Toespraak minister Rianne Letschert (OCW) bij conferentie Women Unite!
Op Internationale Vrouwendag, zondag 8 maart 2026, hield minister Rianne Letschert een toespraak tijdens de conferentie Women Unite! in theater Carré te Amsterdam.
Goedemiddag allemaal,
Werd ik nou aangekondigd als vrouw met macht? Ik geloof het wel, hè? Dat voelt dus nog superonwennig. Ik ben pas twee weken minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. En dan word je meteen in het diepe gegooid.
Dan is ook nog mijn eerste speech hier in Carré, waar werkelijk waar al mijn idolen op het podium staan. Serieus!
En dan ook nog zo’n publiek. Ik vind dat superimponerend. Ik vind het een enorme eer dat mijn allereerste speech hier, juist op Internationale Vrouwendag, mag plaatsvinden.
Vanmorgen was ik al in Amsterdam, want ik dacht: ik ga ook met de Feminist March meelopen. En als je dan daar op die Dam aankomt en je ziet het daar helemaal vol staan met vrouwen, mannen, kinderen, alles door elkaar en iedereen die opkomt voor dezelfde strijd, dan gaat er werkelijk waar een rilling door je heen.
Tegelijkertijd denk je: dat het nog nodig is! Dat we in 2026 nog met elkaar een Feminist March moeten organiseren om op te komen voor gelijke rechten voor vrouwen, om te strijden tegen geweld tegen vrouwen en meisjes. Eigenlijk is dat ook wel een soort mindfuck, als ik dat als minister mag zeggen (ik denk het niet trouwens). Het voelde wél zo: dit zou eigenlijk helemaal niet meer nodig moeten zijn. En toch is het goed dat we het doen. En toch is het goed dat we vanmorgen en ook hier in deze zaal verenigd zijn.
Die mars die vandaag door de stad heenloopt laat zien dat wij vastberaden zijn. Dat we continu het geluid willen laten horen: we moeten strijden tegen geweld tegen vrouwen en opkomen voor gelijke rechten voor vrouwen.
Hoeveel vrouwenrechten zijn er niet al wandelend opgeëist? Dat is ongelooflijk. Denk aan de suffragettemarsen in Londen en New York.
Of aan de meer dan 20.000 Zuid-Afrikaanse vrouwen die 70 jaar geleden in Pretoria te hoop liepen tegen de racistische en beperkende paswetten van de apartheidsregering.
Maar ik neem u ook even mee naar 1913, in onze eigen stad Den Haag. Waar de Stille Betooging plaatsvond.
Vandaag zijn we hier op uitnodiging van burgemeester Halsema. Maar de burgemeester van Den Haag vreesde in 1913 nog ‘wanordelijke toestanden’. Hij verbood daarom op het allerlaatste moment een betoging door vrouwen in zijn stad.
De vrouwen, onder wie Aletta Jacobs, lieten zich niet weerhouden en liepen in groepjes van 25 over het Binnenhof. Stilzwijgend, doorstappend, gadegeslagen door mannen, die tot dan toe de dienst hadden uitgemaakt in het centrum van de macht.
Maar dát zou niet lang meer duren. Vijf jaar later kwam de eerste vrouw in de Tweede Kamer. En in 1922 mochten vrouwen in Nederland voor het eerst hun stem uitbrengen bij Tweede Kamerverkiezingen.
Wat is er veel veranderd. De huidige Tweede Kamer telt inmiddels 65 vrouwen. Misschien nog steeds te weinig, maar toch, een stijgende lijn. En het hoogste aantal ooit.
En in de lange mars door de geschiedenis zien we ook steeds meer mannen aansluiten.
Bondgenoten van vrouwen, voorvechters van hun rechten. We zien ze ook hier in de zaal, al moet je ze wel een beetje zoeken. Je zag het ook buiten bij de mars en overal in de samenleving.
De conferentie vandaag laat zien dat de strijd voor gelijke rechten van vrouwen helaas nog steeds bittere noodzaak is.
Steeds vaker – zoals Roxane van Iperen ook zo mooi liet zien – is het nu de online wereld waar vrouwen en meiden worden belaagd, bedreigd en gestereotypeerd.
Ook daar zijn het de vrouwen en meiden die het meeste lijden onder geweld en seksisme, net als in de offline wereld tijdens oorlogen en conflicten – zoals jullie vanmorgen door gewldige sprekers hebben gehoord – of gewoon op straat, tijdens een avondje stappen.
