Dierenwelzijn landbouwdieren

Voor bedrijfsmatig gehouden landbouwdieren gelden onder meer welzijnsregels voor transport, voeding, huisvesting en verzorging. Bedrijfsmatig gehouden landbouwdieren worden ook wel productiedieren genoemd. Dit zijn bijvoorbeeld boerderijdieren of manegepaarden. Landbouwdieren die in kleine aantallen en zonder commercieel doel worden gehouden vallen onder de regels voor hobbydieren.

Regels voor bedrijfsmatig gehouden landbouwdieren

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op het welzijn van productiedieren.

De belangrijkste regels voor het bedrijfsmatig houden van landbouwdieren gaan over:

  • Huisvesting van dieren
    De dieren hebben voldoende bewegingsvrijheid nodig. En als ze buiten worden gehouden, moeten ze beschermd zijn tegen slechte weersomstandigheden. Legbatterijen voor pluimvee zijn sinds 1 januari 2012 in Nederland verboden. Wie kippen in kooien houdt, mag dat alleen nog doen in koloniehuisvesting.
  • Verzorging van dieren
    Houders moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat het dier goed voer en voldoende water krijgt. En dat een dier medische verzorging krijgt als dat nodig is.
  • Identificatie en registratie van dieren
    Eigenaren van productiedieren moeten hun dieren laten identificeren en registreren. Als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt, zijn de dieren en hun plaats van herkomst dan snel te traceren. RVO voert de identificatie en registratie van productiedieren uit.
  • Ingrepen bij dieren
    De wet verbiedt ingrepen bij een dier die een lichaamsdeel verwijderen of beschadigen. Maar sommige ingrepen zijn wel toegestaan. Bijvoorbeeld oormerken bij runderen of varkens. In het Besluit diergeneeskundigen en het Besluit houders van dieren staat welke ingrepen wel of niet mogen.
  • Transport van dieren
    Voor het vervoer van landbouwdieren gelden verschillende regels. Bijvoorbeeld voor reis- en rusttijden, vakbekwaamheid van de vervoerder en technische eisen aan voertuigen. Overtreden bedrijven deze regels? Dan kan de NVWA een bestuurlijke boete opleggen. Als dat niet helpt, kan de NVWA de vergunning van de vervoerder schorsen of intrekken.
  • Slacht van dieren
    De NVWA controleert of de slacht van dieren op een goede manier gebeurt. Daarbij krijgt NVWA onafhankelijk wetenschappelijk advies van WUR Livestock Research.

Gezondheid van landbouwdieren tijdens hoge temperaturen

Er zijn regels om landbouwdieren te beschermen tijdens hitte. Bij temperaturen boven de 35 graden mogen dieren bijvoorbeeld niet vervoerd worden.

Bij temperaturen boven de 27 graden houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) extra toezicht op de regels voor dierenwelzijn.

In het Nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen staan afspraken en werkwijzen voor diertransporten en slachterijen. Bijvoorbeeld over het aantal dieren, ventilatie en koeling in veewagens.

Verder heeft de overheid een plan van aanpak gemaakt met maatregelen die ervoor moeten zorgen dat dieren zo min mogelijk last hebben van hittestress. Boerenbedrijven, transportbedrijven en slachterijen voeren deze maatregelen uit.

In stallen met alleen kunstmatige ventilatie zijn nood- en alarmsystemen verplicht. Voor deze stallen gelden sinds 1 juli 2024 extra eisen. Zo moet er een noodaggregaat zijn dat bij stroomuitval meteen opstart. Het aggregaat moet regelmatig worden getest. 

Toewerken naar dierwaardige veehouderij

Het kabinet wil toe naar een dierwaardige veehouderij. In een dierwaardige veehouderij staan de behoeften van dieren centraal. Dit is in het belang van dieren, maar ook van de veehouderij. Dierwaardigheid is een belangrijk onderdeel van een duurzame, toekomstbestendige veehouderij. Hiervoor zijn nog belangrijke veranderingen nodig. Zo hebben dieren meer ruimte nodig om in hun behoeften te kunnen voorzien. En moeten ingrepen als het afknippen van varkensstaarten stoppen.

