden, moeten ze beschermd zijn tegen slechte weersomstandigheden. Legbatterijen voor pluimvee zijn in Nederland verboden. Wie kippen in kooien houdt, mag dat alleen nog doen in koloniehuisvesting. - Verzorging van dieren
Houders moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat het dier goed voer en voldoende water krijgt. En dat een dier ziek of gewond dier passende verzorging krijgt. - Identificatie en registratie van dieren
Eigenaren van productiedieren moeten hun dieren laten identificeren en registreren bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt, zijn de dieren en hun plaats van herkomst dan snel te vinden. - Ingrepen bij dieren
Eigenaren mogen geen lichaamsdelen van dieren (laten) verwijderen of beschadigen. Sommige ingrepen zijn (nog) wel toegestaan. Bijvoorbeeld het onthoornen van runderen of het verwijderen van de staart van varkens. In het Besluit diergeneeskundigen en het Besluit houders van dieren staat welke ingrepen wel of niet mogen. - Transport van dieren
Voor het vervoer van landbouwdieren gelden verschillende regels. Bijvoorbeeld voor reis- en rusttijden, vakbekwaamheid van de vervoerder en technische eisen aan voertuigen. Daarnaast geldt per 1 januari 2026 een verbod op het voortdrijven van dieren in de veehouderij met behulp van elektrische veedrijfmiddelen. Dit verbod geldt op boerenbedrijven en voor transporten die beginnen en eindigen in Nederland. Overtreden bedrijven deze regels? Dan kan de NVWA een boete opleggen. Als dat niet helpt, kan de NVWA de vergunning van de vervoerder (tijdelijk) intrekken. - Slacht van dieren
De NVWA controleert of de slacht van dieren op een goede manier gebeurt. Daarbij kan de NVWA onafhankelijk wetenschappelijk advies krijgen van Wageningen University & Research.
Toewerken naar dierwaardige veehouderij
Het kabinet wil toe naar een dierwaardige veehouderij in 2040. In een dierwaardige veehouderij staan de behoeften van dieren centraal. Zo hebben kippen, runderen en varkens bijvoorbeeld meer ruimte nodig om te bewegen en voldoende te rusten. Uitgangspunt voor een dierwaardige veehouderij zijn de 6 principes voor dierwaardige veehouderij van de Raad voor Dierenaangelegenheden.
Voor een dierwaardige veehouderij zijn er nog belangrijke veranderingen nodig. De overheid heeft daarover afspraken gemaakt met veehouders, maatschappelijke organisaties en marktpartijen zoals supermarkten. De afspraken staan in het convenant Stappen naar een dierwaardige veehouderij. In die afspraken staat bijvoorbeeld dat:
- boeren een eerlijke prijs moeten krijgen als zij extra investeren in dierwaardige producten. Dat kan bijvoorbeeld met nieuwe keurmerken;
- er meer kennis en ervaring in de sector moet komen. En mogelijkheden om te experimenteren met bijvoorbeeld meer leefruimte voor dieren. Het kabinet maakt daar € 51 miljoen voor vrij;
- er een Autoriteit Dierwaardige Veehouderij komt die onder andere controleert of de partijen zich aan de afspraken houden.
Gezondheid van landbouwdieren bij hoge temperaturen
Er zijn regels om landbouwdieren te beschermen tijdens hitte. Ook hebben boerenbedrijven, transportbedrijven en slachterijen afspraken gemaakt om te zorgen dat dieren zo min mogelijk last hebben van hittestress.
- Bij temperaturen boven de 35 graden mogen dieren bijvoorbeeld niet vervoerd worden.
- Als het warmer is dan 27 graden, controleert de NVWA extra op de regels voor dierenwelzijn.
- Voor diertransporten en slachterijen zijn er afspraken over onder meer het aantal dieren, de ventilatie en de koeling in veewagens. De afspraken staan in het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen.
- In stallen met alleen kunstmatige ventilatie zijn nood- en alarmsystemen verplicht. Ook moet er een noodaggregaat zijn dat bij stroomuitval meteen opstart. Dit aggregaat moet regelmatig worden getest.
Dierenwelzijn bij onverdoofde rituele slacht
Voordat dieren worden geslacht, moeten ze eerst worden verdoofd. Voor de slacht volgens joods gebruik (koosjer vlees) en islamitisch gebruik (halal vlees) geldt een uitzondering. Wel gelden er speciale regels voor onverdoofd ritueel slachten, bijvoorbeeld:
- Rituele slacht mag alleen in een erkend slachthuis gebeuren, door een speciaal opgeleide slachter.
- Slachters moeten de halssnede snel en precies uitvoeren. Heeft het dier binnen 40 seconden na aansnijding nog niet het bewustzijn verloren? Dan moet de slachter het dier alsnog verdoven.
De NVWA houdt toezicht op de onverdoofde, rituele slacht. De regels zijn vastgelegd in het Besluit houders van dieren.
Stalbranden verminderen
Er vinden regelmatig branden plaats in veestallen, waarbij veel dieren om het leven komen. De overheid wil het aantal stalbranden en dierlijke slachtoffers daarbij verminderen. Het doel is om het aantal stalbranden en slachtoffers in 2026 te halveren ten opzichte van 2020.
Dit wil de overheid bereiken door met verschillende partijen samen te werken aan een aanpak om stalbranden zoveel mogelijk te voorkomen. En als er toch brand uitbreekt, moeten de dieren zo goed mogelijk beschermd worden.
Dit gebeurt onder meer door:
- te zorgen voor meer bewustwording en om veehouders te informeren over de maatregelen die zij zelf in de stal kunnen nemen om het risico op brand te verminderen via de campagne ‘Voorkom stalbrand’.
- informatie over stalbranden bij te houden in de Risicomonitor Stalbranden.
- een door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid ontwikkelde methode om de brandveiligheid in veestallen te beoordelen en verbeteren.
Verder onderzoekt de overheid:
- of het zinvol is om de jaarlijkse Risicomonitor Stalbranden uit te breiden met meer informatie, zoals bouwjaar en omvang van de stal;
- wat de gevolgen zijn van een verplichte elektrakeuring en brandveiligheidskeuring;
- hoe de methode om de brandveiligheid in veestallen integraal te beoordelen en verbeteren nog meer gebruikt kan worden in de toekomst;
- wat er gebeurt als de brandcompartimenten in dierenverblijven verder uit elkaar staan;
- het gebruik van innovatieve detectie- en alarmeringssystemen, en de mogelijkheden om hierin te investeren.