Voordat ik minister was en voordat ik bestuursvoorzitter en rector was van een universiteit was ik wetenschapper. Ik deed jarenlang onderzoek in oorlogsgebieden en sprak slachtoffers van grootschalig geweld. Bijvoorbeeld in Rwanda, waar seksueel geweld tegen vrouwen de genocidale burgeroorlog kenmerkte.
Toen ik tien jaar geleden uit Tilburg naar Maastricht vertrok om bestuurder te worden, kreeg ik als cadeau een portret mee.
Sindsdien heb ik het opgehangen in al mijn werkkamers.
Het is een portret van Marie-Louise. Jullie zien haar hier in beeld.
Zij heeft de genocide in Rwanda overleefd. Zij en haar lotgenoten hebben de meest huiveringwekkende dingen meegemaakt. Ze werden zelf verkracht of hun kinderen werden verkracht waar zij bij waren.
Of je nu zelf kinderen hebt of niet, je wilt en kunt je niet voorstellen wat zij hebben doorstaan. Hoe het is als je eigen kinderen onder je ogen verkracht of vermoord worden.
Voordat ik met dit vakgebied bezig was en ik over dit onderwerp nadacht, was mijn eerste reactie: zo’n ervaring zou ik nooit overleven. Waar vind je dan nog de kracht om door te gaan?
En toch, in al die gesprekken met vrouwen als Marie Louise leerde ik dat de veerkracht van mensen onvoorstelbaar veel groter is dan je zou denken.
Mensen gaan tóch door op een of andere manier. Marie-Louise is daar het krachtige voorbeeld van. Zij is mijn rolmodel.
Ik weet niet of ik in de wanden van het ministerie mag boren - ik denk het niet. Maar dit portret heeft inmiddels een plekje op de ministerskamer. Ik zal de vraag krijgen van alle bezoekers die langskomen: wie is die vrouw? Dan zal ik haar verhaal vertellen, net zoals ik dat in Maastricht elke keer opnieuw deed. Ik kan jullie vertellen: dat plaatst een vergadering in een heel ander perspectief en een andere proportie. Mensen die soms met onbenullige vragen langskwamen in mijn vorige baan – in mijn huidige baan gaat dat vast ook gebeuren – denken dan wel twee keer na voordat zij hun vraag stellen, nadat zij eerst de uitleg over deze dame hebben gekregen.
Dan doet zij, via die foto, ook een beroep op ons.
Om ook de veerkracht te tonen waarvan we meer hebben dan we soms denken. Het vermogen om door te gaan. Om de wereld beter te maken. En om ook in ons eigen land het systeem te veranderen. Zoals Saskia Belleman in haar column ook zo mooi liet zien. Hoe schrijnend dat dit nog steeds nodig is. Een wereld die rechtvaardiger en gelijkwaardiger moet zijn.
Vanuit mijn nieuwe rol vind ik dat best ingewikkeld. Ik heb geen genocide hoeven overleven. Ik ben een supergepriviligieerd mens. Ik kom uit een gelukkig gezin, heb twee geweldige kinderen en twee geweldige bonuskinderen. Ik heb een enorm warm netwerk om mij heen. Ik heb kunnen studeren, dus ergens voelt het ook wel wat pretentieus om hier te staan als de voorvechter van de vrouwenrechten. Terwijl vrouwen zoals Marie-Louise het hebben moeten doorleven. En toch ga ik het proberen. Om met de kracht die deze rol en dit ministerschap mij gaat bieden, het goede te doen. Ik zal dan ook af en toe moeten proberen om over mijn eigen verlegenheid of bescheidenheid heen te stappen. Omdat het het waard is. En omdat zoveel vrouwen en meisjes het helaas nog steeds nodig hebben.
Maar ook met onze mannelijke vrienden, onze jongens - ik heb twee zonen – praat ik over dit soort thema’s. Ik was heel blij dat een tijdje terug de secretaris-generaal van het minister van Economische Zaken, Sandor Gaastra, openlijk op zijn LinkedIn een oproep aan al zijn mannelijke vrienden deed om op te staan tegen geweld tegen vrouwen. Op mijn ministerie startte vorig jaar de campagne ‘Man, zeg er wat van’. Misschien hebt u de spotjes en de billboards ook wel gezien. De campagne moedigt mannen aan om er wat van te zeggen als in de kroeg of in de sportclub of gewoon op straat een seksueel getinte grap wordt gemaakt, die niet grappig is.
Want een cultuur van gelijkheid voor iedereen bereiken we alleen als ook iedereen daarvoor de verantwoordelijkheid neemt. Vrouwen én mannen.
Dat zie ik ook als ik naar mijn eigen leven kijk. Het waren ook mannen die voor een volgende stap in mijn loopbaan soms een beslissende stem hadden. Zij waren overtuigd van de waarde van diversiteit en bekeken en behandelden mij als ieder ander.
