1.2 Bestuur en Koninkrijksrelaties

Een goed functionerend openbaar bestuur weet zich aan te passen aan maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Aanpassing aan de digitale samenleving is niet alleen noodzakelijk, het biedt ook mogelijkheden voor een betere dienstverlening. In de uitvoering van belangrijke overheidstaken spelen gemeenten en provincies een steeds belangrijkere rol. Krimpregio’s en grootstedelijke gebieden hebben ieder hun eigen aandachtspunten. In gezamenlijke programmatische afspraken met provincies en gemeenten moet hiervoor ruimte zijn, naast nationale opgaven waar we samen voor staan. In het gemeente- en provinciefonds komt extra geld beschikbaar voor deze taken.

Vernieuwing openbaar bestuur en ICT-dienstverlening

  • De behandeling van het initiatiefvoorstel tot grondwetsherziening in tweede lezing inzake de deconstitutionalisering van de benoeming van de burgemeester en de Commissaris van de Koning wordt voortgezet.
  • De Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wordt aangepast om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerking te verbeteren. Besluitvorming in een gemeenschappelijke regeling moet transparant zijn en betrokken gemeenteraden moeten hun controlerende rol beter kunnen uitvoeren en zo nodig kunnen ingrijpen.
  • Veel kleinere gemeenten zijn voor belangrijke taken die de directe levenssfeer van mensen raken in sterke mate afhankelijk geworden van regionale samenwerking op grond van de Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr), waarbij de democratische controle door gemeenteraden op afstand staat. Op verschillende plaatsen hebben gemeenten daarom in samenspraak met de provincie het initiatief genomen tot gemeentelijke herindeling. Het kabinet ondersteunt die beweging. Blauwdrukken van bovenaf werken hiervoor niet, maar het proces helemaal van onderop laten komen levert ook niet altijd een optimaal resultaat op. Een proces van herindeling is gewenst voor gemeenten die langjarig en in hoge mate afhankelijk zijn van gemeenschappelijke regelingen voor essentiele taken. Het is dan aan de provincie de herindelingsprocedure op basis van de Wet Algemene regels herindeling (Wet Arhi) te starten.
  • Naast de reeds genoemde ambitie om tot bestuurlijke afspraken te komen met provincies en gemeenten wordt voor stedelijke regio's de systematiek met citydeals, als onderdeel van de Agenda Stad, voortgezet.
  • Om een adequaat voorzieningenniveau op peil te houden geven we ruimte aan experimenten in krimpregio's, bijvoorbeeld voor de clustering van de voorzieningen.
  • In deze kabinetsperiode wordt in totaal 900 miljoen euro gereserveerd voor de aanpak van regionale knelpunten, waaronder nucleaire problematiek, ESTEC, Zeeland, Eindhoven, Rotterdam-Zuid en de BES-eilanden.
  • Het kabinet biedt ruimte aan initiatieven van burgers en verenigingen in de samenleving. In overleg met gemeenten willen wij daarom via een Right to challenge-regeling burgers en lokale verenigingen de mogelijkheid geven om een alternatief voorstel in te dienen voor de uitvoering van collectieve voorzieningen in hun directe omgeving. Daarbij gaat het om zaken als het onderhoud van een park, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast gaan we samen met enkele gemeenten experimenteren met een recht op overname, waarbij lokale verenigingen of buurtbewoners het eerste recht krijgen om maatschappelijke voorzieningen over te nemen en de bijbehorende functie voort te zetten.
  • We ondersteunen de versterking van de voorbereiding, opleiding en toerusting van de leden van gemeenteraden en Provinciale Staten.
  • Het kabinet hecht eraan dat de overheid transparant en open is. Er is een initiatiefvoorstel Open Overheid aanhangig. Er wordt onderzocht hoe de verruiming van openheid gestalte kan krijgen zonder hoge kosten voor de organisatie en uitvoering. Het kabinet treedt daartoe in overleg met de initiatiefnemers.
  • De overheid beschikt over veel algemene, openbare informatie. Deze data worden goed vindbaar en toegankelijk gemaakt, in de vorm van open data.
  • Het kabinet ontwikkelt een ambitieuze, brede agenda voor de verdere digitalisering van het openbaar bestuur op verschillende niveaus. Onderdeel van de agenda wordt dat het Rijk voortvarender dan voorheen beslist welke producten en diensten zij zelf ontwikkelt en welke zij door marktpartijen laat ontwikkelen. Bij nieuwe initiatieven wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van opgedane ervaringen met vergelijkbare projecten. Om falende ICT-projecten en verspilling van belastinggeld te voorkomen worden grote ICT-projecten standaard getoetst door het Bureau ICT-Toetsing (BIT).
  • Overheidscommunicatie die nu nog fysiek plaatsvindt, moet in de toekomst ook digitaal kunnen: veilig, snel en goedkoop. De elektronische dienstverlening via mijnoverheid.nl wordt verbeterd. De dienstverlening wordt meer servicegericht, er komt een machtigingsfunctie en mijnoverheid.nl wordt in staat gesteld om pushberichten te versturen om proactief te waarschuwen. Mensen die niet elektronisch kunnen communiceren moeten dat ook op een andere manier kunnen blijven doen. Daarom blijft er een keuzemogelijkheid om per post met de overheid te communiceren.
  • De Basisregistratie Personen (BRP) wordt gemoderniseerd en zal de email-adressen van burgers bevatten. Gegevens van burgers in basisadministraties en andere privacygevoelige informatie wordt altijd versleuteld opgeslagen en de DigiD wordt veiliger gemaakt.
  • Ter bevordering van de privacy wordt de eigen regie op persoonsgegevens vergroot. Gebruikers van overheidsdiensten krijgen de mogelijkheid zelf maatschappelijk relevante instanties en organisaties aan te wijzen waaraan een beperkt aantal persoonsgegevens automatisch kan worden verstrekt. Voor kerkelijke organisaties gaat, om onoverkomelijke uitvoeringsproblemen te voorkomen een overgangsregeling gelden. Wie nu geregistreerd staat kan kiezen voor een opt-out. Nieuwe inschrijvingen vallen onder de nieuwe regels.