Om tot een dierwaardige veehouderij te komen, neemt het kabinet het initiatief voor een convenant Dierwaardige veehouderij. Hierin maken verschillende belanghebbende organisaties afspraken over wat een dierwaardige veehouderij is, en wat er voor nodig is om tot zo’n veehouderij te komen. Dat gaat bijvoorbeeld over hoe de stallen eruit zien. Uitgangspunt hierbij zijn de ‘6 principes voor dierwaardige veehouderij’ van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA).

Dierenwelzijn bij rituele slacht

Voordat dieren worden geslacht, moeten ze eerst worden verdoofd. Voor de slacht volgens Joodse riten (koosjer vlees) en islamitische riten (halal vlees) geldt een uitzondering. Wel gelden er speciale regels voor onverdoofd ritueel slachten. Zo mag dit bijvoorbeeld alleen in een erkend slachthuis gebeuren, door een speciaal opgeleide slachter. En wordt er altijd toezicht gehouden door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA).

Overheid, religieuze organisaties en slachterijen hebben afspraken gemaakt over de rituele slacht. De afspraken staan in het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten en in het Besluit houders van dieren.

Sinds 1 januari 2018 houdt de NVWA hier ook toezicht op. De afspraken gaan bijvoorbeeld over de manier waarop de slachters de halssnede uitvoeren. Heeft het dier binnen 40 seconden na aansnijding nog niet het bewustzijn verloren? Dan moet het alsnog een bedwelming krijgen.

Brandveiligheid stallen

De overheid wil het aantal stalbranden en dierlijke slachtoffers daarbij verminderen. Er vinden regelmatig branden plaats in veestallen, waarbij veel dieren om het leven komen. In 2020 vonden er 54 stalbranden plaats, waarbij in totaal 108.794 dieren om het leven kwamen. Het doel is om het aantal stalbranden en slachtoffers in 2026 te halveren ten opzichte van 2020. 

Om dit voor elkaar te krijgen werkt de overheid samen met onder andere de veesector, de brandweer, verzekeraars en de Dierenbescherming aan maatregelen. Zowel preventieve maatregelen als maatregelen tijdens een brand. 

Preventieve maatregelen

Een belangrijke oorzaak van stalbranden met veel dierlijke slachtoffers zijn problemen met elektriciteit en kortsluiting. Om stalbranden te voorkomen wordt daarom gewerkt aan preventieve maatregelen.

Er komen regels die veehouders verplichten om een elektra- en brandveiligheidskeuring te laten uitvoeren. Dit geldt voor veehouderijen waar de volgende dieren voor productie worden gehouden:

  • melkvee;
  • vleeskalveren;
  • melkgeiten;
  • vleesvarkens;
  • zeugen;
  • legkippen;
  • vleeskuikens;
  • konijnen;
  • eenden;
  • kalkoenen.

Dierenleed tijdens een stalbrand beperken

Naast regels om stalbranden te voorkomen, komen er ook maatregelen die dierenleed tijdens een stalbrand moeten beperken. Om tot de juiste maatregelen te komen, is er momenteel onderzoek naar:

  • welke maatregelen het meeste effect hebben op de brandveiligheid van stallen en daarmee de overlevingskans van dieren vergroten. 
  • de mogelijkheid om stalbrandonderzoek uit te breiden. Om bijvoorbeeld meer te weten te komen over de oorzaak van de brand, waar die is ontstaan en hoe oud de stal is.  
  • de mogelijkheid om in nieuwe en te verbouwen stallen de omvang van een brandcompartiment te verkleinen. Bij een brand in een stal met kleinere brandcompartimenten   vallen minder dierlijke slachtoffers dan in een stal met grotere brandcompartimenten.
  • hoe dieren een volwaardige plek kunnen krijgen in het denken over brandveiligheid.