Andersom kan het ook waar zijn. Vrouwen zorgen niet altijd beter voor elkaar. Het komt niet vanzelf goed als alleen vrouwen aan het roer staan. Een gynocratische heilstaat: ik geloof er niet in.
Ik ben ze tegengekomen in mijn vakgebied, en later als bestuurder: de zogenaamde ‘queen bees’. Vrouwen die vaak zelf een lange en moeilijke weg hebben afgelegd. Maar eenmaal aan de top genieten ze van hun bijzondere positie, omringd door alleen maar mannen.
Andere vrouwen die hogerop willen komen, werken zij tegen. En zo houdt dit type vrouwen het patriarchaat in stand.
Mijn voorganger Ingrid van Engelshoven introduceerde de Topvrouwenwet. Met een quotum voor het aantal vrouwen in de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven. Ik was toen ik begon als rector eigenlijk tegen quota – ik vond dat meer iets voor de visserij. Maar, ik zal eerlijk zijn, ik heb me laten overtuigen. Willen we gelijkwaardigheid bereiken, dan is er wel een periode nodig dat je die quota instelt.
Afgelopen week maakt de SER de laatste cijfers openbaar over de genderbalans in de top en subtop van het Nederlandse bedrijfsleven.
We zien maar een heel kleine stijging in het aantal vrouwelijke bestuurders. Dus er is absoluut nog een hoop werk te doen.
Een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen is belangrijk, ook omdat je als vrouw met andere ogen naar de wereld kijkt. Kijk naar mijn collega Elanor Boekholt-O’Sullivan, die als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening straatjes, wijken en steden gaat bouwen. Wat zei zij in haar eerste week op haar departement? “Bij alles wat we gaan bouwen, ga ik kijken naar de manier waarop in die ruimtelijke ontwikkeling de veiligheid van vrouwen geborgd is.” Die vraag werd eerder niet op die manier gesteld. Zij zegt: bij alles wat op mijn bureau komt, zal dit de eerste vraag zijn. Zo simpel kan het zijn.
Ook in de wereld van de gezondheidszorg helpt het om meer met vrouwenogen te kijken. Nog steeds zijn veel behandelingen en medicijnen niet geschikt voor vrouwen. Omdat ze bedacht en toegepast zijn door generaties mannen, geoefend op mannen en ontwikkeld op mannen.
Daarom gaat dit kabinet door met de Nationale Aanpak Vrouwengezondheid, ingesteld door mijn collega Judith Tielen, toen ze nog staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport was.
In het nieuwe kabinet is Judith Tielen mijn collega op het ministerie en gaat zij als staatssecretaris over emancipatie. Ik heb haar nu twee weken leren kennen. Ze gaat zich met hart en ziel inzetten om op de brede emancipatieagenda het verschil te maken. Ze had hier vandaag heel graag willen zijn, maar ze is onderweg naar New York, waar ze de VN toespreekt bij het platform dat opkomt voor de rechten van vrouwen en meiden wereldwijd. Ik doe u namens haar de hartelijke groeten.
Overigens zou eigenlijk de minister-president hier zijn. Dat hadden jullie natuurlijk helemaal graag gewild, als het gaat over mensen met power. Maar hij is in Oekraïne, hebben jullie vanmorgen op het nieuws gezien. Ook namens hem alle kracht voor de thema’s waar wij hier voor staan.
Beste mensen,
Emancipatie raakt alle terreinen van ons leven. Ik heb net een paar voorbeelden genoemd. Of je nou gaat bouwen, of je nou met gezondheid te maken hebt, maar ook via het onderwijs, mijn mooie portefeuille, kunnen we zoveel bereiken. Ook op thema’s die gaan over vrouwenrechten en geweld tegen vrouwen.
We proberen in het kabinet op al die verschillende terreinen onze volle aandacht te geven. Hou ons scherp. Ik weet dat u dat gaat doen. Benader mij als u denkt: dit loopt niet, dit werkt niet, jullie zien het niet. Alle ministers – dat durf ik te zeggen nu ik ze twee weken ken – staan daar voor open.
Wij zien uit naar samenwerking met iedereen en met alle organisaties die strijden voor gelijke rechten voor vrouwen en meiden.
Voor inspiratie hoeven we niet ver te zoeken. Iedereen heeft zijn eigen rolmodel. Voor mij is het Marie-Louise, die meekijkt en mij scherp houdt, elke dag dat ik mijn werk doe.
Als we hun voorbeeld volgen, zal de mars niet stoppen, maar blijven we stappen zetten.
Heel veel dank.