Kiesstelsel

  • De Staatscommissie Parlementair stelsel adviseert over de toekomstbestendigheid van het parlementair stelsel. De Staatscommissie wordt ook gevraagd om advies uit te brengen over opties voor een wijziging van het kiesstelsel voor de Tweede Kamer, mede in het licht van de regionale functie van kiesstelsels in de omringende landen en over het initiatiefvoorstel tot grondwetsherziening in tweede lezing inzake artikel 120 Grondwet, mede in relatie tot de positie van de Eerste Kamer.
  • Het stemproces wordt aangepast zodat Nederlanders op Bonaire, St. Eustatius, Saba en in het buitenland eenvoudiger hun kiesrecht, ook in relatie tot de verkiezing van de Eerste Kamer, kunnen uitoefenen. Ook de toegankelijkheid van stemlokalen voor mensen met een beperking verdient aandacht.
  • Het raadgevend referendum is enige jaren geleden geintroduceerd als opmaat naar een correctief bindend referendum. De politieke steun voor het correctief bindend referendum is sindsdien afgebrokkeld en is daarmee als beoogd einddoel voorlopig uit zicht. Het nationaal raadgevend referendum heeft als tussenstap niet gebracht wat ervan werd verwacht, onder meer door een controverse over de wijze van aanvragen en verschillende interpretaties van de uitslag. Het kabinet wil daarom een pas op de plaats maken. De Wet raadgevend referendum wordt ingetrokken.

Goed overheidspersoneel

  • Voor een goede doorstroom tussen publieke en private banen, is het van belang dat werknemers bij bedrijven en de overheid gelijk worden behandeld. We gaan door met de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren.
  • Daarnaast is het voor het functioneren van de overheid goed dat deze op belangrijke terreinen voldoende expertise in huis heeft. Het beloningsniveau bij de overheid moet zodanig zijn dat ook hoogwaardige en schaarse specialisten, bijvoorbeeld met expertise op gebied van ICT, financien of inkoop, in dienst kunnen worden genomen.

Koninkrijksrelaties

  • Nederland is door een lang gedeelde geschiedenis verbonden met de Koninkrijksdelen in het Caribisch gebied. Onze onderlinge verbondenheid bleek onlangs weer toen de Bovenwindse eilanden getroffen werden door een orkaan. Onze verbondenheid vraagt om een constructieve samenwerking met Caribisch Nederland en de autonome landen binnen ons Koninkrijk. De onzekere politieke situatie in sommige buurlanden in Zuid-Amerika maakt samenwerking extra noodzakelijk. Samenwerking in de Caribische regio, met de Europese Unie en met internationale organisaties maakt een verdere positieve ontwikkeling van de Koninkrijksrelaties mogelijk. Het Koninkrijksverband schept ook verantwoordelijkheid, in het bijzonder voor het waarborgen van integriteit van bestuur en van effectieve rechtshandhaving en grensbewaking. De raad van ministers van het Koninkrijk zal hier op basis van het Statuut voor het Koninkrijk op toe zien.
  • Het Nederlandse deel van het budget voor de Kustwacht gaat over naar het ministerie van Defensie en wordt zodanig aangepast dat een goede taakuitoefening mogelijk is. Hiervoor is 10 miljoen euro per jaar beschikbaar.
  • Voor de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid. Op de eilanden ligt de prioriteit bij het verbeteren van het economisch perspectief, onder meer door versterking van de infrastructuur en het terugdringen van armoede. Het kabinet is bereid extra te investeren in de eilanden onder de voorwaarde dat goed bestuur en financiele verantwoording op een afdoende niveau is geborgd. Waar Nederland investeringen door de eilanden ondersteunt moet meer dan nu in een reeel instandhoudingsbudget worden voorzien. Het ministerie van BZK krijgt een sterkere coordinerende taak inclusief bijbehorend budget.