Hoofdlijnen Wet open overheid

Iedereen heeft recht op informatie van de overheid. De Wet open overheid (Woo) regelt welke overheidsinformatie openbaar is en hoe iemand die kan aanvragen. Door de Woo moet duidelijker worden wat de overheid doet en waarom. Overheidsinformatie is openbaar, behalve als er een reden is waarom dat niet kan.

Doel van de Woo

Openbaarheid is belangrijk voor de democratie in ons land en voor het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid. Overheidsorganisaties moeten informatie over wat zij doen en waarom, uit zichzelf geven of als iemand daarom vraagt. Zo kunnen burgers, maar ook bijvoorbeeld Kamerleden of journalisten, de overheid controleren. Een open overheid staat ook open voor wat er beter kan. Door het openbaar maken van informatie weten burgers waarom de overheid sommige keuzes maakt. Het helpt ook een samenleving te bereiken waarin iedereen mee kan doen.

Verplichtingen voor de overheid

De belangrijkste plichten die de overheid heeft volgens de Woo zijn:

  • Actieve openbaarmakingsplicht: de overheid moet sommige informatie uit zichzelf  openbaar maken;
  • Openbaarmakingsplicht op verzoek: de overheid maakt informatie openbaar als iemand erom vraagt;
  • Informatiehuishoudingsplicht: overheidsinformatie moet goed te vinden zijn.

Actieve openbaarmaking

De overheid moet uit zichzelf zoveel mogelijk informatie openbaar maken als dat zonder grote moeite of hoge kosten kan. Het moet ook nut hebben. Overheden beoordelen zelf welke documenten hieronder vallen. 

Daarnaast staan in de Woo 17 soorten informatie die overheden uit zichzelf openbaar moeten maken. Deze verplichting wordt de komende jaren stap voor stap ingevoerd.
 

De overheid maakt verschillende stukken nu ook al openbaar, zoals wetten. Voor sommige andere documenten moet dat meer gaan gebeuren. Het is de bedoeling dat de overheid naast deze 17 soorten, uit zichzelf zoveel mogelijk andere informatie openbaar maakt. Dat gebeurt in stappen, in de loop van de tijd.

Informatie die de overheid niet openbaar maakt

De overheid maakt informatie niet openbaar als openbaarmaking grote nadelen heeft of gevaar oplevert. Bijvoorbeeld voor de samenwerking binnen de regering of voor de veiligheid van de staat. Ook vertrouwelijke gegevens van bedrijven blijven geheim, net als privacygevoelige gegevens (bijvoorbeeld medische gegevens of informatie over iemands geloof of seksuele voorkeur). En wettelijke identificatienummers, zoals BSN of onderwijsnummer, krijgt niet iedereen.

Informatie wordt ook niet openbaargemaakt als dat te grote nadelen zou hebben voor andere belangen, zoals:

  • de betrekkingen van Nederland met andere landen of internationale organisaties;
  • de economische of financiële belangen van de overheid;
  • de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
  • de controle en toezicht door de overheid;
  • de persoonlijke levenssfeer (privacy);
  • de bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens;
  • de bescherming van het milieu;
  • de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
  • het goed functioneren van de overheid;
  • onevenredige benadeling van een ander belang (dat is alleen zo in bijzondere gevallen).

Organisaties waarvoor de Woo geldt

De Woo geldt voor overheden, zoals de Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. En daarnaast onder andere voor de Tweede en Eerste Kamer, de Raad van State (behalve de Afdeling bestuursrechtspraak), de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman. 

De Woo geldt ook voor organisaties of bedrijven die werken onder verantwoordelijkheid van de overheid. Bijvoorbeeld een wetenschappelijk instituut van een universiteit of een door een gemeente ingestelde commissie. 

De Woo geldt niet voor overheden van Caribisch Nederland. 

Verschillen tussen de Woo en de Wet openbaarheid van Bestuur (Wob)

  • De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De belangrijkste verschillen met de Wob zijn: 
  • De Woo wijst soorten informatie aan die de overheid uit zichzelf openbaar moet maken. Dat gebeurt in stappen, in de loop van de tijd; 
  • Persoonlijke opvattingen van ministers of ambtenaren worden vaker openbaar; 
  • De termijn voor afhandeling van een Woo-verzoek blijft 4 weken. Maar bij een groot of ingewikkeld verzoek kan die termijn met maximaal 2 weken worden verlengd. Onder de Wob was alleen verlenging met 4 weken mogelijk;
  • Als informatie ouder dan 5 jaar niet openbaar wordt gemaakt, moet de overheid beter uitleggen waarom;
  • Er is een Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding (ACOI) opgericht. Dat adviseert de regering en het parlement over openbaarheid en goed beheer van overheidsinformatie. Ook bemiddelt het ACOI over de manier waarop een overheidsorganisatie een verzoek om openbaarmaking van informatie behandelt;
  • Overheidsorganisaties moeten hun (digitale) informatiehuishouding op orde hebben. Dat betekent dat ze goede regels en afspraken moeten hebben voor het gebruik en beheer van hun informatie.

De Woo en andere wetten

De Woo is een uitwerking van artikel 110 van de Grondwet. Daarin staat dat de overheid moet zorgen voor openheid en openbaarheid, en dat dat wettelijk is geregeld. Ook in andere wetten staan regels over openbaarmaking van informatie. Bijvoorbeeld in de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017, de Archiefwet, de Algemene wet bestuursrecht, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van Strafvordering. 

Een Woo-contactpersoon voor elke overheidsorganisatie

Iedere overheidsorganisatie moet minimaal 1 contactpersoon hebben die vragen kan beantwoorden over de informatie die beschikbaar is. De contactpersoon beantwoordt vragen om informatie die bijvoorbeeld via brieven, e-mails of telefoontjes binnenkomen. De contactpersoon geeft zelf zoveel mogelijk informatie, werkt samen met deskundigen binnen de organisatie en kan wetenschappers en journalisten doorverwijzen naar het Adviescollege openbaarheid en informatiehuishouding. 

Wettekst

Lees de volledige tekst van de Wet open overheid op wetten.overheid.nl.